Column: Overlopen met zetel
26 Jun, 08:44
foto
William Waidoe zit intussen aan de kant van de coalitie in De Nationale Assemblee. (Foto: Raoul Lith)


Er zijn politieke partijen die graag pronken met partijleden die aangeven 'hun' partij de rug te hebben toegekeerd. Maar in een democratie is de burger – begiftigd met een vrije wil – vrij om te stemmen op een politieke partij naar keuze. Dus dat is op zich niets bijzonders.

Het feit dat politieke partijen zo uitgebreid pronken met 'overlopende' partijleden geeft de politieke bloedarmoede aan waar die partijen aan lijden. Wanneer echter politieke toppers en/of volksvertegenwoordigers de overstap maken, dan zal ook de pers zich ermee bemoeien.

Het voorzienbare overlopen van William Waidoe heeft toch nog veel aandacht gekregen. De Pertjajah Luhur de partij waar hij toebehoorde, eist de parlementszetel op. Stomverbaasd hoorde ik Waidoe zeggen dat hij de zetel pas teruggeeft als in zijn plaats een partijgenoot - en niet iemand van een andere partij - invulling zal geven aan die zetel. Zoveel liefde heeft hij nog voor de partij die hij in de steek laat; of liever gezegd een dolksteek toebracht. Plotseling is ons kiesstelsel hem niet meer bekend. Voor het gemak vergeet hij ook dat zijn partij in 2015 in een combinatie de verkiezingen is ingegaan en dat hij die zetel mede te danken heeft aan stemmen van kiezers, die sympathiseerden met andere politieke partijen dan de partij waar hij lid van was.

Dat het terugroeprecht een onding is heb ik vanaf dag één betoogd. In 1992 schreef ik in Wissele mammie …: “Het is zeker aan te bevelen dat het terugroeprecht bij de tweede fase van de grondwetswijziging zelf teruggeroepen wordt” (blz.14). Ik ben blij met de gezaghebbende instemming via de media van prof. mr. dr. Coen Ooft en de Staatsrechtgeleerde E.A. Gessel in die dagen. Op 11 augustus 2007 werd door de Democracy Unit een seminar gehouden met als thema Terugroeprecht (Recall). Deskundigen uit Suriname, Nederland en Trinidad & Tobago lieten hun licht schijnen over het thema. Alle belangrijke partijen van Suriname, die het belang van studie inzien waren vertegenwoordigd op het seminar. De beraadslagingen tijdens de bijeenkomst hebben mij gesterkt in de mening dat bij het overlopen het probleem – gelet op de Surinaamse politieke zetting - niet primair bij de overloper gezocht moet worden, maar bij de partijorganisatie. 

In 1987 werden fundamentele veranderingen aangebracht aan ons kiesstelsel. Bovendien kwamen er regels (GW art. 53) voor het functioneren van politieke partijen. Het was de eerste keer dat politieke partijen – 'politieke organisaties' genoemd - in de grondwet werden vermeld.  Er kwam ook een decreet voor het ordentelijk functioneren van politieke partijen. Voor zover mij bekend is er geen partij in Suriname die deze wettelijke regels nauwgezet naleeft.

Maar mag een overloper met de tijdens verkiezingen behaalde zetel vandoor gaan?  Hierbij is relevant aan wie – in dit concrete geval – de zetel toebehoort. De partij, de combinatie of het electoraat; via de laatste groep dus 'aan het volk'. Ik zou voor de laatste groep kiezen. De partij heeft kandidaten genomineerd en ook de kosten voor het verkiezen van hen op zich genomen. Dat geldt ook voor de combinatie, maar uiteindelijk worden er VOLKSvertegenwoordigers gekozen door het electoraat. Het feit dat zeker de meerderheid van de kiezers geen lid is van de partijen waarop ze stemmen is een reden temeer om voor het volk te kiezen en gekozen kandidaten als volksvertegenwoordigers te zien. 

Het gebrek aan interne democratie gekoppeld aan het feit dat menig voorzitter c.q. leider als lijk afscheid wenst te nemen van de partij is geen stimulans voor jongeren met ambitie om in de politiek te gaan. Ook het feit dat partijleden slechts ambities in de politiek schijnen te mogen hebben indien deze de goedkeuring van de partijvoorzitter genieten, is een dilemma voor velen. In zo een autocratische organisatie zullen leden – met ambitie - wachten tot zij gekozen zijn om mogelijk eisen te stellen c.q. een overstap te maken. Dat dit kan leiden tot een premature politieke dood wordt op de koop toe genomen. 

Door onvoldoende gedemocratiseerde partijen verspilt Suriname veel politiek kader. Sommigen jonge politici stappen uit hun partij, andere babbelen hun leiding na en gaan vrolijk door in de gevangenschap van hun vermeende vrijheid. Meer nog dan het overlopen van politici zullen we naar het functioneren van politieke partijen moet kijken om het fenomeen overlopen te begrijpen en hoe dat aangepakt moet worden. Want hoe wij daar ook over mogen denken het is een smet voor de totale natie als wij na elke verkiezing weer met dit fenomeen worden geconfronteerd. Maar bovenal tast dit steeds meer de geloofwaardigheid van onze democratie aan.

Hans Breeveld


Monday 16 September
Sunday 15 September
Saturday 14 September