Simons: Comptabiliteitswet moet zorgen voor evenwicht
12 Jul, 15:24
foto
Initiatiefnemer Jennifer Simons gaan in op de Comptabiliteitswet. (Foto: Raoul Lith)


“We kijken uit naar het evenwicht tussen de mogelijkheden voor de vakministers om hun begroting uit te voeren en de verplichting van de minister van Financiën om de controle uit te voeren dat de ministers zich aan de regels houden. Dat evenwicht moeten we in deze wet vinden”. Dit zegt Jennifer Geerlings-Simons, één van de initiatiefnemers van de Comptabiliteitswet 2017, die donderdag is behandeld in De Nationale Assemblee.

Simons benadrukt dat de rol van de minister van Financiën in de wet een heel duidelijke is, die moet ook zo blijven. De minister is verantwoordelijk voor het maken van de voorschriften, hoe comptabel en accountancy-wise die begrotingsvoorschriften moeten worden gemaakt en moeten worden nageleefd. Daartegenover maken de vakministers het beleid, die ruimte en flexibiliteit moeten zij ook hebben. “Het is de bedoeling dat de minister van Financiën de controle op de procedures en de correcte uitvoering daarvan, uitoefent”, zegt Simons.

Evenals bij de vorige vergadering heeft de voorzitter van de commissie Amzad Abdoel (NDP), gevraagd naar de overheveling van twee artikelen uit de oude wet naar de nieuwe. Simons geeft aan dat in eerste instantie de initiatiefnemers zich hierin terug konden vinden. Echter is het nu zo dat ondertussen het wetsontwerp Aanbestedingswet ingediend en is deze klaar is voor de openbare commissievergadering. Simons verwacht dat deze wet niet lang na de comptabiliteitswet zal worden aangenomen. “Bij aanname van die wet heeft het geen zin om de oude artikelen over te hevelen en dan weer te plaatsen in de Aanbestedingswet. De initiatienemers, die ook initiatiefnemers zijn van de Aanbestedingswet, gaan het in die wet regelen”, legt Simons uit. 

Simons is het eens met Asis Gajadien (VHP), dat in de wet het Bureau van de Rechterlijke Macht genoemd wordt. Ze benadrukt dat hier wel een overgangsbepaling voor nodig is in de wet. Zij vraagt aan de deskundigen om de bepaling te formuleren. Het is volgens haar nodig dat het bureau wordt ingesteld, zodat er een orgaan is, dat de begroting kan beheren. Nog een punt dat volgens Simons goed geformuleerd moet worden in de wet is het bestedingsplafond. Zij legt uit dat in het huidige comptabiliteitsbesluit staat dat ministers bij een uitgave hoger dan SRD 4000 naar de Onderraad moeten. Die bepaalt of het wel of niet mag worden uitgegeven. Uit een onderzoek van het parlement is gebleken dat bij de Onderraad ongeveer 1500 stukken aankomen. 

In de praktijk blijkt dat de Onderraad niet in staat is om over zoveel dingen een oordeel te vellen. “In de nieuwe Comptabiliteitswet heeft het ministerie van Financiën alle ambtenaren om te checken of alles conform alle rechtmatigheidseisen is afgehandeld, dan hebben we niet een Onderraad nodig. We vonden dat niet goed en hebben de regering geadviseerd om in plaats daarvan een bestedingsplan te maken om die samen met de begroting in te dienen”, meldt Simons. In het bestedingsplan moet opgenomen worden hoe het ministerie het begrote bedrag per maand gaat uitgeven. 

Aan het bestedingsplan is dan een uitgavenplafond voor de maand voor de ministers gekoppeld. “Dat geeft een veilig gevoel aan de minister van Financiën, want de rechtmatigheidsbeoordeling begint bij de ambtenaren die kijken of alle procedures correct zijn gevolgd en het bestedingsplafond maakt dat de minister van Financiën die de cashflow moet beheren dan rust heeft. Het geeft aan de ministers de ruimte om hun begroting uit te voeren, omdat zolang zij onder dat plafond blijven”, meent Simons. Zij vindt dat dit wel scherper gesteld moet worden in de wet. Dat betekent dat hier meer tijd voor nodig is. De behandeling van de Comptabiliteitswet is tot nader orde uitgesteld. 


Yvanka Ozir-Awailame