Gedetineerden mogen terug naar land van herkomst
13 Jul, 07:38
foto
De Nationale Assemblee keurt de wet tot toetreding tot het verdrag goed. (Beeld: DNA)


Gedetineerden die als vreemdeling in de Surinaamse gevangenissen zitten, kunnen een beroep doen op het verdrag Inter-American Convention on Serving Crimininal Sentences Abroad, om de straf in hun thuisland uit te zitten. Hetzelfde geldt ook voor Surinamers die in het buitenland gevonnist zijn. Dit verdrag is na een discussie over de verschillende zorgpunten, donderdag in De Nationale Assemblee (DNA) aangenomen met algemene (29) stemmen en geldt alleen voor landen die lid zijn van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

Oppositie én coalitie zijn het erover eens dat een goed resocialisatieplan nodig is om dit verdrag zo goed mogelijk uit te voeren. “De resocialisatietaak geldt voor alle penitentiaire inrichtingen en is afhankelijk van de dag van de veroordeling van de verdachte en zijn status”, zegt Stuart Getrouw, minister van Justitie en Politie. De resocialisatie gaat volgens de minister verschillen per categorie van veroordeling.

De bewindsman geeft aan dat ex-gedetineerden allerlei obstakels ervaren voordat zij opnieuw kunnen functioneren in de samenleving. Deze obstakels zijn: de aanpassing van huidige rehabilitatieprogramma’s, beperkte follow-up van nazorgprogramma’s, problemen om aan een baan te komen en aanvaarding door familie en de gemeenschap. Het huidige rehabilitatieprogramma bestaat uit arbeidstherapie, onderwijs, mentale begeleiding, sport en recreatie.

Zowel de voorzitter van de commissie van rapporteurs, Rossellie Cotino (NDP), als commissielid Carl Breeveld (DOE), hebben nogmaals gevraagd of er een meldingsplicht is, die Surinamers die in het buitenland veroordeeld zijn, verplicht om zich aan te melden zodra de veroordeling heeft plaatsgevonden. Minister Getrouw reageert ontkennend op deze vraag. Cotino merkt op dat 102 vreemdelingen in de Surinaamse gevangenissen zitten en dat het niet bekend is hoeveel Surinamers in het buitenland vastzitten, zoals de minister dat in zijn beantwoording heeft aangegeven. “Ik wil wel meegeven dat we onze ambassades in het buitenland hiervoor inzetten om in de toekomst dit soort belangrijke gegevens te registreren”, luidt het voorstel van Cotino.

Assembleelid, tevens lid van de commissie, Krishna Mathoera (VHP), spreekt haar verbazing uit dat er geen informatie is over het aantal Surinamers dat in het buitenland in de gevangenis zit. “Het zou goed zijn om ook te weten hoeveel dat zijn in het buitenland, omdat wij als land niet plotseling overvallen moeten worden, maar dat we weten wat op ons afkomt”, merkt Mathoera op, doelend op Surinaamse gedetineerden in het buitenland die eventueel een beroep willen doen op dit verdrag, om thuis te komen.

Mathoera dringt aan bij de regering om beleid te gaan maken over de uitvoering van dit verdrag. “We willen niet dat deze wet een papieren tijger wordt en dat de uitvoering op zijn beloop wordt gelaten, maar dat daadwerkelijk ook beleid gemaakt wordt dat algemeen geldend is”, zegt Mathoera. Zij zegt dat haar fractie het verdrag ziet als een instrument om georganiseerde criminaliteit te bestrijden.

De coördinator van de regering, minister Soewarto Moestadja, benadrukt dat er helemaal geen sprake is van papieren tijgers. “We begrijpen de intentie van die opmerking, we zullen ervoor zorgen dat er ook een vertaalslag komt in de komende begroting”, belooft Moestadja.

Yvanka Ozir-Awailame