Nabestaanden Guyanese vissers vragen aandacht overheid
17 Jul, 10:26
foto
Familieleden van de vermoorde vissers zitten nog steeds met de handen in het haar.


De nabestaanden van de 15 Guyanese vissers die in april op zeer brute wijze om het leven zijn gebracht door zeepiraten in Surinaamse wateren, hopen nog steeds dat er vanuit de autoriteiten aandacht wordt besteed aan hun situatie. Dit omdat ze niets meer gehoord hebben van de overheid. Via hun contactpersoon Shankar Ramotar, die samen met afdeling Slachtofferzorg van justitie gewerkt heeft om de nabestaanden op te sporen, spreken zij hun ongenoegen uit over het feit dat overheidsverantwoordelijken reeds enkele weken taal noch teken geven over het vervolgtraject.

De groep brengt in herinnering dat het NCCR samen met medewerkers van de Kustwacht en de maritieme politie had gezorgd voor het zoeken en bergen van de lichamen. Daarnaast hebben enkele politieke organisaties waaronder de NPS en de VHP hun ondersteuning verleend.

De nabestaanden wijzen erop dat zij in Suriname woonachtig zijn aangezien hun overleden dierbaren er werkten als vissers op Surinaams grondgebied. Zij halen aan dat de minister van Justitie en Politie, Stuart Getrouw, had aangegeven te bewerkstelligen hun verblijfsvergunning te regelen. Dit zou volgens Ramotar het leed enigszins verzachten, temeer omdat zij verder aan de slag moeten om zichzelf en hun kroost te verzorgen.

Ook vicepresident Ashwin Adhin had laten doorschemeren dat er een nationale dag van rouw zoals dat in Guyana is geweest, zou worden afgekondigd. Dit is nimmer gebeurd. De nabestaanden betreuren de gang van zaken want het lijkt alsof verantwoordelijken hen zijn vergeten. Daardoor is er nu een steeds groter wordend gevoel dat zij aan hun lot zijn overgelaten, terwijl zij elke dag herinnerd worden aan de leegte die is ontstaan sinds het drama en vooral de pijn en trauma waarmee ze voortaan door het leven moeten.

“Als nabestaanden kijken zij nog steeds uit naar een handreiking vanuit de Surinaamse overheid en koesteren nog steeds hoop voor betere ontwikkelingen ten aanzien van hun situatie”, zegt Ramotar.