Waarom koos regering voor Oppenheimer Default?
28 Oct, 12:46
foto


Het was bekend dat de $ 550 miljoen Oppenheimer-obligatie jaarlijks 2 vaste rentebetalingen kent nl in april en in oktober van elk $ 26 miljoen. Geen klein bedrag als je het niet hebt, zelfs als je overheid bent, maar ook niet onoplosbaar als je het lang vooraf weet. De regering leek dat aanvankelijk te zullen meeverpakken in de aangekondigde $ 400 miljoen obligatie. Die lijkt echter een stille dood gestorven, mogelijk vanwege het lage rente-aanbod van 5%, terwijl het idee erachter juist heel goed was (met optie om te participeren in cd’s: 2 vliegen in één klap!). Daarna kwam er een bericht dat de overheid zonder borg een bedrag van $ 2 miljard zou kunnen krijgen als voorschot. De wonderen zijn de wereld nog niet uit en hoop doet leven, maar helaas heeft dat bericht  -althans voor nu- ook nog geen wortel geschoten.  

Na een rondje Europa heeft de regering kennelijk door tijd gedwongen het opgegeven om de rentebetaling alsnog te doen en gekozen voor het uiterste, een confrontatie, een aanzet die kan leiden tot een formele default. Met als gevolg dat we er direct een stempel van wantrouwen bij gekregen hebben, te beginnen met een afwaardering van Fitch. Terwijl de nieuwe regering juist voornemens was om dat te vermijden! Het heeft het wereldnieuws al gehaald en op de achtergrond sijpelt deze situatie uiteraard verder door, niet alleen naar lokale banken en investeerders maar ook naar andere internationale instituten en ondernemers die een financiële band hebben met Suriname. Er werd de afgelopen tijd al flink geklaagd door Amerikaanse investeerders dat zij de vorige minister van Financiën niet konden bereiken. Het antwoord hebben die investeerders nu gehad. De regering heeft voorlopig voor een default gekozen. En gaat pas daarna onderhandelen. Hoe jammer.

Uit uitspraken van de regering valt overigens ook te concluderen dat de leningscondities door haar als niet rechtvaardig worden beschouwd. De regering heeft in dat kader ook aangegeven ‘keihard’ over de condities te zullen onderhandelen. We hebben geen valuta, dus elke conditie tot terugbetalen werkt voor ons nu knellend inderdaad. De rente is bovendien 2 procent hoger dan wat gangbaar is in ons eigen land, dus niet goedkoop. Maar zelfs als die rente ‘maar’ 7,5% zou zijn geweest, dan nog zou het knellend geweest zijn. Want er is gewoon geen geld. De aanpak van keihard onderhandelen klinkt daarom alsof we iemand gaan aanpakken die ons bedrogen heeft. Dat is jammer. Want hadden we niet liever in goede vrede 3 maanden terug al kunnen gaan onderhandelen? Want wij Surinamers hebben die afspraken toch gemaakt en plechtig beloofd ons aan die afspraken te houden? 

Als dit gedragen regeringsbeleid is, dan volgt bovendien al gauw de vraag wat het volgende overheidsbedrijf is dat in die voetsporen aan haar leveranciers zal zeggen: ik kan je voor je rekening van een kwartje maar een dubbeltje betalen. Ik heb het geld niet en bovendien vind ik het ook niet rechtvaardig. Het is al genoegzaam bekend dat de overheid zo’n matige betaler is. En er zijn in de media al te vaak epistels verschenen van mensen die vinden dat je buitenlandse schulden niet behoeft af te lossen. Dat is slecht voor het imago van ons land en moet een halt worden toegeroepen.

Wat het meest teleurstelt, is dat deze default voorkomen had kunnen worden. In plaats van te kiezen voor de twee eerder aangekondigde grotere obligaties had de overheid een kleinere lokale obligatie voor die $ 26 miljoen kunnen uitschrijven. En over een half jaar weer een voor de volgende $ 26 miljoen als er tegen die tijd nog geen oplossing zou zijn, dus zolang dat nodig is. Er zijn daar voldoende technische opties voor. Immers zou volgens eerdere berichten van de regering er lokaal bij de banken bijna  $ 2 miljard op rekeningen van particulieren, bedrijven en instituten gestald zijn. En al zou dat bedrag niet correct zijn, dan zijn er zeker genoeg om $ 26 miljoen bij elkaar te brengen! Als de overheid dan een rente had aangeboden rond de bancaire rente, zoals Staatsolie ook eerder deed, dan was die obligatie zeker succesvol geweest. Het is lokaal dus dat had zelfs binnen enkele weken moeten kunnen. Als de overheid dat niet had willen doen -en waarom eigenlijk niet?- maar toch had willen onderhandelen met Oppenheimer, dan had ze dat ook 2 maanden vóór de default-datum kunnen doen en had ze een voor Suriname gunstige regeling in der minne kunnen bereiken zonder dat Suriname als wanbetaler behoefde te worden gekwalificeerd.

De vraag is dus wat de nieuwe regering bewoog om voor dit worst-case-scenario te kiezen?  Waarom koos zij niet voor die ‘klein-maar-fijn-wij-lossen-het-op-strategie’, maar voor een alles of niets mega-strategie van eerst 400 miljoen en daarna 2 miljard die nu is vastgelopen en tot deze gezichtsschade heeft geleid?

Ed Hogenboom     
Advertenties