Column: Politieke Borrelpraat # 418
29 Jul, 22:33
foto


“Zo, nadat we massaal gebraakt en gekotst hebben op failedstate Stef Blokbeton, zijn we bezig om meer te weten te komen over de onderhandelingen met de Alcoa.”
“Waste of time, we gaan alleen horen wat ‘men’ wilt dat we mogen horen.”
“Ai, en opeens komt er een condentiaficatieovereenkomst of hoe ze die lariekoekkoek hebben genoemd, naar boven drijven. Hebben jullie daar ooit eerder van gehoord?”
“Zit je tong al vast bij je tweede borrel? Dat ding heet een confidentialiteitsovereenkomst.”
“Goede genade. Is dat de naam van die storm die Japan nu heeft getroffen?”
“Nee mang! In dat woord zit ‘confidentieel’, dat is ‘vertrouwelijk’. Kijk, stel jij en ik gaan onderhandelen over de nalatenschap van onze overleden vader, die leefde 99 jaar en was multimiljonair.”
“Oké, ja leuk, dan spelen we twee geldwolven. Het belangrijkste doel in ons leven is steeds meer geld maken, net als bij het spelletje Monopoly.”
“Schitterend. Het materialisme in me komt al naar boven. Pa had een ijzerertsmijn, een verwerkingsfabriek met hoogovens, een hydro-elektrische plant voor de energie en een heuse eigen haven om zijn rollen gewalst staal te exporteren.”
“Plus had pa nog een heel dorp aan stafwoningen, en andere bezittingen, en concessies die teruggegeven moeten worden aan de overheid.”
“Zo, dus een mooie hap om, natuurlijk in familiebelang en niet in ons eigen belang, over te gaan onderhandelen met de aandeelhouders van wijlen pa’s bedrijf.”
“En omdat we zo eerlijk zijn en transparant te werk zullen gaan, sluiten we alvast een overeenkomst dat we niets aan onze moeder, onze respectieve echtgenotes en ook aan die hebzuchtige meerderjarige en verwende kinderen van ons, allemaal erfgenamen, gaan vertellen.”
“Oooow, juist, dus zo een onderonshouden-afspraak, zo een ‘zwijg-na-pot’, noemen we dan met een met een hoog woord een confidentialiteitsovereenkomst.”
“Ja, oké, en als die lastige grote kinderen van ons met hun grootmoeder Jenny blijven zeuren om meer info, zeggen we: we kunnen toch niet met die hele familie aan de onderhandelingstafel gaan zitten?”
“Ja, gelijk heb je. Dat wordt dan een bybolanische spookverwarring.”
“Drink even wat koffie, mang. Dat ding heet: een Babylonische…..”
“Ja, ja, ik weet het. Ik wilde je alertheid even testen. Dus dan zeggen we aan die nieuwsgierige, verwende en ook hebzuchtige kinderen van ons: we mogen jullie niets zeggen, anders gaan eventuele kopers van opa’s bezittingen niet meer met ons onderhandelen.”
“Mag ik als jongere zuiplap in jullie midden er even tussenin komen? Stel ik ben een van jullie mondige neefjes die ook wat uit de nalatenschap van opa wil ‘eten’, dan zou ik hierop zeggen: ‘dan zijn het duistere kopers als ze alles onder-ons willen houden. Soort zoekt soort, zo te zien.”
“Zie je, beste broer, waarom ik tegen al die openheid en democratie ben? Allerlei bedekte verwijten, meer uit een soort van dorpsjaloezie, worden je voor de voeten gesmeten.”
“Maar als die lastposten van het familieberaad onder leiding van hun oma Jenny eerst onze Memorandum of Understanding met algemene 40 stemmen hebben afgekeurd en aanstaande dinsdag na twee jaren die verdaagde vergadering op dit punt willen voortzetten, wat doen we dan?”
“Nou, we geven ze allerlei gewichtig aandoende informatie om ze koest te houden, zoals wie er in ons onderhandelingsteam zitten en welke geweldige consultants we allemaal hebben.”
“Jawel, goed uitgedacht. Zo van: ‘hier, neem en vraag niet meer.”
“En ik als jongere neef lees al die namen en zeg: in feite bepalen jullie twee kapitalistische kanjers de koers in dat onderhandelingsteam; de rest onderbouwt vooral technisch en juridisch wat jullie willen. Kort gezegd: jullie graaien en zij verfraaien.”
“Zie je weer dat verwijt? Daarom beste broeder: zeg ze niets. We houden het belangrijkste confidentieel.”
“Heren, respectabele borrelvrienden, ik volg jullie Egi Doe-theater-aan-de-bar, leuk, maar wat zijn jullie toneelnamen als te zijn de twee sterspelers in het onderhandelingstoneelspel?”
“Wel, ik ben Markies van Waal tot Dijk en hij hier is Lippie Djoe van d’r Sar. Men noemt ons ook ‘Roze Marki’ en ‘Baboe die Liep.”
“Goed, nu gaan we onderhandelen. Ik wil die stuwdam. Wil jij opa’s fabriek en het terrein eromheen? Dat ding zit daar toch weg te roesten vol giftige rommel.”
“Ja, maar oma Jenny met de jongens willen die fabriek behouden.”
“Hebben zij dan 90 miljoen U$ om de boel te vernieuwen en op te starten?”
“En zien ze niet in dat alle hoogwaardige erts in de wijde omtrek al uitgemijnd is?”
“Als een multinational met alle expertise na 99 jaar ermee ophoudt, is de tent commercieel niet meer te draaien. Dan wil jij nu met een stel failliete babbelaars de boel weer opstarten? Wat een lachertje! Als Stef Blok dit te horen krijgt….”
“Luister, Roze Marki en ik, gesteund door schimmige machten achter de schermen, lappen oma Jenny’s hele familieraad, oftewel de C.C.C., aan onze laars en gaan rustig door met het ontmantelen en onderhandelen.”
“Mag ik even, waar staat C.C.C. in jullie borreltoneelstuk voor?”
“Dat staat voor Comedy Capers Club, dat is de bijnaam van ons familieberaad. Ze maken namelijk steeds luidruchtig ruzie met elkaar op het niveau van een dorpsvergaderhuis, maar gaan wel flink samen op reis. Slagvaardig beleid komt er nauwelijks uit. Dus van die C.C.C hoeven we naast wat bar’bari niet veel tegenstand te verwachten.”
“Precies. We laten de aandeelhouders van opa’s fabriek de boel slopen, de grond ontgiften en alles schoonmaken, zodat we met investeerders kunnen gaan onderhandelen voor het vestigen van industrieën aldaar. Bijna gratis stroom beschikbaar en een goede haven. Wel wat lekkers betalen, ie sabi tok?”
“En als CCC teveel vragen stelt, dan verwijzen we gewoon naar die confakiliatijdsovereenkomst.”
“Confidentialiteitsovereenkomst heet dat ding, leer het nou!”
“Maar straks wil een van die lastige neven in die CCC die confidingens-overeenkomst zien, wie met wie en wanneer die overeenkomst getekend heeft en wat er precies in staat. Wat doen we dan?”
“Dan zeggen we dat ook die overeenkomst onder die confidentialiteitsovereenkomst valt. Klarie.”
“Ja, ja, goed idee. Zie je waarom je niet teveel in onderwijs moet investeren? Anders krijg je te pientere neefjes en nichtjes en die gaan dan met allerlei kritische vragen en opmerkingen op je komen.”
“Of ze gaan een soort antikapitalistisch comité oprichten om onze zaakjes te dwarsbomen; dan gaan ze zeggen dat opa’s fabriek toentertijd chemisch vervuilde red mud in de omgeving van de fabriek heeft laten dumpen om wegen te verhogen en om zwampen te dichten.”
“Yongu, ze f*&*n onze verkavelingsplannetjes gewoon op. Dat gif is al lang naar beneden gezakt en de klokkenluider die dit naar buiten liet lekken, is toen snel door opa’s fabrieksleiding ontslagen. Een mooi voorbeeld van onze intimidatie-schijndemocratie.”
“Maar beste broeder Marki, aanstaande dinsdag heeft oma Jenny met de neefjes en nichtjes een familieberaad uitgeschreven. Stel als ze hun onderlinge ruzies aan een kant schuiven en het ons echt moeilijk maken, en onze mooi verpakte, maar nietszeggende antwoorden niet accepteren, wat doen we dan?”
“Gewoon opstaan en weglopen uit de familie-babbelzaal, vooral als een paar zich gaan misdragen en dingen naar ons gaan schreeuwen.”
“En we doen zo onze best voor de familie, we offeren onze dure tijd en energie op, al drie jaren lang. We willen toch ook iets goeds voor onze familie doen? Zo missen we straks weer een gouden kans en worden we weer eens de familie van de gemiste kansen.”
“En toch, beste broeder Marco en broeder Liep, vind ik als jonger familielid die al drie jaren durende geheimzinnigheid rond die onderhandelingen maar verdacht. Jullie moesten veel eerder veel meer hebben gecommuniceerd met ons als rechtmatige familie..”
“Ja, ik ben het eens met onze jonge borrelbroeder. Nu jullie een beetje onder druk worden gezet, komen jullie met allerlei verklaringen, bijvoorbeeld dat jullie niet onder druk gezet moeten worden en dat soort flauwekul.”
“Helemaal eens met broeder Jules. Na drie jaren hebben jullie nog geen duidelijk resultaat? Waarvoor dienden dan al die gewichtige consultants en onderhandelaars met zulke geweldige track records?”
“Ja, dat klopt. En nu horen we: geen info want we hebben een confidentie-dingens gesloten. Dat komen jullie ons na drie jaren pas zeggen? Wat een zielige smoes is dat om te dokken voor meer openheid?”
“Gelukkig leggen wij hier de glazen wel open op tafel. Kijk, ze zijn leeg. Net als het loonzakje van onze gewaardeerde beginnende politieagenten die onder het minimumloon verdienen, terwijl anderen op de stuwdam en andere bezittingen van opa Zuur-al-Ko azen om nog meer miljoenen te maken.”
“Ze krijgen zo te zien hun straf: na drie jaren kunnen ze niet eens eerlijk vertellen wat ze met al dat gekoehandel hebben bereikt. Ze moeten zich publiekelijk in allerlei djotehs en bochten wurmen en wringen.”
“Geen proost daarop.”

Rappa