Column: OAS en VN
09 Nov 2015, 14:08
foto


Afgelopen week was ik in Washington en New York. Donderdag had ik in Washington een afspraak met Luis Almagro Lemes, de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten. De OAS is een internationale organisatie van landen in Noord, Zuid- en Midden-Amerika en het Caribisch Gebied. Vroeger was de OAS een instrument van Amerika om de landen in de regio onder de duim te houden en een instrument in de strijd tegen 'communisme'. Nu is de rol van de VS niet meer zo dominant en richt de organisatie zich meer op zaken als economische samenwerking, democratisering, mensenrechten en processen van vrede en verzoening.

Hoe is het mogelijk dat ik, een individu uit de Surinaamse gemeenschap in Nederland, ontvangen wordt door de secretaris-generaal van de OAS, die toch eigenlijk alleen met regeringen dealt? Om dat te begrijpen grijp ik terug naar wat Eddy Jharap me vertelde toen ik zijn verhaal over de geschiedenis van Staatsolie optekende.

Structuren worden ingevuld door mensen. Als je iets wilt met structuren, moet je niet alleen naar de structuren kijken, maar ook naar de mensen. Vervolgens moet je netwerken ontwikkelen met die mensen en als je goede relaties hebt, dan zullen die mensen bereid zijn om dingen te doen die in eerste instantie niet direct passen in de structuren. Je zult merken dat die mensen altijd wel iets vinden om je te accommoderen en je op een positieve manier mee te nemen in die structuren. Daarom is het zo belangrijk om netwerken te ontwikkelen en te onderhouden. Maar je moet die netwerken iets te bieden hebben. Als je niets te bieden hebt, dan haal je ook niets uit de netwerken.

Niermala Badrising, de huidige minister van Buitenlandse Zaken, heb ik onlangs leren kennen in Paramaribo. Voordat ze minister werd, was ze de ambassadeur van Suriname bij de OAS. Ze kent heel veel mensen en die mensen waarderen en respecteren haar vanwege haar grote inbreng in de OAS, haar deskundigheid en haar personality. Toen ik uit Zuid-Afrika terugkwam met het idee om het proces van de getuigenis te internationaliseren, heb ik een gesprek met haar gehad en vroeg haar hoe we de OAS bij het proces kunnen betrekken. Ze vertelde me dat de OAS in 2013 een conferentie in Paramaribo had georganiseerd over ervaringen met nationale dialoog. Ze kende de secretaris-generaal persoonlijk en had hem al in een eerder gesprek verteld over het project 'De Getuigenis". De man was hiervoor minister van Buitenlandse Zaken van Uruguay in het kabinet van president José Mujica. Mujica was een leider van de vroegere guerrillabeweging Tupamaros. Daar denken ze ook in termen van hoe structuren voor mensen te laten werken in plaats van omgekeerd.

Minister Badrising dacht dat Almagro het type was dat het juist interessant zou vinden om met iemand als mij te praten vanwege het unieke karakter van wat we doen (een president legt een getuigenis af tegenover een burger). Ze suggereerde ook om met de UNDP te praten. De UNDP is een ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties die zich niet alleen met sociaaleconomische ontwikkeling bezighoudt, maar ook met vraagstukken van dialoog, verzoening en waarheidsvinding in landen waar er geweldprocessen zijn geweest als gevolg van politieke instabiliteit.
De minister zou contact opnemen met Almagro en haar netwerken bij de UNDP. En warempel, een paar weken later waren de afspraken gemaakt.

Ik was nooit eerder in Washington geweest. Het is een saaie stad, althans in de avonduren. Het gebouw van de OAS is groot. Op de verdieping van de grote vergaderzaal zie ik een rij borstbeelden staan die ieder land heeft laten maken van hun nationale helden: Venezuela voor Simon Bolivar, Cuba voor Jose Marti, Haiti voor Jean-Jacques Dessalines, Jamaica voor Marcus Garvey etc.. Garvey heeft een zwart beeld, de rest is wit inclusief die van Dessalines. Ik miste het borstbeeld van Anton de Kom voor Suriname.

Almagro ontving mij in zijn grote kamer met drie medewerkers. Ik vertelde hen over de achtergronden van het project. Hij vroeg aan wat voor steun ik dacht. Ik zei dat ze grote deskundigheid hebben, omdat ze in andere landen technische ondersteuning hebben geboden bij waarheidsvinding en het op gang brengen van processen van dialoog. Ook hebben ze veel ervaring met hoe je dit alles in beleid vertaalt. En eerlijk gezegd had ik daar niet over nagedacht. Hoe moet het verder na het gesprek met Bouterse? Wat zijn de volgende stappen? Ik ben door alle drukte er niet aan toegekomen om daar goed over na te denken. Het gesprek met de secretaris-generaal heeft me een goede impuls gegeven.

Almagro kaartte een probleem aan. Ze praten wel vaker met Ngo's maar als het gaat om een formele betrokkenheid van de OAS, dan moet er een formeel verzoek liggen van de Surinaamse regering aan de OAS om dit project te steunen. Ik zal in de komende weken met de minister van Buitenlandse Zaken bespreken hoe dat vorm gegeven moet worden. De Surinaamse regering zou een verzoek moeten richten aan de OAS om mijn project te ondersteunen. Intussen heeft Almagro iemand aangewezen die alvast informeel voorbereidingen met mij zal treffen over hoe een raamwerk op te zetten om de OAS formeel te betrekken bij dit proces. We hebben naamkaarten uitgewisseld.

Donderdagavond vloog ik naar New York. Vrijdag had ik een afspraak met Chetan Kumar van de UNDP. Kumar reist al 20 jaar de wereld af en bezoekt allerlei gebieden waar de UNDP programma’s heeft opgezet m.b.t. dialoog, waarheidsvinding en verzoening.
Hij gaf de mogelijkheden van de UNDP aan: ze hebben netwerken in heel veel landen, van de dwaze moeders in Argentinië tot en met organisaties in Guatemala die technieken en projecten hebben ontwikkeld om de herinnering aan geweld te combineren met verzoening en dialoog. Ze hebben experts die kunnen helpen bij het ontwikkelen van beleid. Ook Kumar gaf aan dat de UNDP geen probleem zal hebben om met ons project te werken, maar dat de Surinaamse regering een formeel verzoek moet doen aan de UNDP om het project te ondersteunen.

Over drie weken heb ik het gesprek met president Bouterse. De spanning neemt toe bij mij. Het project wordt veel groter en duurder dan ik dacht. We hebben in Nederland en Suriname nu in totaal 15 mensen zitten op dit project. Kumar vertelde mij dat het niet zo verstandig van me is geweest om tijdslimieten te zetten, omdat dit soort processen hun eigen tijd nemen. Maar ik moet kunnen plannen en begroten. Gelukkig beginnen de donaties nu binnen te lopen, maar het is nog onvoldoende. Ik moet veel voorfinancieren met leningen en dat geeft me niet zo’n prettig gevoel.

Dit jaar is het 40 jaar geleden dat Suriname onafhankelijk is geworden. Het is een mijlpaal in de Surinaamse geschiedenis. Misschien is dit dan ook de tijd om een definitieve oplossing te zoeken op onze eigen wijze voor een probleem dat onze gemeenschap al decennialang heeft beheerst.

Sandew Hira
Advertenties