ECOCIDE en de milieuwetgeving in ons land
16 Sep, 12:34
foto
Carlo Jadnanansing


In het zojuist verschenen nummer van het Surinaams Juristen Blad (SJB 2018 nummer 2) heeft Fayaz A. Sharman LLB MPA MICL een belangwekkend artikel geschreven met als titel: ECOCIDE: een nieuwe misdaad tegen de mensheid?
De vraag die vaak gesteld wordt is of gesproken moet worden van misdrijf tegen de mensheid of tegen de menselijkheid. Het lijkt erop dat de begrippen als synoniemen gebruikt worden. Volgens bekomen informatie wordt in Nederland de voorkeur gegeven aan de term menselijkheid, terwijl in België mensheid geprefereerd wordt.

Het begrip ecocide zal velen niet bekend in de oren klinken. De associatie met genocide wordt wel direct opgeroepen. Maar hierover straks meer. Ecocide wordt omschreven als: de grootschalige beschadiging, de vernietiging of het verlies van ecosystemen van een bepaald gebied hetzij door menselijk toedoen of door andere redenen en wel in een zodanige mate dat het vreedzaam gebruik van dit gebied door de inwoners ernstig verminderd is of zal worden.

Ecocide kan het gevolg zijn van exploitatie van de hulpbronnen, de nucleaire oorlogsvoering of het dumpen van schadelijke chemicaliën.
Op dit moment kent het internationaal recht vier misdaden tegen de vrede die berecht kunnen worden door het Internationaal Strafhof, te weten:
1. Misdaden tegen de menselijkheid;
2. Genocide;
3. Oorlogsmisdaden;
4. Misdaden van agressie (bijvoorbeeld foltering).
Deze misdrijven worden genoemd in het zgn. Statuut van Rome. Momenteel hebben 124 staten dit statuut ondertekend. Bij wet van 9 juli 2008 (SB 2008 nr. 91) is goedkeuring verleend tot toetreding van de Republiek Suriname tot het Rome Statute of the International Criminal Court. De toetreding zelf heeft plaatsgevonden op 15 juli 2008.

De eerste stap die gezet moet worden om ecocide in het hiervoor genoemde rijtje van internationale misdrijven onder te brengen, is dat één of meer van de hiervoor bedoelde staten dit voorstel doen. Zodra dit gebeurd is, staat het amendement open voor ondertekening. Indien een meerderheid van twee/derde wordt bereikt, wordt ecocide deel van het internationaal strafrecht, aldus Sharman.

Volgens de Schotse juriste Polly Higgins, die zichzelf advocaat van de aarde noemt (overigens aardige vondst!), ontbreekt er één belangrijke misdaad tegen de vrede: de grootschalige beschadiging en vernietiging van ecosystemen, oftewel ecocide. Zij is van mening dat ecocide op gelijke voet gesteld moet worden met genocide. Dat vinden vele mensen overdreven vooral als het om klimaatverandering gaat en vernietiging niet zichtbaar is. Maar volgens haar is ecocide niets anders dan een langzame vorm van genocide.
Zij wijst er verder op dat het realiseren van ecocide-wetgeving slechts een kwestie is van politieke wil.

Milieuwetgeving in Suriname
Sharman wijst erop dat in Suriname vooralsnog geen sprake is van één milieuwet als raamwet voor andere wetten ter bescherming en behoud van ons milieu. Volgens zijn informatie liggen er thans drie ontwerpwetten betrekking hebbende op het milieu ter behandeling bij De Nationale Assemblee, te weten:
1. Ontwerpwet houdende algemene regels met betrekking tot het heffen van statiegeld op drankverpakkingen (Wet Statiegeld op drankverpakkingen);
2. Ontwerpwet houdende regels houdende tarieven voor onderhoud van het rioleringsstelsel (Wet Tarieven Onderhoud Rioleringsstelsel);
3. Ontwerpwet houdende regels met betrekking tot tarieven van afvalstoffenverwijdering.

DNA heeft echter besloten de behandeling van bovengenoemde wetsontwerpen op te schorten in afwachting van de milieuwet.
Sharman geeft als omschrijving voor de Surinaamse milieuwetgeving: het geheel der wetten en andere bepalingen in Suriname gericht op het beschermen van het milieu. Hiertoe worden in ieder geval gerekend de milieuhygiënewetgeving, het recht betreffende de bescherming en het beheer van natuur en landschap, de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke bepalingen ter handhaving van het milieurecht, privaatrechtelijke milieurecht en het internationale milieurecht.

Hij wijst er verder op dat onder de vigerende Surinaamse wetgeving de Politiestrafwet en de Hinderwet de oudste nog van kracht zijnde wetten zijn die handelen over milieu gerelateerde bepalingen. Het gaat hierbij om regels zoals het verbod op het storten van vuil op en langs openbare wegen, of het niet onderhouden van de berm voor iemands huis.

De auteur van het SJB-artikel stelt dat het ontbreken van een kaderwet onder de naam van milieuwet noodzakelijk is voor de duurzame ontwikkeling van een gezond milieu. Hij benadrukt dat de kaderwet tevens moet dienen voor het deskundig beheren van ons milieu. Voor de afdwingbaarheid van de op te nemen geboden en verboden dienen de milieudelicten opgenomen te worden in het Wetboek van Strafrecht.

Sharman wijst erop dat dit wetboek dat in 2015 geheel vernieuwd is, in de artikelen 225 a en 225 b het misdrijf milieuverontreiniging strafbaar stelt. De vraag (CJ) is of de handhaving van deze bepalingen in de praktijk wel plaatsvindt. In ieder geval zijn mij geen gevallen bekend van berechting van personen op grond van de laatstgemelde artikelen. Ik heb er eerder op gewezen dat het opnemen van (nieuwe) delicten slechts zinvol is als de infrastructuur aanwezig is om tot opsporing, vervolging en berechting over te kunnen gaan. Als deze ontbreekt en dus in de praktijk geen maatregelen ter handhaving van de wet plaatsvinden, wordt het vertrouwen in de rechtstaat ernstig geschaad.

Conclusie en slotopmerking
Sharman wijst erop dat er momenteel geen wetgeving bestaat om ecocide tegen te gaan. Hij is er wel voorstander van ecocide als internationaal misdrijf strafbaar te stellen. Het initiatief hiervoor zou moeten uitgaan van de landen die het Statuut van Rome hebben ondertekend. Hiertoe behoort ook Suriname, die dus in de mogelijkheid verkeert het voortouw te nemen.

Ik merk op dat het vraagstuk van ecocide ook voor Suriname hoogst actueel is. Zonder een oordeel hierover te vellen zou ik in overweging geven de schade die door de Suralco is aangericht bij het winnen van bauxiet (o.a. in het district Para) te willen toetsen aan de criteria voor ecocide.

Carlo Jadnanansing