Buitenlands beleid krijgt kleur
11 Oct, 18:26
foto


In Artikel 101 van de Grondwet van de Republiek Suriname staat geschreven: de President heeft de leiding over de buitenlandse politiek en bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.

Afgelopen week heeft president Desi Bouterse vier ambassadeurs beëdigd in het presidentieel paleis en heeft hij de ambassadeurs op het hart gedrukt, "Uw voornaamste taak is dan ook om ons buitenlands beleid uit te voeren door ontwikkelingsgerichte diplomatie te bevorderen en u bent ook verantwoordelijk om de unieke kenmerken van ons land te vertolken en hoog te houden”.

President Desi Bouterse heeft Marciano Armaketo beëdigd als ambassadeur van Suriname op Cuba. Ex-minister Sieglien Burleson wordt ambassadeur in België, Patty Chen zal Suriname in China vertegenwoordigen en Chantal Elsenhout wordt Caricom ambassadeur in Paramaribo.
Noch regering Bouterse I, noch regering Bouterse II heeft kunnen definiëren wat zij onder onder ontwikkelingsgerichte diplomatie verstaat en bij regering Bouterse I heette het toen economische diplomatie.

Dat buitenlandse posten de Staat Suriname heel veel deviezen kosten zal wel duidelijk zijn, maar de output en meerwaarde die zij leveren is tot op heden te verwaarlozen gebleken.
Zou het niet kunnen dat elke ambassade post, minimaal één investeerder per jaar zou kunnen dirigeren naar Suriname en dan zouden we een economisch groei kunnen realiseren die zijn weerga niet kent. Bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, staat in dat op zicht de teller steevast op nul.

Tot nu toe is gebleken dat onze ambassade en consulaire posten, voornamelijk ingezet worden als touroperators bureaus, die ambtenaren, ministers en politieke vrienden bij bezoek aan het land, onder andere brengen om te shoppen en rond te rijden, terwijl, vooral de ambassade posten als businesscentra zouden moeten functioneren om handel en investeringen te exploreren en bevorderen.
Met het benoemen van de nieuwe ambassadeurs zal blijken, dat het ook niet anders zal zijn geworden en dat de mooie woorden van de president aan niemand besteed zullen blijken te zijn.

Bij de agrément aanvraag in het buitenland van de nieuwe ambassadeurs kan van géén van ze gemeld worden dat ze enige consulaire, noch diplomatieke ervaring bezitten en hun curriculum vitae op dat vlak blanco is. Burleson heeft op het ministerie van Handel en Industrie, als minister niet kunnen overtuigen en is toen door de president gereshuffeld, Chen is junior advocaat en is waarschijnlijk uit de Chinese factie naar voren geschoven, Armaketo heeft bij zijn benoeming heel wat woorden van nederigheid en loyaliteit gebezigd, maar is vergeten te zeggen dat je voor dit job ook kundigheid moet bezitten. Elsenhout zal in Paramaribo haar post moeten uitzitten en is mogelijk een vlijtige bureau ambtenaar die door haar groep naar voren is geschoven.

Onlangs hebben we moeten bemerken dat in de VSA, bij de benoeming van een ambassadeur voor Suriname, de kandidaten ambassadeurs voor een Senaatscommissie moeten verschijnen en stevig aan de tand worden gevoeld, wat zij over het land weten, wat ze daar gaan doen en hoe ze de zaak wil aanpakken om de post tot een waardige te maken en de belangen van de Staat hoog te houden.

Niets van dit alles vallen onze ambassadeurs te beurt, waarvan hun kandidatuur in achterkamertjes met vrienden worden bekokstoofd en vervolgens voorgedragen en beëdigd.
Deze Amerikaanse methode van aanpak is totaal niet aan ons besteed en zal bij het ministerie van Buitenlandse Zaken van alle ontvangende staten in de kantlijn van de agrément aanvraag de notitie prijken, dat onze ambassadeurs licht gewichten zijn.
Jammer president, weer een gemiste kans voor de Republiek Suriname.

Roy Nanhkoesingh