Column: Politieke Borrelpraat #436
25 Nov, 22:47
foto
Opvallend veel vrouwelijke leden bij de gewapende machten tijdens het defilé in Groningen, Saramacca. (Foto: Leroy Troon)


“Heren, proost op 43 jaar Srefidensi.”
“Ja, vooral proost voor al die politieke clubjes, klopjes en klepjes die zich met klapjes en klipjes met hun mooipraterij en populisme stinkend hebben verrijkt ten koste van onze natuurlijke rijkdommen.”
“Altijd zo negatief, wees toch blij dat we in eenheid deze dag vieren.”
“In eenheid? In eenheid? Da waarom schreeuwde er eentje dat het een creolenfeest is dat naar zijn hindostanendistrict werd gebracht?”
“Politieke jaloezie, mijn vriend. Het grootste deel van de mensen aldaar zal flink meevieren en ik zie de districtsjongeren al meeschudden op de lustige tonen van de topbands uit de stad.”
“Hoe je het draait of keert, ik vind het een goed idee dat die Srefidensi elk jaar in een ander district wordt gevierd; waarom steeds in de stad?”
“Maar van al die politieke partijen met hun betweterige srefidensi-boodschappen, mi lob’a krantenkop disi: ‘Land onafhankelijk, samenleving zwaar beschadigd.”
“Die bedoelen: onze partij is vooral door onze eigen arronganzie zwaar beschadigd.”
“Voor mij zijn er maar drie wezenlijke dingen sinds onze onafhankelijkheid veranderd: V, Wen B.”
“Gunst mang, kom je weer met die idiote afkortingen. Wat zij die drie dingen waaraan je onze onafhankelijkheid wezenlijk herkent? VolksWagen en Benz?”
“Nee mang! Vlag, Woord en Bouta.”
“Jeetje, wat een lariekoek. Welk woord?”
“Srefidensi, die twee andere ken je.”
“De B was vandaag voor de tweede keer in legergroen te bewonderen.”
“Dus de rest is voor en na de onafhankelijkheid in principe hetzelfde gebleven?”
“Hetzelfde en vaak zelfs minder.”
“Ach, wat een geouwe*&%. Je kraait weer alcoholische nonsens uit.”
“Ja noh? Voor en na: afhankelijkheid van de mijnbouw, leven van buitenlandse donaties en leningen, miskenning van de landbouw, van-alles-importland, etnische en populistische politiekvoering, vallen voor buitenlandse grootheden, tegenover miskenning van het eigene, plundering van onze natuurlijke rijkdommen, kinderen op school niet zelfstandig leren denken, maar als papegaaien alles uit hun hoofd laten leren, gebrek aan volkswoningen, corruptie bij de overheid…”
“Ja, ja, is genoeg zo, j’e poor’mi dei.”
“Boi, maar een hoop tackles e tik’a kondre achter elkaar. Na die vuilnisbelt, kaf verbranding, ontplofte tankwagen en tanker op drift valt een voorgevel van een wrakkige winkel in onze drukste winkelstraat tijdens de middagspits zo ‘brap’ naar beneden, op geparkeerde auto’s en niet op mensen, gelukkig.”
“Opruimen al die wrakken in de stad en de kosten van sloop en opruiming komen op naam van de eigenaar of de boedel.”
“Maar als die niet betalen?”
“Dan gaat het bedrag elk jaar met 10% rente omhoog en een jaar wordt het perceel geveild of de staat neemt het over en maakt er een klein parkje van met normale schaduwbomen en niet met dat knoestig geboomte dat een of andere lolbroek heeft bedacht om aan de Jodenbredestraat te planten.”
“Boi, die binnenstad is echt een groenloze, schaduwloze betonnen asfalt- en autojungle geworden. Ongezellig, heet, zonder schaduw en zonder goed verzorgde mobiele toiletten.”
“Maar die oude binnenstad hoort tot het wereld-erfgoed.”
“Laat het werelderfgoed het dan maar opknappen. Als wij dat niet zelf kunnen: sorry, verkoop het aan een particulier. Of die brengt het terug in z’n oude glorie of hij mag het slopen als hij dat geld voor restauratie niet heeft en er een modern pand wil opzetten.”
“Ben ik eens. Onderhouden of slopen. Niet maar laten rotten totdat dat cultureel erfgoed op burgers of hun auto’s valt.”
“Helemaal met je eens. Kijk dat stomme ston-oso wrakkig ding bij Kwakoe. Jeetje, wat een gevaar en ontsiering van de binnenstad. Is dat werelderfgoed? Dat is wereldwrakgoed.”
“En hoe vonden jullie dat artikel onder de kop: ‘Afro-organisatie verwacht excuses van de Ashanti koning.”
“O, ze bedoelen die Tutu-lulu-sekeseke de tweede of hoe die met goud behangen en beladen grootvorst ook heet.”
“Groot gelijk heeft onze Wini-gaarden; die Ashanti’s gingen in de koloniale tijd gewoon de dorpen van kleine stammen binnen en eisten zoveel jongemannen en ook jonge vrouwen op. Anders: dorp plat branden.”
“Wat? Dat is niet waar! Die slaven werden door die vieze, vuile blanke slavenhalers geroofd.”
“Jonge zuipvriend in ons midden, jij redeneert als boer Koekoek-suku-Lula de derde. Je moet de historische feiten zonder emoties beschrijven.”
“Jullie oudjes bekijken alles door een koloniale bril. We moeten onze geschiedenis daarom herschrijven.”
“Helemaal met je eens, jongeman. Maar laten we dat ene gedeelte vanaf Afrika daarom goed herschrijven en niet de ene emotie vervangen door een andere.”
“Denk jij, jonge vriend, dat blanke slavenhalers tientallen kilometers de onbekende jungle ingingen om tienduizenden slaven te roven? Yu law no?”
“Maar dat hebben ze ons op school niet geleerd.”
“Ziedaar, het belang van het herschrijven van onze geschiedenis. Die geroofde dorpelingen werden dan in tientalen forten langs de kust verzameld en om de zoveel tijd aan de blanke handelaren verkocht in ruil voor allerlei spullen, zoals messen, bijlen, spiegeltjes tot vuurwapens toe.”
“Niet voor niets werd dat gebied in Ghana de Goudkust genoemd.”
“En dat was in principe datzelfde gedoe van de inlandse vorsten tegen die arme dorpsboeren in Nederlandsch Oost-Indië waartegen Eduard Douwes Dekker in zijn boek Max Havelaar scherpe kritiek leverde.”
“Dat klopt, beste borrelbroeder, en de koloniale overheid speelde onder één hoedje met die inlandse vorsten, want die hielden dat volk lekker onder de duim.”
“Ik ken dat boek niet.”
“Beste jonge vriend, wat voor patjapatja hebben jullie dan op de middelbare school moeten lezen?”
“Wij lazen meer uittreksels en simplefied boeken. Maar wij kunnen wel heel goed buitenlandse grootheden hier op bezoek het gevoel geven dat ze zich onder hun eigen mensen bevinden door hen met een van onze geconserveerde etniciteiten kennis te laten maken.”
“Ja, ja. in de hoop dat ze zo gecharmeerd raken, dat ze wat grijpstuivertjes achterlaten, zie onze vorige grootheid op bezoek, zijne Ramnath uit India waarmee zelfs yoga werd gedaan.”
“Laat die kaaskoppige Stef Betonblok dit zien, dan zal hij anders kraaien over ons.”
“Hij zal zeggen: jullie zijn en blijven ‘a fale state’ met een buitenlands beleid zonder lijn. Dan zijn jullie vriendje met linkse dictators, dan knippen jullie lintje bij opening van die enorme Trompse ambassade in jullie land, dan hebben jullie diplomatieke relaties met een rare Balkanstaat en een onvervalste midden-Afrikaanse dictator, dan hebben jullie een ambassadeur in Jeruzalem, die op de valreep niet meer ging, maar jullie erkennen wel de Palestijnse staat, dan hebben jullie relaties met de Islamic bank enerzijds en de Wereldbank anderzijds.”
“En om wat grijpstuivertjes kappen jullie grote gaten in jullie regenwoud die in savannes zullen veranderen en binnenkort laten jullie je visgronden leegstropen door gele mannetjes met hun zware Hektrawlers.”
“Ons buitenlands beleid is: overal gaan waar er een lekkers of een lening te halen valt; ach, we hebben toch zoveel bos en een zee vol vis. Een beetje minder gaat ons niet doodmaken. Dit diplomatisch pluralisme van ons ziet die domme Blok niet.”
“En straks vliegen we rechtstreeks naar Ghana, zo droomt een of andere omhooggevallen hoge Piet.”
“Die ziet ze al vliegen.”
“Alweer dat negativisme! Jullie hebben last van goedheid in dit land. Niets keuren jullie goed.”
“Dan vind jij het positief dat een deel van de Staatsraad wegloopt, omdat ze het niet eens zijn met o.a. de afschaffing van die pre-electorale combinaties?”
“Omdat ze zelfstandig geen zetels zullen halen; ze moeten plakken en ‘koepariёren’ op grotere partijen.”
“Maar zien jullie niet al een beetje de komende coalitie en oppositie vorm krijgen? Wie ging er weg en wie bleef er in die vergadering zitten?”
“Ik weet één ding: ik blijf hier zitten totdat m’n glas niet meer aangevuld wordt. Dan zal ik naar de andere kant overlopen waar ze wel de glazen aanvullen. P’a lekkers de, drape m’e go. Yeah.”

Rappa