Suriname nog niet klaar voor grote olievondsten
14 Nov, 17:40
foto
Dorival Bettencourt presenteert namens de internationale consultant DAI Global Inc de resultaten van een baseline study. Deze is verricht in opdracht van Staatsolie. (Foto: René Gompers)


Met de grote vondsten en nog te vinden oliereserves in het Guyana schild, ontstaat er een nieuwe olie-industrie in de regio. Maar Suriname is, volgens een studie waarbij 200 bedrijven in het land zijn getoetst, op dit moment niet ‘ready’ om mee te doen aan de miljarden industrie. Het land komt niet eens door de ‘pre qualifications’ omdat het niet voldoet aan de vereisten om in aanmerking te kunnen komen voor een contract. Ondertussen is al ruim 16 miljoen Amerikaanse dollar misgelopen; geld dat het land kon verdienen aan minimaal twee van de eigen boringen op zee.

De internationale consultant DAI Global Inc heeft in opdracht van Staatsolie en haar partners een Industrial Baseline Study (IBS) verricht. Dinsdag zijn de resultaten door Dorival Bettencourt van DAI gepresenteerd in de Bankethal van Hotel Torarica. De studie is gedaan om te toetsen of de lokale industrie berekend is op de toekomstige olie-industrie. 200 bedrijven zijn getoetst, er is onder andere ook gelet op de financiële markt, de mate van kennis en technologie, afhandelings- en levertijden van materiaal, infrastructuur, veiligheid en technische vaardigheden. Allemaal in het kader van de olie-industrie. Suriname scoort volgens de IBS gemiddeld 4.9, net te weinig om een contract binnen te brengen. Daarvoor is een score van 5 plus en hoger nodig.

In Guyana zijn er al miljarden aan reserves ontdekt. In Guyana is men ook bezig in ijltempo zich klaar te maken op wat komt. In Suriname zijn er nog geen commerciële reserves gevonden maar er valt al aardig wat geld te verdienen. Aan twee boringen is er US$ 21 miljoen uitgegeven. Vier miljoen in Suriname en de rest in Trinidad & Tobago toont Rudolf Elias, algemeen directeur van Staatsolie, aan. In Trinidad & Tobago is aan brandstof meer dan US$ 11 miljoen uitgegeven. De schepen komen niet naar Suriname omdat de rivier ondiep is en wordt dus naar Port of Spain uitgeweken om materiaal en andere benodigdheden aan te schaffen. “De schepen doen liever Suriname aan omdat het goedkoper uitkomt maar dat kan nu niet," voegt Elias toe.

De studie heeft blootgelegd waar Suriname, althans het grootste deel van de onderzochte bedrijven, nog aan moet werken. Er moeten doelen worden gesteld, die kunnen in fasen behaald worden, geeft Bettencourt aan. Hij legt ook uit waarom en op welke manier dat kan. Suriname is trouwens al goed onderweg, merkt hij op. Bettencourt heeft ook aangegeven hoeveel er te verdienen valt wanneer de bedrijven zijn versterkt en hoeveel er mis gelopen wordt in de huidige stand.

“De studie is over de hele industrie gedaan,” licht Elias toe. “Staatsolie heeft bijvoorbeeld al raffinaderijen gebouwd, er is een zekere expertise aanwezig. Enkele bedrijven zijn al ‘ready’ om te participeren maar het gros van de industrie niet. De studie heeft laten zien waar de gaten zitten en hoe die gedicht kunnen worden. De IBS is nu gedaan zodat bedrijven zich nu al kunnen versterken zodat ze straks kunnen voldoen aan de eisen om contracten te winnen. Want wanneer de tijd daar is, en die komt zeker, gaat alles in snel tempo geschieden. We hebben nog wat tijd om ons voor te bereiden zodat we deze slag niet missen.”

Na de presentatie is er gediscussieerd. In het panel zaten Bettencourt, Elias, Ashok Rambali namens het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, Ian Roberts van de Apache Corporation en minister Patrick Pengel van Openbare Werken, Transport en Communicatie. Het uitbaggeren van de Surinamerivier is wederom ter sprake gekomen. Minister Pengel heeft meegedeeld dat vanaf volgend jaar begonnen kan worden aan het uitdiepen en verbreden van de vaargeul van de Surinamerivier. Er zal tot 6,5 meter worden gegraven. Volgens Roberts van Apache Corporation is dat niet genoeg voor de schepen om zaken in Suriname te komen doen. Onderzoeker Deryck Ferrier van Ceswo heeft tijdens de bijeenkomst aangegeven dat 6,5 meter diepte geschikt is voor de schepen om de haven aan te doen. Bij hoogwater heeft de rivier dan een diepte van 8.5 meter.

René Gompers