Het paard en de paskwil
13 Sep, 08:28
foto


Vannacht had ik een vreemde, om niet te zeggen uiterst bizarre droom. Ik droomde dat ik een gesprek had met een paard. Het paard stond naast mijn bed en maakte mij -in mijn droom- wakker met een zielig, zacht gehinnik. Wat is dat nou? Een paard in mijn slaapkamer? Hoe was die in vredesnaam binnengekomen? Toen herkende ik hem als het paard dat ik soms zag grazen tegenover de Albergaschool, op de hoek van de Albergastraat en de Gravenberchstraat.

Ik begreep meteen waarover hij met mij in gesprek wilde gaan. ‘Ze hebben me mijn mooie plek om te grazen afgenomen…’ hinnikte hij zachtjes. Ik stond daar zo graag, omdat ik genoot van al die kindertjes van de Albergaschool, vooral als ze liedjes zongen…, daar werd ik altijd zo blij van…een blij paard werd ik, begrijpt u? Als ik er nou niet meer zou kunnen staan, omdat ze er een parkeerplaats voor de school van wilden maken, zodat al die ouders en hun kindertjes het wat gemakkelijker zouden hebben bij het wegbrengen en ophalen…, nou ja… dan had ik er vrede mee kunnen hebben…..Vanwege mijn liefde voor die kindertjes, snapt u? Mijn baas zou wel een andere plek voor me gevonden hebben om te grazen.

Dat moet hij nu trouwens toch ook. Maar ooohhh…, wat zal ik die kinderstemmetjes missen…’ Geboeid luisterde ik naar de droevige tirade van het paard. ‘Er wordt nu iets gebouwd’, vervolgde hij droevig en hij liet zijn hoofd nu heel zielig hangen…, ‘wat dat worden gaat, ik heb er geen idee van, maar ik heb wel gehoord dat heel wat mensen, vooral die in de buurt wonen, er bezwaar tegen hebben. Er is zelfs over in de krant geschreven.’ ‘Ja’, zei ik, ‘dat heb ik ook gelezen en ook: dat vanwege al die bezwaren de bouw onmiddellijk moest worden stopgezet. Maar: ik kom er nu en dan langs en ik zie dat er gewoon doorgewerkt wordt.’

Toen zei het paard in zijn hinnik-taal die ik wonderwel verstond: ‘maar ik heb iets opgevangen, een woord dat net als ‘paard’ met de letter ‘p’ begint… ‘pas… pas…, zoiets moet er in de krant gestaan hebben.’ ‘Paskwil’ hielp ik hem. ‘Juist ja, paskwil, dat is het woord’, hinnikte het paard. ’Wat betekent dat eigenlijk, weet u dat?’ ‘Ik geloof zoiets als een raar, vreemdsoortig bouwsel’, zei ik. ‘Niet mooi in elk geval. En dan staat het ook nog op zo’n rare verhoging.’ ‘Waarvoor zou dat dan wel zijn? vroeg het paard. ‘Ik denk, ik denk…, zei ik, ‘omdat er daar in de regentijd nogal wat wateroverlast is. En die ruimte onder de paskwil…, ach die heeft misschien nog enig nut. De straathonden in de buurt kunnen er een lekker koel plekje vinden om te schuilen en meteen daar vlak in de buurt hun behoefte doen.’ ‘Ach, ach…’ zucht-hinnikte het paard.’’ Het is niet anders, maar oh, wat zal ik die kinderstemmetjes missen. Ik dank u dat u mij even de kans gegeven heeft om mijn hart te luchten.’

‘You’re welcome paard’, wilde ik zeggen, maar nog voordat ik mijn mond open had kunnen doen, werd ik wakker. Het paard was weg. Misschien zie ik hem wel nooit meer. In plaats daarvan moet ik nu, als ik er langs kom, kijken naar de paskwil die de plaats van het paard heeft ingenomen. Ik neem me voor om gewoon de andere kant op te kijken.

Cobi Pengel