Lezing Kenniskring: Alcoa blijft verdienen aan Suriname
08 Aug, 13:03
foto
De Kenniskring heeft een lezing gehouden over 'de Suralco-affaire'. Serena Essed (panellid) en de inleiders Virin Ajodhia en Deryck Ferrier. (Foto's: René Gompers)


Tot 2019, wanneer de stuwdam wordt overgedragen, zal Alcoa US$ 200 miljoen verdiend hebben aan stroom die het bedrijf te duur aan Suriname levert. Daarnaast zijn de bauxietreserves van honderden miljoenen tonnen voor minimaal vijf jaren gegijzeld door de multinational 'vanwege studies', geeft energiedeskundige Viren Ajodhia aan. Deryck Ferrier, algemeen directeur van het Centrum voor Economisch en Sociaalwetenschappelijk Onderzoek (Ceswo), voegt eraan toe dat ondertussen de economie nog meer afglijdt door de dichtslippende vaargeul, die op peil gehouden werd door de export van aluinaarde. Geïmporteerde goederen en bulkexport worden hierdoor nog duurder.

Ajodhia en Ferrier waren dinsdagavond de inleiders van de maandelijkse discussieavond van de Kenniskring. Jurist Serena Essed is deel geweest van het panel. Ajodhia, die al in 2015 een analyse van de intentieverklaring tussen Alcoa en Suriname had gegeven, heeft wederom het document ter sprake gesteld. Hij geeft aan dat er juridisch veel rammelt aan het stuk. Er staan veel contradicties in. Hij en Essed merken op dat het niet meer om een intentieverklaring gaat, maar om een heuse overeenkomst omdat alles wat erin staat naar de letter wordt uitgevoerd. “De Assemblee kan dus eigenlijk niet zeggen dat de Alcoa illegaal bezig is,” concludeert Ajodhia.

Ferrier vindt het vreemd dat de Alcoa noch de overheid praat over compensaties die de multinational moet betalen. Volgens de Brokopondo Overeenkomst moet, als Alcoa vroegtijdig stopt met de operaties, het land compenseren, haalt hij aan. De onderhandelingscommissie heeft een verkeerde basis ingenomen, merkt Ferrier op. Er is niet getracht de gaten in de economie met het wegvallen van de industrie te vullen. Integendeel is Alcoa de Bakhuisreserves van 300 miljoen ton gegeven, wordt de raffinaderij gesloopt waardoor de basis voor eventueel herstarten van de industrie is weggenomen. Suriname is hierdoor voor het ontwikkelen van zijn eigen aluinaarde industrie afhankelijk gesteld van Alcoa. De reserves zijn genoeg om de industrie nog veertig jaren op poten te houden. Aluminium is nog steeds aantrekkelijk en met de moderne technologieën zal de vraag alleen maar toenemen, menen Ferrier en Ajodhia.

Dat Alcoa weggaat staat vast, maar dat betekent niet dat de multinational niet actief zal blijven in het land, wordt er verschillende keren opgemerkt. Alcoa heeft duizenden hectare grond, vaak langs de Surinamerivier, in eigendom. Geconcludeerd wordt dat het bauxietbedrijf zich voorbereidt op een andere bron van inkomsten. Ferrier benadrukt dat Suriname voor Zuid-Amerika en China strategisch ligt voor transport van goederen tussen de Atlantische Oceaan en de ‘main land’. Uitbaggeren van de Surinamerivier in combinatie met een actieve raffinaderij is hierbij essentieel. Maar ook aan dit gegeven wordt er totaal geen aandacht aan besteed, voert Ferrier aan.

Een raadsel is ook waarom niet in 2015 al de stuwdam is overgedragen aan Suriname. Volgens de Brokopondo Overeenkomst moet dat gebeuren op het moment dat de dam niet meer gebruikt wordt waarvoor deze gebouwd is, halen de inleiders en enkele aanwezigen aan. De dam was gebouwd om stroom op te wekken voor de smelter. Die is in 1999 gestopt met werken. In hetzelfde jaar is er een overeenkomst gesloten met de regering onder leiding van Jules Wijdenbosch. Hierdoor betaalt het land nog steeds te veel voor stroom die het afneemt van Alcoa. In de intentieverklaring van 2015 is afgesproken dat Alcoa de US$ 30 miljoen die Suriname in 2014 nog schuldig was, kwijtscheldt. Tot 2019 gaat het land ook nog blijven betalen voor duurder stroom en gaat Alcoa US$ 200 miljoen opstrijken. “Brada, hoe kan dat?” vraagt Ajodhia zich af. “De opruiming van alles wat is vervuild, gaat US$ 300 miljoen kosten. Dus we betalen zelf voor het opruimen, US$ 400 per persoon.”

“Wat moeten wij nou doen?” is de vraag van de avond. “Dat Alcoa weggaat is een feit. Wij kunnen ze niet tegenhouden om te gaan, maar het gaat om hoe ze weggaan” geeft Ajodhia aan. “De bal is nu bij De Nationale Assemblee. We gaan ervan uit dat het parlement daar is om de belangen van de burgers van het land te behartigen.” De inleiders en aanwezigen denken dat een actie van de Assemblee kan zijn het indienen van een motie van wantrouwen tegen de regering omdat de resultaten van de onderhandelingen niet overeenkomen met de belangen van het land.

René Gompers