Laat is laat: Adhin op vrije voeten door misslag OM
02 Dec, 00:01
foto


Ex-vicepresident (vp), tevens Assembleelid Ashwin Adhin, is vorige week op last van het Hof van Justitie in vrijheid gesteld, omdat het Openbaar Ministerie (OM) te laat was met het indienen van zijn grieven op de beslissing van de rechter-commissaris (rc). De kamer van het hof, voorgezeten door rechter Marie Mettendaf, heeft het OM daarom niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het beroep inhoudelijk niet in behandeling is genomen.

Het OM tekende vrijdag 20 november, gelijk na de beslissing van de rc dat Adhin in vrijheid moest worden gesteld beroep aan, maar diende de formele stukken pas op maandag 23 november in. Beide handelingen - het instellen van het beroep en het indienen van de grieven moesten binnen 24 uur na kennisgeving van de rc worden gedaan.
De griffier van de rc ontving de stukken van het OM op maandag 23 november om 14:50 uur. Vervolgens zijn de stukken naar het hof verstuurd en daar om 15:55 uur ontvangen. Het hof stelt dat “het OM met de indiening op maandag 23 november 2020 te laat” is. “Het verweer van de verdediging op dit punt is geslaagd en het OM zal niet-ontvankelijk verklaard moeten worden in het ingesteld beroep”, aldus het hof.

Argumenten raadslieden
Het hof is met deze beslissing meegegaan met een van de argumenten van Adhins raadslieden. Zij vroegen de rechter om de vervolging niet-ontvankelijk te verklaren omdat die haar grieven op de beslissing van de rc, niet tijdig kenbaar had gemaakt. Het andere argument van de raadslieden dat het beroepschrift van het OM niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is ingediend bij de griffier van de rc, werd door het hof verworpen.

Vraag blijft open
Het hof geeft in de beschikking verder aan dat aangezien het OM niet-ontvankelijk verklaard zal worden, het hof dan ook niet overgaat tot de “(inhoudelijke) bespreking van de overige grieven”. Het hof heeft daarom de argumenten van het OM waarom het niet eens is met de beslissing van de rc om Adhin in vrijheid te stellen, niet beoordeeld. Hierdoor blijft de vraag open staan of Adhin indertijd op rechtmatige wijze is aangehouden en in verzekering is gesteld, óf als hij toch eerst als (gewezen) politieke ambtsdrager door De Nationale Assemblee (DNA) in staat van beschuldiging moest worden gesteld, zoals de rc op vrijdag 20 november aangaf in haar beschikking.

Hof niet eens met OM
Het hof heeft stilgestaan bij het tijdstip van de indiening van het beroepschrift door het OM. In zijn overweging haalt het hof aan dat de wet niet vermeldt wanneer deze termijn aanvangt. Echter is er wel jurisprudentie hierover. Het OM beargumenteerde dat de beschikking van de rc pas op maandag 23 november is ontvangen op het Parket. Het Hof begrijpt hieruit dat, het OM het moment van de ontvangst van de beschikking op schrift aanmerkt als de formele kennisgeving. Het Hof is het hier niet mee eens.

De wet regelt wel hoe een verdachte gerechtelijke mededelingen ontvangt, echter zegt de wet niets over hoe het OM die moet krijgen. “In de praktijk is daarom in dit gemis van een wettelijke regeling voorzien door afhandeling op basis van werkafspraken aangaande de kennisgeving van gerechtelijke mededelingen door het Kabinet van de Rechter-Commissaris aan het OM.”

Foto beschikking was wazig
Rechter-commissaris Siegline Wijnhard verklaarde op vrijdag 20 november de inverzekeringstelling van Adhin onrechtmatig en gaf het bevel voor zijn onmiddellijke invrijheidstelling. Het kabinet van de rc heeft op die dag omstreeks 16.00 uur digitaal via WhatsApp een foto van de beschikking verstuurd naar de aangewezen functionaris van het OM en de raadsman van Adhin. De ontvangst van het bericht is bij de behandeling van het beroep in raadkamer bevestigd. Maar het OM merkte op dat de foto’s van de beschikking wazig waren. “Naar het oordeel van het hof doet deze opmerking van het OM niets af aan het doel van de verzending.”

Volgens de rechter kon het OM terug hebben gereageerd en kunnen vragen om een leesbaar exemplaar (foto). Dit is niet gebeurd. De elektronische kennisgeving via de app, is gelijk aan de verzending van de beschikking op schrift. De vervolgingsambtenaar is dus vrijdag 20 november rond 16.00 uur in kennis gesteld van de beschikking van de rc.

Periode stuiting
Het OM tekende wel gelijk beroep aan tegen deze beschikking, waardoor Adhins invrijheidstelling ingevolge de wet voor de duur van ten hoogste drie dagen werd gestuit. Het OM liet echter na het beroepschrift met daarin zijn grieven (bezwaren) tegen de beslissing van de rc, tijdig in te dienen.

Het hof concludeert dat “de periode van stuiting van de invrijheidstelling van de verdachte korte tijd na de indiening van het beroepschrift op 23 november 2020 is komen te vervallen, waardoor het bevel van de rc tot zijn (Adhins) onmiddellijke invrijheidstelling inwerking trad.” Dit gebeurde nog voordat het hof aanving met de behandeling van het beroep op dinsdag 24 november. “Om die redenen zal een (verdere) detentiebeschouwing zijdens het hof achterwege blijven.”

Redelijk vermoeden van schuld
Het OM verdenkt Adhin en de medeverdachten Vijendra R. en Amien D. dat zij medeplegers zijn van valsheid in geschrifte, verduistering en vernieling van media-apparatuur toebehorende aan de Staat Suriname. De rc stelde dat er “voldoende feiten en omstandigheden zijn gebleken, welke een redelijk vermoeden van schuld opleveren” tegen de verdachte Adhin voor de in het bevel tot inverzekeringstelling genoemde strafbare feiten.

In haar toetsing ging de rc echter een stapje verder dan de schuldvraag alleen. Ze keek ook of de inverzekeringstelling volgens de regels van het procesrecht is gelopen. “De verdachte Adhin diende ingevolge de Wet In Staat van Beschuldigingstelling Politieke Ambtsdragers (S.B. 2001 no. 72) eerst in staat van beschuldiging te worden gesteld.”

Intussen heeft het OM een vordering ingediend bij DNA en is een commissie onder leiding van Asis Gajadien (VHP) samengesteld die Adhin zal horen, mogelijk deze week nog.
Advertenties