Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
20 Apr, 02:48
foto


Opnieuw is er een minister in opspraak geraakt vanwege handelingen die zij in haar vorige functie als districtscommissaris (dc) zou hebben gepleegd. De inmiddels afgetreden minister, heeft volgens mededelingen van een parlementariër in een vergadering van De Nationale Assemblee gedaan, in haar hoedanigheid van district-commissaris(DC) een negatief advies uitgebracht over de aanvraag van een perceel van een burger om kort daarna hetzelfde perceel in grondhuur aan te vragen en vervolgens over die aanvraag (van haar zelf) in haar hoedanigheid van dc een positief advies uit te brengen. Het desbetreffend perceel zou ook nog toegewezen zijn aan de minister.

Indien de beweringen van het Assembleelid waar zijn - en daar heeft het alle schijn van – dan is er geen beter voorbeeld van handelen in strijd met hetgeen een overheidsorgaan in haar relatie met de burger betaamt. Dit handelen is zowel in strijd met ethische – als met bestaande rechtsnormen. Dat geldt zowel voor de aanvrager (ex-dc) als de minister die haar het perceel destijds heeft toegewezen.

Hoewel bovenvermelde zaak qua feitelijke constellatie uniek mag worden genoemd, komt misbruik van bevoegdheid en over het algemeen handelen in strijd met bestaande rechtsregels in de relatie overheid-burger veelvuldig voor. Hoe vaak moeten burgers als het ware niet bedelen om zaken waarop zij recht hebben gedaan te krijgen. Hoe vaak moeten er niet z.g. tyuku's betaald worden om zaken geregeld te krijgen. Hoe vaak komt het niet voor dat beslissingen te lang duren of helemaal niet worden genomen, stukken in stoffige bureaulades terecht komen of erger nog zoek raken. En als er beslissingen worden genomen worden die vaak niet of nauwelijks gemotiveerd of zaken afgedaan worden met (holle) toverformules als 'gewijzigde beleidsinzichten'. Denk maar aan al die ambtenaren die van de ene op de andere dag op non-actief worden gesteld. Het hoeft geen betoog dat het onzorgvuldig handelen door gezagsdragers de gemeenschap handen vol geld kost.

Overheidsorganen dienen zich in hun verhouding tot de burger onder alle omstandigheden correct te gedragen d.w.z. in overeenstemming met bestaande wet-en regelgeving alsmede met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De algemene beginselen van behoorlijk bestuur (hierna te noemen ABBS) zijn in de loop der tijden in de rechtspraak ontwikkeld en zijn in sommige landen, waaronder Nederland deels in de wet vastgelegd. Helaas is dit in Suriname (nog) niet het geval.
Gelukkig worden de beginselen in de Surinaamse rechtspraak wel toegepast, zodat de burger zich te allen tijde tot de rechter kan wenden indien hij meent door de overheid onrechtvaardig te zijn behandeld.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn onder meer:
Het vertrouwensbeginsel (de burger moet kunnen vertrouwen op een door de overheid gedane toezegging, het gelijkheidsbeginsel (de overheid moet gelijke gevallen op gelijke wijze behandelen), verbod van détournement de pouvoir (de bevoegdheid moet uitgeoefend worden voor hetgeen zij is gegeven) en het fair play beginsel (de overheid dient zich bij het nemen van een besluit onpartijdig, eerlijk en transparant te gedragen).
Daarnaast zijn er formele beginselen, zoals :
Het zorgvuldigheidsbeginsel( de overheid moet een besluit zorgvuldig voorbereiden en nemen), het motiveringsbeginsel (de overheid moet haar besluiten goed motiveren), het rechtszekerheidsbeginsel. (De overheid dient haar besluiten zó te formuleren dat de burger precies weet waar hij aan toe is of wat de overheid van hem verlangt)., het vertrouwensbeginsel (opgewekt vertrouwen dient nagekomen te worden)
Het bovenstaande is geen limitatieve opsomming, maar wel enkele belangrijke in de rechtspraak ontwikkelde gedragsvoorschriften, die essentieel zijn voor een goede, evenwichtige, rechtvaardige en transparante relatie tussen overheid en burgers. Naleving van de ABBS kan in belangrijke mate bijdragen ter voorkoming van uitwassen als corruptie, nepotisme, knevelarij (tyuku's) en wat dies meer zij en zo dienen ter bescherming van burgers in hun relatie tot de overheid.

Kennis van de ABBS zou een van de voorwaarden voor benoeming van personen in openbare functies moeten zijn, zeker in ambten/functies (o.a. ministers, directeuren, dc’s) waaraan bevoegdheden voor het nemen van voor de burgers belangrijke beslissingen (vergunningen, toewijzing van percelen enz.) zijn verbonden. Hierdoor kan veel ellende voor burgers, maar ook voor de overheid zelf (schadeclaims wegens onrechtmatig handelen) worden voorkomen. Er zijn talloze lopende gerechtelijke procedures tegen de Staat Suriname ter zake van onrechtmatig handelen en er komen er jaarlijks steeds meer bij. Procedures die het gevolg zijn van onwetendheid omtrent geldende regels van ongeschreven recht, met name algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Het is wenselijk dat voormelde beginselen ook in Suriname in de wet wordt vastgelegd, zodat het voor eenieder, en zeker voor beleidsmakers en beslissers zonneklaar klaar is dat de ABBS een onderdeel zijn van het geldende recht en dat hun handelen als overheidsdienaar daaraan onderworpen is.

Mr. Willem Siwpersad
Advocaat.