Nogmaals: Het recht van erfpacht
19 Apr, 22:34
foto


Vanwege drukke werkzaamheden rondom mijn erepromotie heb ik niet eerder kunnen reageren op het lezenswaardige artikel van Nazia Dinmohamed op Starnieuws van 28 maart 2019 getiteld: Is het erfpachtrecht wel/niet vervallen? Ik begin met de opmerking van de auteur dat een decreet een wetgevingsproduct is van lagere orde dan een wet in formele zin. Deze constatering klinkt staatsrechtelijk gezien heel plausibel. Maar helaas is niet alles in het recht logisch te beredeneren.

Vanaf de eerste decreten begin jaren 80 werden deze in de praktijk als wetten beschouwd. Maar de grondwettelijke basis ontbrak toen. Deze is echter veranderd in de Grondwet van 1987, waarin de transitoire bepaling van artikel 183 is opgenomen over de status van de decreten. De tekst luidt letterlijk als volgt:
De wettelijke regelingen, zoals die bestonden voor het in werking treden van deze Grondwet, waaronder begrepen de wetten en decreten die vanaf 25 februari 1980 zijn uitgevaardigd, blijven van kracht, totdat zij door andere volgens deze Grond¬wet zijn vervangen, met bepaling dat zij, voor zover zij inhoudelijk in strijd zijn met de Grondwet, niet later dan aan het einde van de eerste zittingsperiode van De Nationale Assemblée met deze Grondwet in overeenstemming moeten zijn gebracht, bij gebreke waarvan zij hun rechtskracht verliezen.

Uit het voorgaande blijkt dat aan decreten dezelfde rechtskracht moet worden toegekend als een wet in formele zin, mits het decreet niet in strijd is met de Grondwet. In casu stelt Nazia Dinmohamed dat het vervallen doen verklaren van de artikelen 4 tot en met 10 van de Agrarische Wet (AW) door het Decreet Uitgifte Domeingrond (DUD) geen bindende werking zou hebben op grond van overige door haar aangehaalde wetsbepalingen.
Ik kan het helaas met een beroep op artikel 183 van de Grondwet niet met haar eens zijn. Dit betekent dat de verwijzing naar de artikelen van het Burgerlijk Wetboek niet meer van toepassing zijn. Maar ook al zou dat wel het geval zijn, kan het erfpachtrecht na expiratie niet meer verlengd worden en ook niet bij voortduring blijven bestaan tot wederopzeggens toe. Dit omdat artikel 1 lid 1 Decreet rechtstoestand vóór 1 juli 1982 uitgegeven gronden uitdrukkelijk bepaalt dat het erfpachtrecht na expiratie niet kan worden verlengd.

Hetzelfde decreet zegt wel in artikel 2 dat de gewezen erfpachter bevoegd is de minister te vragen de titel om te zetten in grondhuur. Juridisch gezien kan omzetting alleen gevraagd worden vóór het recht vervallen is. Na expiratie van het erfpachtrecht kan alleen maar een nieuwe uitgifte in grondhuur gevraagd worden. In de praktijk wordt echter ook na expiratie (op onjuiste wijze) het begrip omzetting in de desbetreffende beschikking van de minister gebruikt.

Wat wel het probleem blijft is dat de minister niet verplicht is de omzetting of aanvraag in grondhuur in te willigen. Mr. C.A. Kraan heeft in zijn artikelen op Starnieuws van 22 en 23 maart 2019 te kennen gegeven dat de (gewezen) erfpachter een sterk recht heeft op toekenning van het recht van grondhuur. Hij is van mening dat dit recht bij de rechter zou kunnen worden afgedwongen. Er zijn mij echter geen gevallen bekend waarbij dit in de praktijk gebeurd is.

In mijn erepromotierede heb ik er daarom voor gepleit dat de wet aangevuld wordt in die zin dat indien de minister niet binnen een bepaalde termijn op het verzoek tot omzetting heeft gereageerd, dit als ingewilligd dient te worden beschouwd.
Indien de minister het verzoek niet inwilligt dan ben ik het wel met Kraan eens dat bij een beroep op de rechter aan de (gewezen) erfpachter op grond van redelijkheid en billijkheid de grond in grondhuur zal moeten worden afgestaan.

Waar ik het volledig met de auteur eens ben is dat het de taak van de overheid is om de burger op een correcte wijze voorlichting te verschaffen over zijn rechten en geen angst in te boezemen middels niet duidelijk geformuleerde bekendmakingen. Inderdaad wordt deze angst gevoed door minder goede ervaringen die velen hebben met het ministerie van RGB. De aanvragen om omzetting van het erfpachtrecht worden vaak niet of pas na jaren beantwoord. Ook zijn er gevallen bekend waarbij vervallen erfpachtrechten aan anderen dan de gewezen erfpachter opnieuw in grondhuur zijn uitgegeven. Dat zulks geen ongefundeerde opmerking is, bewijzen de talrijke processen die tegen de Staat (RGB) zijn aangespannen en die naar schatting in de tientallen en wellicht zelfs honderden belopen.

Ondanks mijn kritische opmerkingen over het artikel van Nazia Dinmohamed, spreek ik mijn waardering uit voor het feit dat zij haar bijdrage heeft geleverd aan de discussie over het erfpachtrecht. Ik verwacht dat dit onderwerp de gemoederen nog geruime tijd zal bezighouden.
Tot mijn genoegen vernam ik dat de Surinaamse Juristen Vereniging op 23 april aanstaande een lezing zal houden met Mr. A. Chin-A-Lin als inleider, getiteld: Erfpachtsrecht vervallen! Wat nu…?

Carlo Jadnanansing

Paramaribo, 18 april 2019