Persoonlijke diplomatie
12 Jan, 15:13
foto
President Obama en zijn Russische ambtgenoot Medvedev eten hamburgers in juni 2010.


Persoonlijke diplomatie – het smeden van nauwe relaties tussen wereldleiders- is een belangrijk onderdeel van het presidentiële leiderschap, dat betrekkingen tussen landen kan versterken, meningsverschillen kan verminderen of teniet doen en een groter begrip tussen naties kan bevorderen. Van persoonlijke diplomatie wordt gesproken wanneer twee staatshoofden elkaar ontmoeten en alleen met elkaar praten zonder hun adviseurs en diplomaten. De uitkomst van de persoonlijke diplomatie hangt sterk af van de ervaring, kennis, kunde en persoonlijkheid van de twee leiders.

Persoonlijke diplomatie biedt leiders de gelegenheid om elkaars persoonlijkheid, karakter en bezorgdheden te leren kennen waardoor het makkelijker wordt een gemeenschappelijke basis te vinden. Persoonlijke diplomatie kan plaatsvinden in een formele of informele setting. Een bekend plaatje van een informele setting is toen de Amerikaanse president Obama en de Russische president Medvedev samen een hamburger aten in een fast-food restaurant in Washington DC.
Er valt veel te zeggen wanneer staatshoofden elkaar ontmoeten om hindernissen in het diplomatieke proces te bespreken en op te heffen. Het is vaak zo, dat alleen staatshoofden en/of regeringsleiders direct de doorslag kunnen geven om belemmeringen in vooral bilaterale relaties op te heffen, ministers en ambassadeurs hebben die statuur niet, noch minder zaakgelastigden. Maar een belangrijke vereiste voor succes is, dat het staatshoofd zeer goed geïnformeerd en voorbereid aan het gesprek met zijn collega moet beginnen. Doet hij dat niet, dan zal succes hem of haar niet ten deel vallen.

Richard Nixon en Mao Zedong
In de zeventiger jaren van de vorige eeuw werd persoonlijke diplomatie populair gemaakt door Henry Kissinger, eerst als veiligheidsadviseur van president Nixon, later als zijn minister van Buitenlandse Zaken. Kissinger, die een respectvolle relatie opbouwde met de Chinese premier Zhou Enlai, slaagde erin de doorbraak te maken in de bilaterale Amerika-China relatie. Als resultaat van deze persoonlijke ontmoetingen tussen Kissinger en Zhou Enlai bracht president Nixon in februari 1972 een bezoek aan voorzitter Mao Zedong.

Deze openstelling van de Volksrepubliek China als gevolg van de persoonlijke diplomatie is sedert toen een effectief instrument gebleven in de Chinese buitenlandse politiek. Vooral rond de eeuwwisseling en ook daarna trokken vele Chinese hoogwaardigheidsbekleders de wijde wereld in om “China’s positie van opkomende grootmacht te consolideren en ideologische verschillen, vooral inzake mensenrechten, te verhullen in wolken van goodwill”.

Ronald Reagan en Michail Corbachev
Een andere grote voorstander van de persoonlijke diplomatie was de Amerikaanse president Ronald Reagan, die een onwrikbaar geloof had in face-to-face discussies met diegenen die hij wilde overhalen i.e. voor een zaak wilde winnen. Vóór Reagan president werd van de Verenigde Staten, was hij jarenlang de voorzitter van het gilde van de Amerikaanse acteurs; in die hoedanigheid bracht hij vele uren door in onderhandeling met de filmstudio bazen totdat er een goed en eerlijk contract was getekend tussen acteurs en de studio’s.

Reagan was zo overtuigd van zijn persoonlijke onderhandelingsvaardigheden dat vanaf de eerste dag van zijn presidentschap hij gewerkt heeft aan een ontmoeting met zijn Sovjet tegenhanger. Dat moment kwam in november 1985 in Genève toen hij, direct na de eerste dag van de summit, Mikhail Gorbachev, vroeg om samen een wandeling te maken, alleen vergezeld door hun tolken. Zo begon een verstandhouding tussen de twee machtigste mannen op aarde die uitgroeide tot respect voor en vriendschap met elkaar.

Van Reagan is bekend dat hij een grote tegenstander was van het communisme, maar zijn persoonlijke diplomatie en zijn opgebouwde relatie met Gorbachev waren belangrijke factoren in het vormgeven van de krachten die geleid hebben tot het einde van de Koude Oorlog. Time magazine riep toentertijd Gorbachev uit tot Man of the Decade en over de rol van Ronald Reagan merkte Margaret Thatcher op he won the Cold War without firing a shot.

Indira Gandhi en Zulfikar Ali Bhutto
Bij persoonlijke diplomatie hoeft geen sprake te zijn van gelijke machtsposities van twee leiders. Een goed voorbeeld hiervan is de ontmoeting van de Indiase premier Indira Gandhi en de Pakistaanse president Zulfikar Ali Bhutto (de vader van Benazir) in 1972 in Simla, de hoofdstad van de Indiase deelstaat Himachal Pradesh. Pakistan, toentertijd West Pakistan, onder leiding van de militaire dictator generaal Yahya Khan, leed een verpletterende nederlaag in de oorlog tegen Oost Pakistan (tegenwoordig Bangladesh) dat zwaar ondersteund was geworden door India.

Behalve verlies van Oost Pakistan, verloor (West) Pakistan de helft van zijn marine, een kwart van zijn luchtmacht, daarnaast bezette India 5000 vierkante mijlen van (West) Pakistaans grondgebied en had 93000 (West) Pakistaanse krijgsgevangenen. Met dit vernederend verlies kwam ook eind aan 13 jaar militaire dictatuur in Pakistan. Bhutto was ten tijde van die oorlog in New York, maar keerde op 20 december 1971 terug naar Rawalpindi waar hij ingezworen werd als de 4e president van Pakistan.

Als president van Pakistan reisde, Zulfikar Ali Bhutto, als verliezer in juli 1972 naar de winnaar, Indira Gandhi, in Simla voor een persoonlijke ontmoeting. Hij slaagde erin -volgens sommigen dankzij zijn onderhandelingsvaardigheden, volgens anderen dankzij de grote medewerking van Indira- de 93000 krijgsgevangenen vrij te krijgen, de 5000 vierkante mijlen terug te krijgen, terwijl beide landen de circa 750 km Line of Control in Kashmir accepteerden.

Persoonlijke diplomatie niet altijd succesvol
Hiervoren is reeds opgemerkt dat persoonlijke diplomatie goed voorbereid moet worden. In deze voorbereiding spelen professionals, vooral op het gebied van de diplomatie en internationale betrekkingen een grote rol. In essentie betekent dit, dat persoonlijke diplomatie-ontmoetingen dienen plaats te vinden na extensieve graaf- en pionierswerk door professionele diplomaten.

Het gebrek hieraan heeft onder meer gemaakt dat president Donald Trump tot nog toe weinig succes heeft geboekt in zijn persoonlijke diplomatie ontmoetingen met de Russische, de Chinese en de Noord-Koreaanse leider. Trump maakt bijna geen gebruik van het State Department want zegt hij “Ik ben het beleid”. I’m the only one that matters, because when it comes to it, that’s what the policy is going to be.


Ook de Indiase premier Narendra Modi heeft geen ervaring in buitenlandse zaken. Enige tijd geleden zei Modi dat I did not follow protocol. I am a simple man with no baggage. I made friends the world over. Volgens Modi “is het belangrijkste dat ik de vertegenwoordiger ben van 1.3 miljard mensen en had de wereld voor 2014 geen interesse in wat India te zeggen had, maar met hem aan de macht is de situatie compleet veranderd”. Nauwelijks had Modi zijn intrek genomen in de woning van de premier in Nieuw Delhi of hij ging de weg op van de persoonlijke diplomatie. Maar zijn zogenaamde Modi doctrine i.e. neighbourhood first heeft niet de resultaten opgeleverd die hij wenste; Bhutan, Nepal, de Maldiven en Sri Lanka zijn uit de invloedssfeer van Nieuw Delhi aan het verdwijnen en neigen meer richting Beijing.

De door politici gevolgde persoonlijke diplomatie-lijn zal zonder de inbreng van professionele diplomaten geen voordelen opleveren. Maar helaas, veel politici wantrouwen professionals. Zo dacht president Roosevelt dat hij beter met Uncle Joe (Stalin) kon dealen dan Churchill, die 30 jaar ervaring achter zich had. Uit de in november 2018 gepubliceerde The Kremlin Letters komt naar voren dat Churchill een betere geo-politicus en onderhandelaar was dan Roosevelt.

President Truman beschouwde zijn eigen State Department als een “vijandige buitenlandse macht”. Ook de Israelische premier Golda Meir had niet veel op met professionele diplomaten. Zij waren in haar ogen te gepolijst en teveel geneigd begrip te hebben voor diverse standpunten. Golda vond dat the trouble with foreign policy is that it is foreign.

Uit eigen ervaring weet ik, dat ook in Suriname onze presidenten meer geloof en vertrouwen hebben in de mensen op hun kabinet dan de deskundigen op Buitenlandse Zaken. Het bekende twee-sporen beleid.
Niettemin, leiders blijven belangrijk, mits zij kennis en inzichten hebben en respect afdwingen zoals: Adenauer, Fidel Castro, Churchill, de Gaulle, Gorbachev, Kennedy, Mandela en Thatcher. Zij kunnen en weten te leiden. De mindere goden moeten leunen op professionals en dienen zich niet te storten in de turbulente wateren van de diplomatie, die vaak veel dieper is dan zij kunnen bevroeden!

Rudie Alihusain

Monday 21 January
Sunday 20 January
Saturday 19 January