Is het recht van erfpacht vervallen?
15 Sep, 16:45
foto


In de media circuleren na de goedkeuring in DNA op 1 augustus 2019 van de ontwerpwet houdende wijziging van het Decreet rechtstoestand vóór 1 juli 1982 uitgegeven gronden (S.B. 1982 no. 12), hierna te noemen Decreet Rechtstoestand, berichten alsof met de aanname van dit wetsproduct het recht van erfpacht is vervallen. Is dit laatste echter wel het geval? 

Alvorens deze vraag te beantwoorden is het goed iets te zeggen over het recht van erfpacht in het algemeen. De basis voor het erfpachtrecht ligt in de artikelen 766 tot 781 van het Burgerlijk Wetboek (B.W.). Erfpacht is een zakelijk recht. Dit betekent globaal gezegd dat dit recht kan worden overgedragen en als zekerheid kan dienen voor het aangaan van bijvoorbeeld een hypothecaire geldlening. 

Het erfpachtrecht houdt in dat iemand (de erfpachter) het volle genot kan hebben van een onroerend goed dat aan een ander (zgn. bloot eigenaar) toebehoort onder de verplichting om aan de eigenaar jaarlijks een vergoeding te voldoen meestal in geld, welke vergoeding bekend staat als canon. 

Na expiratie (eindigen) van het erfpachtrecht is de erfpachter bevoegd de bebouwingen en beplantingen af te breken en mee te nemen. Hij heeft dus geen recht om van de eigenaar een vergoeding te eisen voor de gestichte opstallen. Uiteraard kunnen partijen wel onderling overeenkomen dat de erfpachter het huis laat staan en dat de eigenaar (veelal de Staat) hem daarvoor een (geldelijke) vergoeding geeft. 

Hoewel de basis voor het erfpachtrecht in het B.W. ligt, is in de Surinaamse praktijk de meest bekende vorm van erfpacht die welke in de Agrarische Wet (A.W.) is geregeld. Deze laatste wet, waarvan in 1982 vele artikelen zijn vervallen, regelt het erfpachtrecht dat door de overheid wordt uitgegeven en anders dan zijn naam doet vermoeden, niet uitsluitend voor agrarische doeleinden, maar ook voor bijvoorbeeld de woningbouw. 

Het is echter ook mogelijk dat een particuliere eigenaar van onroerend goed het recht van erfpacht aan iemand verleent. Dit kan alleen op de wijze zoals in de B.W. is omschreven. De A.W. geldt uitsluitend voor domeingronden. 
Bij de invoering van de Landhervormingsdecreten (zgn. L-decreten) in 1982 werd bepaald dat domeingrond in het vervolg alleen in grondhuur kon worden uitgegeven. Echter was het zo dat de bestaande erfpachtrechten onaangetast bleven totdat deze eindigen. Bij eindigen kan dus geen verlenging van het erfpachtrecht plaatsvinden, maar wel kan de belanghebbende omzetting vragen naar het recht van grondhuur.  

In het Decreet Rechtstoestand was bepaald dat er geen wijziging in de rechtstoestand zou intreden van gronden die vóór 1 juli 1982 zouden zijn uitgegeven, met dien verstande echter dat bij het eindigen van de tijdsduur waarvoor het erfpachtrecht was aangegaan, er geen verlenging daarvan zou plaatsvinden. Dit principe is ook gehandhaafd bij de recente wetswijziging van het Decreet Rechtstoestand. Het is dus beslist niet zo dat door aanname van dit wetsproduct het recht van erfpacht is vervallen. Nog steeds geldt het principe dat bestaande erfpachtrechten worden geëerbiedigd tot aan hun expiratie. 

Wat met de recente wetswijziging wordt beoogd, is dat personen die niet aan de gestelde termijnen hebben voldaan voor het aanvragen van omzetting van hun erfpachtrecht in het recht van grondhuur, alsnog in de gelegenheid worden gesteld om zulks te doen en wel binnen achttien maanden na de betekening van het deurwaardersexploot aan hen dat het recht van erfpacht vervallen is en teruggekeerd is in de boezem van het domein. Indien blijkt dat de aanvragers voldaan hebben aan hun verplichtingen opgelegd bij de verlening van het erfpachtrecht, o.a. cultuurplicht en/of bouwplicht, kan aan hen alsnog het recht van grondhuur worden verleend. 

Hoewel dat niet expliciet vermeld is in de MvT, is de aanpassing van het Decreet Rechtstoestand bedoeld om tegemoet te komen aan de wensen van de verontruste erfpachters die in de afgelopen tijd hun zorgen hebben uitgesproken over een niet geheel duidelijke advertentie, welke door het ministerie van de Ruimtelijke Ordening, Grond en Bosbeheer in de media was geplaatst. 

Resumerende kan gezegd worden dat het recht van erfpacht zoals geregeld in het B.W. (B.W.-erfpacht) onverminderd van kracht blijft, terwijl A.W.-erfpacht slechts blijft bestaan tot aan het einde van de tijdsduur waarvoor het is aangegaan. 
De wijziging van het Decreet Rechtstoestand is een verruiming van de mogelijkheid voor de (gewezen) titelgerechtigde of hun erfgenamen om indien verzuimd is tijdig omzetting het erfpachtrecht te vragen, hen alsnog de mogelijkheid te bieden om de grond waarop het vervallen erfpacht rustte in grondhuur aan te vragen. 
Er mag vanuit gegaan worden dat de Staat dit verzoek zal inwilligen indien voldaan is aan de verplichtingen die gesteld waren bij het vestigen van het inmiddels vervallen erfpachtrecht. 

Carlo Jadnanansing