Scheidende bankdirecteur: Wel monetaire financiering
12 Jul, 06:31
foto
Jim Bousaid, Chief Executive Officer, van de Hakrinbank NV. (Foto: Hakrinbank)


Vorig jaar is er totaal SRD 1,2 miljard geleend bij de banken. Daarvan is 1,1 miljard geleend door de overheid, deelt Jim Bousaid, algemeen directeur van de Hakrinbank NV mee. Hij is ook voorzitter van de Surinaamse Bankiersvereniging. “Er zijn enkele goede economische vooruitzichten maar de zwakte van de overheidsfinanciën baart erg veel zorgen,” geeft hij aan. Bousaid stelt dat de grote leningen van de overheid, die ze veelal gebruikt om tekorten te dekken, een vorm van monetaire financiering is.

Bousaid heeft bij de algemene vergadering van aandeelhouders van de Hakrinbank dinsdagavond ook een presentatie verzorgd over de economische vooruitzichten. Er is stabiliteit in zicht als de valutakoersen niet hoger gaan en de wereldmarktprijzen van olie en goud stabiel blijven of hoger worden. Deze drie elementen zijn bepalend geweest voor de huidige rust in de economie. De economie is echter fragiel, dit geven de internationale ratingsbureaus ook aan.

Het ministerie van Financiën heeft via het Nationaal Informatie Instituut meegedeeld dat er geen sprake is van monetaire financiering. Bousaid merkt op dat er een onjuiste definitie is gehanteerd. “Men geeft aan dat er vorig jaar niet is geleend bij de Centrale Bank. Dat is mooi, maar er is massief geleend bij de commerciële banken. Bijna 100 miljoen per maand. Het monetaire effect is min of meer hetzelfde als het trekken bij de Centrale Bank. De schade is vanwege bepaalde factoren beperkt geweest maar in een ander geval zou het anders kunnen aflopen. Dus het compliment dat Financiën zichzelf geeft is onterecht.”

“Dat de overheid nog zoveel leent is ongezond en riskant,” benadrukt Bousaid. “Gelukkig kan het nu worden afgebouwd omdat de overheid wat geld heeft gekregen van Staatsolie dat ze gaat gebruiken om schatkistpapier bij de commerciële banken af te lossen.” De overheid laat ook goede kansen liggen om zelf meer geld te verdienen en over te houden. “Het belastingregime is zwak, een innovatie als de BTW wordt om politiek redenen uitgesteld tot na de verkiezingen,” illustreert Bousaid. “De maatregelen om de uitgaves te verminderen komen niet, de subsidies zijn erg hoog. Het ambtenarenapparaat is groot en log. Het zijn grote uitdagingen maar het moet gebeuren. Als je dat niet doet, blijft het risico van instabiliteit van de Surinaamse economie vrij hoog.”

Een ander onderdeel dat de overheid hoort af te bouwen is de 51 procent aandeel bij de Hakrinbank. Dat is in 2011 bij wet bepaald. Op de aandeelhoudersvergadering is een brief van minister Gillmore Hoefdraad van Financiën, vertegenwoordiger van de Staat, voorgelezen. Daarin deelt hij mee dat de overheid vóór het eind van het jaar de aandelenbezit afgebouwd wil hebben. Haast iedereen is daar sceptisch over, de meningen van de Hakrinbankers zijn niet mals. Het is overigens de zoveelste brief die afbouw aankondigt.

“Er is al veel lippendienst daaraan besteed,” merkt Bousaid op. “We hopen dat het nu echt gebeurt. De Centrale Bank heeft al vastgesteld dat er geen reden is voor de overheid om zo een groot belang te houden in de Hakrinbank. Er is geen sprake van een noodsituatie waarbij de regering moet ingrijpen. Het gaat Financiën sieren als ze ‘law abiding’ is en rekening houdt met de Centrale Bank en de aandeelhouders hier. Voor de bank is het een gunstige ontwikkeling, de privatisering zal haar een boost geven. Bousaid gaat in september met pensioen.

René Gompers