Suriname en Colombia verdiepen relatie
17 May, 21:16
foto
De ministers van Buitenlandse Zaken van Colombia en Suriname hebben een intentieverklaring getekend. (Foto: Buza/NII)


Suriname en Colombia hebben een Memorandum van Overeenstemming, over samenwerking tussen de respectievelijke Diplomaten Instituten. De minister van Buitenlandse Zaken, Carlos Holmes Trujillo Garcia, heeft een werkbezoek aan zijn Surinaamse ambtgenoot Yldiz Pollack-Beighle. Er is gesproken over de samenwerking tussen beide landen. De overlegmomenten tussen de bewindslieden zijn van belang voor het verder inhoud geven aan de intensieve vriendschappelijke betrekkingen en voor de verdere verdieping van de bilaterale relatie. 
 
Suriname en Colombia hebben sedert juni 1978 diplomatieke betrekkingen voor de diverse samenwerkingsgebieden geïdentificeerd en projecten uitgevoerd. Specifieke vermelding genieten de projecten op het gebied van de gezondheidszorg en institutionele versterking, waaronder onderrichting in de Spaanse taal, meldt het ministerie van Buitenlandse Zaken via het Nationaal Informatie Instituut. 

Op 16 mei is in een constructieve sfeer gesproken over diverse zaken die van wederzijds belang kunnen worden geacht. Het gaat om onder andere het delen van kennis en ervaring op het gebied van de agrarische sector, toerisme en veiligheid. Het bekijken van mogelijkheden voor handelsbevordering en connectiviteit voor het verder faciliteren van de Zuid-Amerikaanse integratie. Aan de orde kwam ook de totstandkoming van een luchttransport overeenkomst. In voorbereiding zijn ook overeenkomsten inzake visumafschaffing, voor houders van nationale paspoorten en samenwerking op het gebied van defensie, de continuering van de cursus Spaans. 

De samenwerking tussen de respectievelijke diplomatieke instituten van beide landen werd ook onder de loep genomen. Suriname en Colombia zijn beiden landen met een hoge bosbedekking en lage ontbossingsgraad. De bewindslieden hebben wederom benadrukt dat deze categorie van ontwikkelingslanden, gezamenlijk moeten blijven optrekken om de kwestie van de toegang tot adequate klimaatfinanciering voor te leggen aan de internationale gemeenschap en ervoor zorg te dragen dat die financiering beschikbaar wordt gesteld.