Moestadja: Moederschapswet dertig jaar laat
09 Feb, 04:45
foto
Minister Soewarto Moestadja van Arbeid. (Beeld: DNA)


In De Nationale Assemblee is vrijdag de behandeling van de ontwerpwet ‘Arbeidsbescherming Moederschap’ gestart. De minister van Arbeid, Soewarto Moestadja, stelt dat de wet een mijlpaal is in de geschiedenis van Surinaams sociaal recht, in het bijzonder Surinaams arbeidsrecht. “Deze wet minimaliseert de gender-gap die heerst op de arbeidsmarkt tussen de man en de vrouw. Wij zijn 30 jaar laat met het gevolg geven aan de opdracht van de grondwet om betaald zwangerschapsverlof te regelen voor de werkende vrouw”, laat de minister optekenen.

Tijdens de vergadering komen verschillende discussiepunten aan de orde. Zo vragen de leden Ingrid Karta-Bink (PL) en Silvana Afonsoewa (NDP) hoe de moeders gefaciliteerd worden op het werk voor het geven van borstvoeding op de werkplek. De wet staat dat toe, maar zegt niets over de faciliteiten die geschapen moeten worden, meent Karta-Bink. Zij haalt daarbij aan het plaatsen van een koelkast om de kwaliteit van de moedermelk te garanderen en een privéruimte waar geen mannelijke collega’s komen. Afonsoewa vraagt daarbij of er rekening is gehouden met de afstand tussen de werkplek en de kinderopvang. Hoeveel tijd krijgt de moeder om haar kind te gaan voeden, wil zij weten. “Als 4 of 5 of 6 maanden borstvoeding moet worden gegeven, dan moeten we kijken hoeveel vrij wij de vrouw kunnen geven. Ik zou mijn moedermelk in de DNA-ijskast zetten en ik zou mijn baby ook niet hier brengen. We moeten een uitvoerbare wet hebben”, benadrukt DNA-voorzitter Jennifer Geerlings-Simons, die de bezorgdheid van de leden helemaal begrijpt. Zij roept de regering op om nogmaals hiernaar te kijken.

In de wet is het vaderschapsverlof geregeld, dit is nu gesteld op acht dagen; de dag van de bevalling, drie werkdagen aansluitend op de dag van de bevalling, twee werkdagen nadat de vrouw terug is op het werk en twee werkdagen in overleg met de werkgever in de eerste vier maanden na de geboorte van het kind. Dew Sharman (VHP) is de mening toegedaan dat deze acht dagen met plezier zullen worden ontvangen door de man. De vrouw zal volgens het lid daar een beetje met gemengde gevoelens naar kijken, omdat de man zich niet altijd dienstbaar maakt naar het gezin. “De goede en verantwoordelijke mannen niet te nagesproken. Welke garanties denkt u te willen inbouwen in de wet, zodat wij zeker weten dat die verlofdagen van de vader daadwerkelijk besteed zal worden voor het gezin”, vraagt hij aan de regering.

Sharman stoort zich echter aan de strafbepaling die is opgenomen in de wet. De vader of moeder moet binnen zeven dagen de geboorte van het kind aangeven, anders riskeren zij een hechtenis van zes maanden. Rekening houdende met de verre gebieden, vindt het commissielid de strafmaat te zwaar en vraagt hij de regering om dit nog een keer te bestuderen.

Om ervoor te zorgen dat de ouders tijdens hun verlof toch uitbetaald worden, wordt in de wet ook een fonds in het leven geroepen. Dit fonds zal de financiële risico’s dragen voor de betaling van de zwangerschap, bevalling en vaderschapsuitkeringen aan werkgevers. Bij Staatsbesluit zullen nadere regels over de organisatie en werkwijze worden geregeld van het fonds, dat beheerd zal worden door het ministerie van Financiën. “Wij zouden allemaal moeten nastreven dat de Staat voldoende middelen heeft om haar opdrachten in de toekomst te kunnen financieren om onder andere de financiële zekerheid te garanderen”, meent commissievoorzitter Jennifer Vreedzaam (NDP).

DNA-lid Asiskumar Gajadien benadrukt dat niet de minister van Financiën de hoogte van de inbreng van de werknemers in het fonds mag bepalen. “We praten over een bijdrage, een solidariteitsheffing. Als je kijkt naar de grondwet dan kan die niet door de minister van Financiën geregeld worden bij Staatsbesluit. Het parlement moet het bij wet moeten goedkeuren en de veranderingen zullen dan ook bij wet moeten plaatsvinden”, legt Gajadien uit.

“In Suriname zien we het fenomeen waarbij vrouwen ontslagen worden, hun arbeidsovereenkomsten niet worden verlengd, na hun zwangerschap zich niet meer mogen melden op het werk of toch tijdens hun zwangerschap zware arbeid moeten verrichten. Dit is een grove vorm van discriminatie. Ik wil alle werkende vrouwen vragen om vol te houden, om het recht dat ze hebben niet overboord te gooien, maar te volharden”, roept Vreedzaam. De ontwerpwet wordt de komende week verder behandeld in DNA. Dan gaat minister Moestadja door met zijn beantwoording.

Yvanka Ozir-Awailame

Thursday 18 April
Wednesday 17 April
Tuesday 16 April