Column: Politieke Borrelpraat 562
02 Jun, 22:34
foto


“Heren, rustig, jullie gaan zo niet komen uit jullie discussie over dat aanhouden van de kasreserves in valuta door de CBvS.”
“Ja, maar ik krijg m’n zuurverdiend pensioen elke maand uit het buitenland overgemaakt in valuta. En als ik een bedrag daarvan ga lichten, hoor ik: ‘u kunt maar een deel krijgen.”
“Maar Jules, wat zou je met die cash valuta dan gaan doen?”
“Ik zou een ticket voor mij en m’n vrouw naar Belém kopen.”
“Maar dan maak je toch dat bedrag over voor dat reisbureau? En je kan bij sommigen ook in srd betalen.”
“En ik wil een nieuwe tweedehandse wagen kopen en die autohandelaar vraagt uitsluitend cash valuta en hij wil absoluut geen overmakingen in dollars.”
“Dan weet je toch dat het daar geen zuivere koffie is? Hij wil die cash dollars zeker buiten het officiële circuit houden. Waarom?” 
“En wat als de bank me straks geen cash dollars wil of kan geven, maar wel de tegenwaarde in srd?”
“Dan neem je die toch? Je zou die dollars toch ook tegen srd gaan omwisselen bij een cambio? Gunst mang, jullie zijn me ook een stel hier.”
“Ja, maar bij de cambio krijg ik een hogere koers.”
“Op 500 US$ met alle verloren tijd en ergernis bij de bank en de risico’s dat ze je onderweg naar de cambio kunnen beroven, win je een honderd srd? Wat kost overmaken?”
“Is mijn geld, ik wil die dollars in m’n handen hebben, ik wil ze voelen, ik wil ze strelen, ik wil ze ruiken, ik wil ze, ze....”
“Niets heeft zo een lekkere geur als verse bankbiljetten, pecunia non olet.”
“Meester, wat wil dat zeggen? Heeft dat iets met het vrouwelijk geslachtsdeel te maken?”
“Jeetje, nee. Deze uitspraak betekent: ‘Geld stinkt niet.”
“Weten jullie waar deze wereldberoemde uitspraak vandaan komt?” 
“Van een Romeinse keizer. Maar vraag me niet hoe die kerel heette.”
“Goed zo, Ron. Die alcohol doet je hersencellen een beetje werken.”
“Maar waarom deed die keizer die uitspraak?”
“Toen keizer Vespasianus ‒ zo heette hij ‒ aantrad, werd hij geconfronteerd met een lege staatskas.”
“Dat klinkt me toch zo bekend in de oren: ‘L’histoire se répètet’.”
“Is dat ook Latijn, meester?”
“Nee mang! Wat heb jij in hemelsnaam op school gehad? Dit is Frans. Het betekent: ‘de geschiedenis herhaalt zich.”
“Als je ziet wat voor eenzijdige informatie die kinderen voor bijvoorbeeld het vak geschiedenis op sommige scholen krijgen! Je wordt er niet goed van.” 
“Bedoel je de herschreven geschiedenis, waarbij overal waar ‘slaaf’ staat, straks  ‘heldhaftige verzetsheld’ zal staan en overal waar nu ‘plantage-eigenaar’ staat, staat straks ‘vieze vuile blanke uitbuiter?”
“Mijn kleindochter kwam met een rare opdracht thuis dat ze naar informatie moest zoeken over ‘wrede slavenmeesteressen’ uit onze historie. Wat voor verwrongen beeld krijgen die kinderen dan van ons slavernijverleden?”
“Maar die ene meesteres heeft toch een borst van een bevallige slavin doen afsnijden, omdat haar man een oogje op die slavin had?”
“Vreemd dat dit ook in Trinidad wordt verteld van een slavenmeesteres aldaar. Zie de historische roman The white witch of Rosehall.”
“Inderdaad werden slaven, vooral als ze de regels ernstig overtraden, helaas flink mishandeld, maar degenen die zich aan de procedures hielden, hadden geen slecht leven op de plantages.”
“En met zo een eenzijdige opdracht denken de kinderen dat alle slavenmeesteressen zo onmenselijk wreed waren.”
“Maar was dat dan niet zo, meester?”
“Zeker niet! Op vele plantages, vooral op die van de Joden, was er een goede band tussen bijvoorbeeld de meesteres en haar huisslavinnen. Vaak fungeerden de oudere slavinnen zelfs als opvoedsters van de jonge blanke kinderen.”
“Ik heb dit gelezen in de schitterende historische roman Ter Dood Veroordeeld van dokter John de Bye.”
“En er waren aardig wat gevallen tussen het intiem samenzijn van blanke meesters en  bepaalde slavinnen, waarbij de kinderen goed behandeld werden, scholing kregen, plantages erfden of kochten en de basis van de mulatten stadsmiddenklasse vormden.”
“Klopt. Daar heeft Ellen Neslo niet lang terug toch een schitterend proefschrift over geschreven?”
“En ook van blanke dochters van plantagehouders die een relatie aangingen met een zwarte slaaf. Behalve in De Stille Plantage van Albert Helman, las ik dit ook in Jonah, een nieuwe Surinaamse roman.” 
“Maar deze feiten worden in ons onderwijs verzwegen. We leren meer over strijd en verzet tegen, en onderdrukking door de kolonialen.”
“Klopt. Is dat niet een soort rookgordijn om ons van hedendaagse onfrisse toestanden af te leiden.”
“Maar terugkomend op die Romeinse keizer, toen die na de grote brand van Rome en het desastreuze en verspilzuchte beleid van keizer Nero overnam….”
“Degene die in 2020 zal overnemen zal dan ook zeggen: ‘l’histoire se répètet.”
“Wil je me niet onderbreken? Dus toen keizer Vespasianus de schatkist van Rome moest bijvullen, voerde hij de urinebelasting die al tijdens Nero bestond, weer in. Toen zijn eigen zoon Titus dit bekritiseerde, moet de keizer hem gezegd hebben dat het er niet aan toe doet hoe je aan inkomsten komt, al zou dat van urine komen. Later is daaruit die spreuk  van pecunia non olet voortgekomen.”
“Nu is het: cokka non olet. Weer een lai uit ons land onderschept.”
“Maar hoe kon de keizer belasting op urine heffen?”
“De Romeinen kwamen hun pispotten en hun blaas ledigen bij publieke urinoirs. En de eigenaren daarvan betaalden die urinebelasting aan de staat.”
“Maar dan hadden ze inkomsten aan die urine. O ja natuurlijk, net zoals nu: je moet voor je plasje een kleinigheidje betalen.”
“Nog mooier, die eigenaren van die urinoirs verkochten al die urine door aan de weverijen. Daar werden geweven wollen stoffen in heet water gedompeld waar die urine aan was toegevoegd zodat het weefsel niet meer zou krimpen. Dat proces werd ‘vollen’ genoemd.” 
“Nou, die keizers Vespasianus heeft dan wel geschiedenis gemaakt met zijn ‘plasje-belasting.”
“Zeg dat wel. En weet je aan welk woordgebruik je dat tot vandaag de dag kan merken?”
“Al sla je me dood, ik zou het niet weten.”
“Goed, sponser eerst m’n volgende shot. Thanks. Wel in Frankrijk wordt het openbaar urinoir tot vandaag ‘vespasienne’ genoemd en in Italië: ‘vespasiani.”
“Heb je ooit! Misschien zal het à la dol lenen van geld door de overheid hier eens  ‘hoefdradiani’ genoemd worden.”
“En het onbeschoft dwars door de assemblee heen krijsen?”
“Etneliani.”
“En hoe zal het constant reshuffelen van ministers dan gaan heten?”
“Boutienne.”
“Een vette toast als troost hierop.”


Rappa  


Wednesday 16 October
Tuesday 15 October
Monday 14 October