Advocaten oneens met tenlastelegging in mishandelingszaak
12 Apr, 08:23
foto


De raadslieden Shanti Mangre, Edward Redjopawiro en Arjan Ramlakhan hebben op de rechtszitting van donderdag gepleit voor hun cliënten Abryan V., Morino L. en Furgill D. De drie zijn aangeklaagd voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met voorbedachten rade en voor poging tot doodslag. De advocaten zijn het oneens met enkele zaken die hun cliënten ten laste worden gelegd.

Het slachtoffer had in 16 juni vorig jaar diverse kapverwondingen opgelopen. Hij is niet meer in staat om werkzaamheden te verrichten. Furgill D. beweerde dat hij Abryan V. van de werkvloer kent. Die zou hem hebben verteld dat ze problemen had met het slachtoffer. Hij trof ze kort daarna aan in een woordenwisseling. Hij probeerde hen toen uit elkaar te halen. Het bleef echter niet daarbij. Op die bewuste avond heeft Furgill D. het slachtoffer meerdere malen gekapt. Deze verdachte verklaarde eerder dat de twee overige verdachten niets met dit feit te maken hadden en dat zij ook niet op locatie waren. Hij zag wel een auto op straat, maar wist niet wie in het voertuig zat. Abryan V. had bij de politie verklaard dat ze langsreed en dat Furgill D. tegen haar gezegd had dat ze zich er niet mee mocht bemoeien. Furgill D. beweerde dat hij naar het slachtoffer ging om te bemiddelen over de ruzie die er was. Maar, de situatie liep uit de hand.

Advocaat Mangre voerde aan dat haar cliënt Furgill D. wel bewapend met een houwer ter plekke aanwezig was, maar dat hij onvoorbereid daarnaartoe ging. Ook heeft hij niet met voorbedachten rade gehandeld. Doordat de situatie uit de hand liep, ging deze verdachte over tot het kappen van het slachtoffer. Dit was niet zijn intentie geweest. De raadsvrouw bracht in herinnering dat haar cliënt door een formele omissie van het Openbaar Ministerie na zijn aanhouding onrechtmatig in het cellenhuis zat. Ze vroeg om deze omissie te verdisconteren in de strafmaat. De verdachte heeft pas een nieuwe baan gevonden in de goudsector en wil zijn leven oppakken. Verder benadrukte Mangre dat de schadevordering van ruim een half miljoen SRD onaannemelijk is en dat de verdachte dat bedrag niet kan ophoesten.

Raadsman Redjopawiro gaf aan dat het jammer is dat het slachtoffer ernstig verwond is. Collega Ramlakhan heeft gepleit voor Abryan V. Hij is het er niet mee eens dat zij als beramer van het plan wordt gezien, omdat er geen plan aanwezig was. Ook vindt de raadsman dat er gebrek aan bewijs is. Ramlakhan merkte op dat er geen sprake is van dubbele opzet voor wat de samenwerking en uitvoering betrof bij dit strafbare feit. Bij het doornemen van het dossier is gebleken dat het om verklaringen van medeverdachten gaan die afgelegd waren bij de politie. Volgens Ramlakhan kunnen deze niet gebruikt worden als bewijs tegen de verdachten. Ook merkte de raadsman op dat deze zaak twee dagvaardingen kent en geen van deze zijn ingetrokken. Dit houdt in dat de eerste dagvaarding dus nog steeds overeind staat. Op 25 april zal deze zaak verder behandeld worden.

Wanita Ramnath