Naming, blaming en shaming
20 Oct, 15:30
foto


In de afgelopen jaren zijn aardig wat woorden besteed aan "de regelcultuur, vriendjespolitiek en corruptiepraktijken''. Menigmaal hebben zelfs DNA-leden met veel tam tam melding gemaakt van corruptieve praktijken die zij hadden ontdekt. Omdat je vervolgens weinig meer hoort van de resultaten van aangekondigde onderzoeken, wekt het de indruk dat het puur om politiek gewin gaat dan om verandering van gedrag.

In de jaarlijkse index die Transparancy International publiceert - Corruption Perceptions Index 2017- stond Suriname op nummer 77. Ten opzichte van de voorgaande rapportage is Suriname in de ranking gedaald van plaats 64 naar plaats 77 op de lijst. Voor het beeld van de lezer: Transparancy International heeft in totaal 180 landen onderzocht op het gebied van corruptie. De maximale score die een land qua transparantie kan scoren is 100. Suriname scoort met een gemiddelde van 41 samen met landen uit de regio als Trinidad en Tobago slecht. Dat, terwijl de overheid anti-corruptie wetgeving heeft gemaakt en hard roept werk te maken van corruptiebestrijding.

Anti-corruptie wetgeving alléén is echter onvoldoende. Corruptie komt voort uit handelingen die mensen verrichten; een persoon doet iets om er zelf beter van te worden of men kijkt weg omdat men daar voordeel bij heeft. Omdat het om menselijk handelen gaat, is het hard nodig bij corruptiebestrijding de focus te richten op het gedrag van mensen. De maatregelen die tot nu toe zijn getroffen hebben namelijk meer met de "structuur" te maken. Dat is ook te begrijpen omdat structuurveranderingen namelijk het makkelijkst door te voeren zijn.

Hoe ziet zo'n veranderingsaanpak er uit? Het parlement neemt een anti-corruptie wet aan. Als uitvloeisel daarvan worden processen, procedures en richtlijnen opgesteld hoe te handelen bij corruptiemeldingen. Taken, rollen en bevoegdheden van alle betrokken instanties worden keurig beschreven. Er wordt een controlerend orgaan opgezet waar alle corruptiemeldingen binnenkomen, en die deze meldingen doorgeleid en/of zelf onderzoekt. Als sluitstuk worden ook de sancties transparant gemaakt. Kan je als je dit alles hebt geregeld vervolgens achterover gaan leunen? Het antwoord is neen!
Een goede infrastructuur is nodig voor een adequate aanpak van corruptie. Maar dat alleen is onvoldoende. In mijn optiek zou na de structuuraanpassing veel aandacht en energie gericht moeten worden op het beïnvloeden van beelden en opvattingen over corruptie, op denkwijzen over corruptie en het daadwerkelijk handelen van mensen.

Samengevat op het gedrag van mensen. U en ik weten hoe moeilijk en lastig het is om (aangeleerd) gedrag van mensen te veranderen. Toch zou de aandacht hierop gericht moeten worden. Over het algemeen wordt er van uit gegaan dat mensen altijd rationeel handelen. Wetenschappelijk onderzoek laat echter zien dat veel van het menselijk gedrag onbewust, dus niet rationeel is (Sugden, 2009; Marteau, Hollands en Fletcher, 2012). Daardoor kan het voorkomen dat óók als iemand geen corruptiehandelingen wil plegen, onbewuste denkfouten in het menselijk brein het voorgenomen gedrag tegenwerken.

Een methode om die onbewuste denkfouten te voorkomen is ''nudging''. Nudges of 'duwtjes' in de goede richting kunnen mensen aanzetten tot ander gedrag bijvoorbeeld door voorbeeldgedrag van leiders of door de omgeving waarin mensen corruptief gedrag vertonen zodanig te veranderen zodat betere keuzes gemaakt worden. Maar gezien de lage positie in de index van Transparancy International is er voor Suriname een lange weg te gaan. Daarom zal de investering in gedragsverandering ofwel ´duwtjes´ in de goede richting veel eerder moeten beginnen. Nudges begint bij de opvoeding thuis, in lesprogramma's voor scholen, bij sportverenigingen, binnen jongerenorganisaties, binnen religieuze gemeenschappen (de kerk, de mandir, de moskee etc.) en zeker ook binnen de politieke partijen. Aangezien corruptie een land verarmt, ontwikkeling remt en bovenal door en door verziekt, verdient het bestrijden daarvan brede maatschappelijke aandacht.

Als burger van het land, als ondernemer, werknemer, politicus, journalist of opiniemaker, onderwijzer of scholier, arts of verpleegkundige, als ambtenaar of cliënt én ook als vakantieganger moeten wij het niet normaal vinden dat bijvoorbeeld mensen voor hun beurt piepen als ze in de rij staan voor de paspoortcontrole op de JAP. We moeten het niet gewoon vinden dat jij een afspraak bij een instantie hebt, maar mensen met geld of aanzien voorgetrokken worden. We moeten het niet vanzelfsprekend vinden dat een uittreksel of een akte bij Bureau Burgerzaken sneller in orde wordt gemaakt, omdat jij toevallig de zoon of dochter bent van een bekend persoon. Als ondernemer dient u geen genoegen te nemen om eerst een ''envelop'' te geven alvorens bij een inschrijving in aanmerking te mogen komen voor een opdracht. Als je met alcohol achter het stuur zit en je wordt aangehouden, zul je de consequenties moeten aanvaarden. De agent in kwestie dient ook niet in te gaan op een ''tjuku" aanbod. Je inschrijving voor een perceel mag niet afhangen van jouw politieke kleur. Als lezer kunt u uit eigen ervaring deze opsomming nog verder aanvullen. Pas als wij als mens hierin consequent volharden, zullen we erin slagen een draai te geven aan wat wij als alledaagse corruptiepraktijken normaal zijn gaan vinden. En we zouden nog een stap verder moeten gaan. Wanneer professionals uit hoofde van hun functie een corruptieve handeling plegen, horen we dat te signaleren en niet de andere kant op te kijken. Gelukkig gebeurt dit steeds vaker.

Veranderen van gedrag is geen gemakkelijke opgave, maar het is wel mogelijk. De mensen zullen wel zelf verantwoordelijkheid moeten nemen om corruptie en corruptieve praktijken als niet-normaal te beschouwen. Daarom is het goed om het consequent te blijven benoemen, te sanctioneren en mensen die aantoonbaar corrupt zijn aan de schandpaal te nagelen. Naming, Blaming en Shaming zal dan een betere strategie blijken, omdat het iets wezenlijks toevoegt aan ''structuur'' veranderingen.


Drs. S.A. Ramkhelawan
Werkzaam als Strategisch beleidsadviseur in het publieke domein