Column: Vlagvertoon en politieke bewustwording
16 Oct, 00:59
foto


Het vroege vlaggenvertoon in onze straten i.v.m. de aanstaande verkiezingen roept verschillende reacties op. De een voelt zich erdoor geïntimideerd de andere vergelijkt het met de bekende hardloper die uiteindelijk doodloper wordt. In huidige verkiezingscampagnes horen vlaggen, T-shirts, petten, paraplu’s, pakketten etc. bijzaken te zijn. Zij waren belangrijk in tijden toen een groot deel van het volk analfabeet was. Gewoonten worden aangeleerd en kunnen dus ook afgeleerd worden.

In de jaren zestig van de vorige eeuw bleek de PNR, een partij van goed geschoolden personen, minder succesvol  toen deze middels het uitdelen van T-shirts en ander verkiezingsmateriaal het minder geschoolde volk voor zich probeerde te winnen. Het liep uit op een politiek fiasco. Het verbaasde velen – onder wie mijn vader - dat zij op de dag van de verkiezingen personen die bekend stonden als stonfutu NPS-er, bij de stembus in een T-shirt van de PNR als propagandist voor die partij zagen. Als deze zogenaamde ‘overgelopen’ propagandisten werd gevraagd hoe het mogelijk was dat zij hun partij de rug toegekeerd hadden, werd het T-shirt van de tijdelijke partij omhooggetrokken… en ja, daar kwam tevoorschijn een T-shirt van de werkelijke partij. De uitslag in 1963 in Paramaribo liet hard de werkelijke politieke krachtverhoudingen van die dagen zien. Terwijl mr. Eddy Bruma van de PNR  zich tevreden moest stellen met 2.614 stemmen triomfeerden Johan Adolf Pengel van de NPS en David Findlay van het Actie Front met respectievelijk, 17.246 en 14.480 stemmen.

In 2010 mochten we weer beleven dat veel vlagvertoon niet noodzakelijkerwijs tot verkiezingszegen leidt. Het verkiezingsmateriaal van de BVD was veel en divers. Niets was de leider te veel om aan zijn vermeende kiezers te geven. Zelfs buitenboordmotoren werden gebruikt om zielen te winnen. Het binnenland werd gezien als ‘easy walk over'. 
Dat de BVD ondanks de behaalde 12.076 stemmen geen zetel kreeg bevestigde enerzijds dat ons huidig kiesstelsel aan revisie toe is en anderzijds de beperkte, onduidelijke werking van verkiezingsmateriaal. Ter vergelijking behaalde de A Combinatie bij dezelfde verkiezingen met 11.093 stemmen 7 zetels. Veel verbazing wekten de berichten dat na de verkiezingen duurzame zaken, zoals buitenboordmotoren door de verongelijkte politieke leider teruggevorderd werden. Mochten die berichten waar zijn, was er dan geen sprake van 'poging tot omkoping'? 

Een lichtpunt tijdens die verkiezingen was dat de partij DOE die verkiezingsmateriaal niet gratis verstrekte – men moest ervoor betalen - toch nog 12.094 stemmen verwierf en zij daarmee één zetel in DNA wist te bemachtigen. Een zetel die de partij overigens bij de volgende verkiezingen wist te continueren. Het is dus niet zeker of vlagvertoon loont. Wel zeker is dat het kostenverhogend werkt; onnodige geldverspilling? Houden kiezer en politicus middels deze spullen elkaar niet in gijzeling? De politicus denkt “laat me geven om een zieltje te winnen”, terwijl de kiezer denkt “laat me nemen, want zij (politici) nemen al zoveel uit ’s lands kas”. Uiteindelijk worden wij 'partners in crime'. 

Niemand kan de andere verantwoordelijk houden. Menige kiezer ziet de verkiezingscampagne als een mooie gelegenheid om de garderobe aan te vullen of te vernieuwen. Met uitzondering van de enkele partijgetrouwen maakt het veel kiezers niets uit wie wat geeft; T-shirts, paraplu's of markttassen. Ik kan mij na de verkiezingen weer kleden, mijn boodschappen doen en mij beschermen tegen de regen. Het is dan ook niet vreemd dat je na de verkiezingen mensen op straat ziet met een T-shirt van partij A, een tas van partij B en een paraplu van partij C. Wie houdt wie voor de gek?
In plaats van te werken aan de bewuste, trotse kiezer wordt er geprobeerd deze steeds afhankelijker te maken van politici en politieke partijen. Door bijzaken centraal te stellen tijdens de verkiezingscampagnes verliest de kiezer steeds meer zicht op haar eigen belang.  

Wanneer ik tijdens een bekend middagradioprogramma de presentator de spot hoor drijven met een concurrerende partij omdat de afterparty van die partij zo kort duurde dan zegt dat meer over het ontwikkelingsniveau van die presentator dan het ontwikkelingsniveau van die concurrerende politieke partij en haar leden. Maar ook kan men zich afvragen wat het uiteindelijk ontwikkelingsniveau zal zijn van het volk waarvan politieke leiders verkiezingscampagnes hebben gedegradeerd tot nyan dringi prisiri? Politici hebben als belangrijke taak het volk te scholen, op te voeden en te verheffen. We geven vaak af op de koloniale tijd, maar doen wij het veel anders. De kolonisator kwam met kettinkjes en kralen, de exploitator – zoals genoemd door Stokely Carmichael - komt met een overvloed aan verkiezingsmateriaal. Wanneer begint de politieke bewustwording van het volk?

Hans Breeveld