Column: Een zilveren wolk vol fluisterstemmen
12 Jul 2011, 11:00
foto


Plotseling vult de loods zich met een zacht en warm geluid. Het klinkt meer ingetogen dan de wekkers die elke minuut in de andere zaal afgaan. Het is afkomstig van duizenden zilverkleurige lepels die aan nylon draadjes aan het plafond hangen. Ze bewegen zachtjes op de zwoele wind die door de massieve schuifdeuren naar binnen waait. Een tingelend geluid wanneer de lepels elkaar raken. Wie goed kijkt, ziet dat er op elke lepel een teken is gegraveerd. Wie iets minder goed kijkt, ziet een langzaam wiegende zilveren wolk. “Net alsof het leeft. Het klinkt mooi. ’t Is net alsof je fluisterstemmen hoort”, zegt mijn zoon (11).

Wat de kunstenaar met die wekkers zou bedoelen? “Ja, hè, hè”, verzucht een van mijn dochters (14), “dat het tijd is natuurlijk! Hoog tijd kennelijk, want er gaat elke minuut een hele serie wekkers af. Dat het tijd is om dood te gaan misschien. Kijk maar naar al die schedels die ernaast liggen.”

Maar voor wie zou het dan de hoogste tijd zijn? We gaan op zoek naar het antwoord in twee met zwarte schermen afgescheiden videozaaltjes. Daar zijn filmpjes van vroeger te zien. Ze gaan over houtkap, de winning van palmolie en goud. Duidelijk wordt dat de ondernemers het in het bos kennelijk niet zo nauw nemen met het milieu. “Daar zijn ze niet zo blij mee in het binnenland”, denkt mijn jongste dochter (9). “Zouden ze daarom al die barbiepoppen aan elkaar vast hebben gebonden? De touwtjes zitten behoorlijk strak; straks stikken ze nog.”

Mijn oudste dochter (16) staat iets verderop. Ze geeft toe dat de geruite plastic tassen waarin filmpjes van Afrika (“net Suriname toch?”) worden geprojecteerd, ook wel iets hebben. Maar uiteindelijk valt ze vooral voor het enorme carré van ingepakte flessen. “Al die verschillende kleuren maken het heel vrolijk.” Terwijl haar broer eromheen loopt en uitrekent dat het er dik drieduizend moeten zijn, bedenkt ze dat het nog een behoorlijke klus moet zijn geweest om al die flessen in pangistof te wikkelen.

Toevallig weet ik dat de kunstenaar een paar weken lang hulp heeft gekregen van schoolkinderen. Zoals ze hem met hun klas ook hebben geholpen met het beschilderen en versieren van de totempalen die buiten op het parkeerterein staan opgesteld, en met het graveren van de zilveren lepels. “Dan zijn die kinderen dus ook een beetje kunstenaar”, vindt de jongste. Meteen daarop besluit ze dat het tijd is om te gaan eten.

In het restaurant volgt een korte evaluatie. Algemene indruk: ze vonden de overzichtsexpositie van Marcel Pinas best mooi, lekker ruim ingericht en niet zo moeilijk allemaal. Zo valt het eigenlijk best mee om een keertje naar een tentoonstelling te gaan. En wat de kunstenaar ermee zou bedoelen? Simpel: meer aandacht voor de natuur en de mensen van het binnenland. Voor je het weet, gaat iedereen dood.

De jongste twee snappen trouwens heel goed waarom Pinas een beetje boos is. In het 10 Minuten Jeugdjournaal hebben ze hem van de week horen zeggen dat hij trots is dat het publiek in Paramaribo nu kan zien wat hij heeft gemaakt. Maar dat hij tegelijkertijd niet begrijpt dat die kunstwerken eerder in Amerika, Nederland en Duitsland op tentoonstellingen stonden. De kinderen vinden dat ook merkwaardig. Het is toch een heel gedoe om al die flessen, pangi’s, lepels, tassen, schoolbanken, barbiepoppen, schoenen, wekkers, schedels en katapulten in te pakken en op de boot zetten? Laat hem gewoon lekker in Suriname nieuwe dingen in elkaar zetten; dan hebben de mensen hier er ook wat aan.


Diederik Samwel


N.B.

Deze column is geschreven naar aanleiding van de workshop 'Kritisch schrijven over beeldende kunst' door kunstcriticus Rob Perrée. Deze workshop werd gegeven in het kader van de exposities ‘Kibii Wi Koni Marcel Pinas The Event’. Andere bijdragen volgen, onder meer op het blog van Sranan Art (srananart.wordpress.com) en op het blog van de Werkgroep Caraïbische Letteren (caraibischeletteren.blogspot.com).

Advertenties

Saturday 18 November
Friday 17 November
Thursday 16 November