Getrouw: ‘Reeds wet voor in buitenland gevonniste personen’
13 Jul, 18:31
foto
Minister Stuart Getrouw van Justitie en Politie in De Nationale Assemblee. (Foto: Raoul Lith)


“Suriname heeft reeds een wet met betrekking tot de overname van de in het buitenland gevonniste personen, namelijk de wet van 25 oktober 2016 (meer bekend als WOTS)”. Dit deelt de minister van Justitie en Politie, Stuart Getrouw, de leden van De Nationale Assemblee (DNA) donderdag mee tijdens de behandeling van de 'Inter-American Convention on Serving Sentences Abroad'.

WOTS bevat regels voor het overnemen van de uitvoering van buitenlandse strafrechtelijke beslissingen door Suriname. Ook staan er regels voor de overdracht van de uitvoering van Surinaamse strafrechtelijke beslissingen naar het buitenland. Vanwege de omvang van deze wet is toen besloten om deze afzonderlijk te houden in plaats van het aanpassen van het Wetboek van Strafvordering. Het ultieme doel van deze regeling is volgens de bewindsman, de rechtshandhaving. “Daarbij is een variant van resocialisatie toegevoegd. Gelet op het feit dat de werking van het vonnis niet verder gaat dan de grenzen van een land, wordt met deze wet de mogelijkheid geopend, om de werking van de strafvonnissen over de grenzen te laten gaan en daarmee nog een tool in handen van justitie te stellen om de aanpak van met name de grensoverschrijdende criminaliteit ter hand te nemen”, verduidelijkt de minister. Met deze regeling kan voorkomen worden dat Suriname een safe-haven wordt voor criminelen en criminele activiteiten.

Ook het pas geratificeerde verdrag van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), biedt aan gedetineerden de mogelijkheid om in het land van herkomst hun straf uit te zitten. Dit verdrag is een afspraak tussen de lidstaten van OAS en is alleen van toepassing als voldaan wordt aan voorwaarden zoals die zijn aangeven in artikel 3. De straf moet finaal zijn; de gevonniste persoon moet toestemming geven tot de overbrenging; het strafbaar feit waarvoor de persoon is veroordeeld moet in de ontvangststaat ook een strafbaar feit zijn; de gevonniste persoon moet een onderdaan zijn van de ontvangststaat; de straf die uitgezeten moet worden moet niet de doodstraf zijn; de veroordeelde moet op zijn minst nog zes maanden van zijn straf uitzitten. De toetsing van deze voorwaarden geschiedt door de centrale autoriteit. Voor Suriname is dat de procureur-generaal, die leiding geeft aan het Openbaar Ministerie, dat belast is met het opsporen en vervolgen van personen die een strafbaar feit hebben gepleegd.

Rossellie Cotino (NDP), voorzitter van de commissie van rapporteurs, zegt dat de regering er wel rekening mee moet houden dat de uitvoering van het verdrag niet nadelig uitkomt voor Suriname. “We moeten minder uitgeven aan het overbrengen van buitenlanders die in Suriname zijn gevonnist in vergelijking met het in bewaring houden van die buitenlanders in Suriname”, stelt Cotino. Carl Breeveld (DOE) voegt daaraan toe dat elke keer wanneer een wet wordt aangenomen, dat meer kosten betekent voor de Staat. “Als je de wetten maakt en de kosten kunnen niet worden gedekt, dan waar maak je die wetten voor”, vraagt Breeveld. Hij doet een beroep op de regering om na te gaan of de 102 buitenlandse gedetineerden in de Surinaamse gevangenissen kunnen worden overgebracht naar hun land op basis van dit verdrag en de bilaterale afspreken. De overbrenging betekent volgens Breeveld minder kosten voor Suriname.

“We moeten als land ervoor zorgen dat zo min mogelijk mensen in de criminaliteit terecht komen, vooral de jongeren en de jeugdigen”, merkt Krishna Mathoera (VHP) op. Zij vraagt dat de voorlichting extra ter hand genomen wordt en dat de regering prioriteit geeft aan de resocialisatie van jongeren. “We weten dat we in een crisis zijn en dat we niet iedereen kunnen resocialiseren, maar laten we aandacht besteden aan de mensen die voor het eerst in aanraking komen met de criminaliteit en laten we alles in het werk stellen om die mensen te resocialiseren”, luidt de oproep van het Assembleelid.

Yvanka Ozir-Awailame