De oostgrens: grenslijnbepaling of grensregio-ontwikkeling?
09 Nov, 02:48
foto


Bij de bepaling van de juiste loop van onze oostgrens rijst de vraag of het gaat om geopolitiek, geo-technologie, conservering van traditionele leefgewoonten, milieuconservering of ruimtelijke ordening- en planningsaspecten voor een groot gebied. Vast staat dat de vraag waar de grens tussen ons land en Frans-Guyana nu precies ligt zowel actueel als uitermate essentieel is voor de ruimtelijke en economische ontwikkeling van de hele oostelijke grensregio.

Of de wijze van grensafbakening nu de middellijn is of anderszins, de vastlegging van de exacte grenslijn tussen de beide oevers van de Marowijnerivier is door het sterk toegenomen transport van mens en materiaal en economische activiteiten in de afgelopen 25 jaar, nu belangrijker dan ooit. De toename van de bevolking en gewijzigde demografische samenstelling daarvan in die periode resulteerde onder andere in een veel grotere bevolkings- en woondichtheid op delen van beide oevers en meer nog op diverse eilanden.

Het hoeft geen betoog dat de hoeveelheid wegwerpmateriaal, huisvuil, etc. ook significant toenam. Het betreft namelijk een aquatisch milieu (water) waarin vervuiling zich doorgaans veel sneller verspreidt dan op land. Goed aan te voelen is, de achterliggende vraag wie voor welke vorm van vervuiling aansprakelijk te stellen is en eventuele milieusaneringskosten (het schoonmaken van de rivier, de kreken en de bodem) zal betalen? Overduidelijk is dan ook dat het meest belangrijke resultaat van overleg tussen de Surinaamse en de Franse overheid dus een duidelijke grenslijn en consensus over het beheer en planvorming voor ontwikkeling aan weerszijden van de grenslijn als resultaat zal moeten hebben.

Zonder meer is aan te nemen dat o.a. door het Franse 'Nationaal Centrum voor Ruimtestudies', een expertise-centrum van formaat, de grens tussen Suriname en Frans-Guyana reeds lang en zeer gedetailleerd, volledig geo-conform, in kaart is gebracht, inclusief x, y en z-coördinaten (die de hoogte en diepte aangeven) en een rijkdom aan thema's digitaal is gevisualiseerd. Onder andere zullen gedetailleerde beschrijvingen van kenmerken van de grensrivier en zijtakken op basis van verschillende geo-hydrologische omstandigheden ook verklaard en gevisualiseerd zijn. Simpelweg omdat ook de Marowijnerivier onderhevig is aan verschillende waterstanden waardoor bij verschillende bewoonde delen langs 'de grenslijn' de ene waterstand meer of minder voordelen oplevert voor bijvoorbeeld regulier goederen- en passagiersverkeer dan de andere.

Als het gaat om landschappelijke vormen, waaronder ook die onder water (de topografie van de rivierbodem) zijn verschillende vaargeulen op verschillende locaties te identificeren. De ene vaargeul is niet even frequent beter bevaarbaar dan de andere.

Kortom: wij moeten aannemen dat die Grote Buurman die al lang met onze overheid in dialoog wil treden over de afbakening van de grens, inclusief bebakening en led-verlichting ’s nachts, beschikt over een grote diversiteit aan geo-informatie m.b.t. een vast te stellen permanente grenslijn.

De recente onverwacht forse acties van de Franse gendarmerie onderstrepen het niet te onderschatten kennisniveau betreffende 'de grenslijn' en de geometrische betrouwbaarheid daarvan. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vormde dat 'geo-kennisniveau' de basis voor de betrokken acties, ofschoon daarmee de volledige rechtmatigheid van die acties bewezen noch volledig gerechtvaardigd hoeft te zijn, zoals ook niet-juridisch geschoolden stellen.

Gesteld kan wel worden dat een grote mogendheid als Frankrijk niet gemakkelijk ondoordacht handelt. Ook de Fransen zijn zich ervan bewust dat elk conflict voor beide partijen nadelige gevolgen heeft, niet constructief is, littekens achterlaat, de benodigde duurzame economische ontwikkeling van het betrokken (grote) grensgebied stagneert en dus geenszins te prefereren valt. Ik ga er derhalve dus vanuit dat de grote mogendheid Frankrijk, zijn status in mondiaal perspectief in achtnemend, bepaald niets van een conflictsituatie of potentieel conflict wil horen en zich constructief zal opstellen. Maar wel op basis van een niet te onderschatten overmaat aan gedetailleerde actuele informatie over het hele grensgebied sinds tenminste een decennium!

Het is niet ondenkbaar dat de Franse overheid van de voorkomens van kostbare mineralen onder de rivierbodem sinds jaar en dag (heel) goed op de hoogte is. Wij moeten ons ervan bewust zijn dat onze positie nu in meer dan één opzicht enige zorgen baart: zowel in inhoudelijke zin als m.b.t. een economisch attractieve, maar duurzame toekomstvisie voor dit gebied. Nodig zijn enerzijds een solide onderbouwing van de eventuele, absolute ligging van de grenslijn, de onderliggende geo-technologische kennis en concrete, gedetailleerde basis-geo-informatie die daarvoor nodig is. Kennelijk ontbreekt de specifiek op het onderhavige hoofdthema toegespitste Geografische Database.

Voor een visie op ontwikkeling van het gehele gebied zijn van doorslaggevende betekenis o.a. de welvaartsdiscrepantie en dus impliciete afhankelijkheid, fondsen om de betrokken grote regio voldoende snel te ontwikkelen en hoe, fondsen en specifieke kennis voor het monitoren van de impliciet grote variëteit aan ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden voor delen van het gebied die (doorgaans) een reflectie zijn van een diversiteit aan o.a. economische mogelijkheden met variabele milieu-effecten.

Vast staat dat (gewenste) afwijkingen van een op rationele basis voortvloeiende grenslijn goed geëvalueerd moeten worden en het gekwantificeerde en gevisualiseerde draagvlak voor afwijkingen die wij eventueel voorstaan, te produceren is. Het zou namelijk zo maar kunnen dat een onvoldoende goed doordachte (eventuele) wijziging van een gepresenteerde grenslijn nogal vervelende gevolgen kan hebben en een scala aan gewenste ontwikkelingsmogelijkheden kan stagneren of zelfs belemmeren. Uiteindelijk moet namelijk worden geconcludeerd dat het, hoe contradictief het ook lijkt, toch niet primair om een grenslijn gaat, maar om de beschikkings- en beheersingsmacht van een iets meer of minder groot deel van een grote ontwikkelingsregio. Daarbij is het beheer thans in hoge mate een afgeleide van het grotendeels natuurlijke milieu waar Suriname voldoende expertise voor in huis lijkt te hebben. Deels betreft het echter te creëren ruimtegebruiksvormen die het welzijn van de lokale bevolking optimaliseren en de welvaart maximaliseren. Deze resulteren uit geprefereerde ruimtelijk-economische varianten van ontwikkelingsplannen. De vraag is of wij voor de uitvoering van deze geplande, meer-dimensionele, ontwikkelingen wel voldoende expertise in huis hebben.

Toekomstvisie: een dualistische leidraad
Als teamleader van een groep die in de periode 1994-1995 een onderzoek uitvoerde in het Paramaccaans stamgebied (circa 70 km. op en langs de rivier), kan ik o.a. het volgende stellen.
De centrale vraag is: hoe zien wij de Marowijnerivier?
1) Als grenszone met een grenslijn die nauwelijks te overschrijden is of zal zijn?
2) Als een te overschrijden smalle zone aan weerszijden van de grenslijn t.b.v. verschillende vormen van transport en te continueren reguliere bevolkingsinteracties?
3) Als drager van hoogwaardige mineralen?
4) Als een eilandontwikkelingsregio?

Deze laatste visie alleen al heeft vanwege de toenemende druk op en belasting van het (eiland)milieu en de daaruit voortvloeiende broodnodige milieusaneringsactiviteiten zowel op korte termijn, alsook voor volgende generaties een pittige prijskaart. Het vereist vanaf nu reeds 'monitoring' activiteiten die continue, heel kostbare, bewakende observaties vereisen voor een diversiteit aan thema's en typen verontreininging (w.o. met zink, chloriden, nitraten, benzine). De kwikvervuiling van de rivier was in 1994-'95 verwaarloosbaar klein, ofschoon er al enige scalians operationeel waren nabij Langatabiki. Voorts werd toen al geconcludeerd dat op bepaalde lokaties de zuurstofhuishouding van het aquatisch ecosysteem aan zijn ecologisch plafond zat.

Het zou ideaal zijn om te streven naar een 'cross-border cooperation' op basis van consensus en daaruit voortvloeiende ruimtelijk-economische planning, waarbij verschillende belangen aan weerszijden van de grenslijn met elkaar in harmonie en wederzijds voordeel worden behartigd.
In geo-politiek opzicht zullen de respectievelijke overheden naar verwachting niet altijd precies dezelfde richting uitkijken: meningen over prioriteitsthema's en deelgebieden die met voorrang ontwikkeld moeten worden, kunnen per overheid verschillen. In geopolitiek opzicht kunnen bepaalde prioriteitsgebieden voor ontwikkeling zelfs de rol spelen van instrument voor realisatie van gecamoufleerd separatisme. Maar daar hoeft bij een constructieve dialoog geen sprake van te zijn.
Wat voorop staat is dat de hele grensregio bij uitstek een ontwikkelingsvariant behoeft die bekend staat als 'Corridor Development'. Bij dit ruimtelijk-economisch (= economisch-geografisch) ontwikkelingsmodel is in de grensregio de rivier de feitelijke corridor in meer-dimensionele zin, waarvan voor verschillende delen aan weerszijden van de grenslijn op elkaar afgestemde vormen van ontwikkeling worden voorgestaan.

Duidelijk moet hierbij ook zijn dat 'ordening', nu van het wateroppervlak, een modekreet is die steeds vaker wordt gehoord. Ordening heeft slechts zin binnen de context van een gedegen ruimtelijk ontwikkelingsplan. Daartoe zal een faciliterende rol van beide overheden optimaal nodig zijn. Een duurzame dialoog is vereist in een 'give and take'-scenario voor het creëren van een belangenharmonie (in tegenstelling tot een belangenconflict). Voor een integrale belangenafweging is uiteraard concrete kennis nodig van vigerende ontwikkelingsprioriteiten bij de lokale bevolking die, op aspecten, mogelijk wat minder prioritair zijn bij een der overheden of mogelijk beide. Maar zelfs de bevolkingsvoorkeur kan economische groei belemmeren.

Het ontwikkelen van eilanden aan de 'Surinaamse zijde' kan extra hoge kosten met zich meebrengen en een beperkte duurzaamheid hebben. De toenemende druk op het milieu door de hoge occupatiegraad maakt continue uit te voeren milieusaneringsactiviteiten noodzakelijk; het kostenplaatje is hoog. Daar zal de Franse overheid in een samenwerkingsverband gericht op regionale ontwikkelingssamenwerking wellicht niet echt happig op zijn. De eilanden overstromen het snelst, de schade is daar het grootst. De eilanden lijken een bodemvruchtbaarheid te hebben die hoger is dan het gemiddelde. Maar op bepaalde oeverdelen kunnen gronduitgifte en verlening van concessies zinvolle planvorming en daaruit voortvloeiende ordeningsoptimalisatie mogelijkheden de beschikbare gebruiksruimte sterk reduceren.

Maar ondanks het grote ontwikkelingspotentieel van de oostelijke regio blijft duurzame planvorming toch een slag in de lucht zolang de grenslijn niet goed bekend is; deze blijft een essentiële component van het fysieke draagvlak voor vormen van regionale ontwikkelingsplanning en ordening en voor implementatie van alles wat is uitgedacht. Zonder de grenslijn zal het op zijn best bij de gebruikelijke gefragmenteerde deelplan-exercities en facet-plannen blijven. De daaraan gerelateerde ontwikkeling verloopt dan veel te traag om het predicaat ontwikkeling te kunnen dragen. Wij staan er (in ieder geval ogenschijnlijk) m.b.t. een significant aantal aspecten die als dragers voor ontwikkeling te boek staan, de zg. 'Basic Building Blocks', niet heel riant voor.

De uitgestrekte oostelijke grensregio vereist voor duurzame ontwikkeling nogal wat kapitaalinputs en een faciliterende rol van beide overheden. Daarbij is die van de Franse overheid cruciaal om duurzame ontwikkeling in ieder geval een take-off te verschaffen. Dus zullen wij hun faciliterende rol maximaal nodig hebben om gewenste ontwikkelingsdoelstellingen snel te realiseren. Een pluspunt kan zijn dat de Franse overheid een verrassend grote toegeeflijkheid bij onderhandelingen etaleert met het oog op van Surinaamse zijde gewenste economische ontwikkelingen indien hun (milieu)beheermiddelen in de (nabije) toekomst drastisch te reduceren zijn door vigerende ruimtelijke ontwikkelingen om te buigen naar ontwikkelingen op de oevers. Het is aan te bevelen dat onze overheid dit argument serieus in overweging neemt bij gezamenlijke planvormingsvoorstellen voor deze grote, nieuwe 'planregio' met een sterk gefragmenteerde ruimtelijke structuur, aantoonbare nadelen van transportroutes en (veel) minder kapitaal dan de Grote Buurman, om ten minste noodzakelijke ontwikkelingen voor de relatief snel groeiende lokale bevolking voldoende snel te realiseren.

Tot slot: Fransen produceren wijn van hoge kwaliteit. Meedrinken en zo veel mogelijk ontwikkelingsdoelen realiseren is te prefereren boven het doen van (deels vervuild rivier-) water in de naar onze smaak mogelijk wat zuur proevende wijn. Overigens zijn de Fransen ook op culinair gebied experts van wereldformaat en fijnproevers. Dus...

Drs. H.T.J. Lutchman

(Spec. Ruimtelijke Ontwikkelingsplanning/Toegepaste Geo-informatica en Remote Sensing. Met dank aan 'Rappa' voor de zinvolle journalistieke interventies.)

Thursday 15 November
Wednesday 14 November
Tuesday 13 November