Kanhai: Meer mogelijkheden in de relatie met India
11 Jul, 09:24
foto
De Surinaamse ambassadeur Aashna Kanhai en ICCR president Vinay Sahasrabuddhe in New Delhi.


Surinames ambassadeur Aashna Kanhai in India blikt positief terug op het staatsbezoek van de Indiase president Ram Nath Kovind. Naast het belang van diaspora kwam tijdens het bezoek duidelijk naar voren dat er meer uit de relatie valt te halen. “Zaken die in het verleden zijn aangehaald, moeten nu uitgewerkt worden. Bijvoorbeeld de grant-mogelijkheden van de Indiase regering”, zegt Kanhai in gesprek met Starnieuws.

De relatie Suriname-India omschrijft zij als een van twee staten die het dekolonisatieproces hebben ondergaan – "wij zijn wat jonger in dat opzicht". Het buitenlandse beleid van de huidige Indiase regering kenmerkt zich door een sterk diasporabeleid, “een onderdeel van het grotere buitenlands beleid”. Suriname kan als één van de Indiase diasporalanden daar een prominente rol in vervullen. “Dit als de deur van ons buitenlands beleid in de relatie met India ook gericht is op diaspora. Als je het huis eenmaal binnen bent dan zie je meer aspecten die je kunt meenemen in de relatie”, vindt Kanhai.

Continuering van initiatieven
Suriname maakte in 2014 voor de eerste keer gebruik van de Indiase grants. De ambassadeur gelooft dat de grants doorslaggevend kunnen zijn voor de ontwikkelingskansen van Suriname met een kleine economie. Ze pleit dan ook voor continuering van initiatieven ongeacht van welke regering dan ook.
“We kunnen de relatief kleine (giften) bedragen gebruiken om specifieke projecten te ontwikkelen. En ik denk dat we in de grant-relatie met India continuïteit moeten zoeken en geen incidentele projecten moeten doen.” Ze verwijst naar de gezondheidszorgsector waar India zich al voor heeft ingezet en naar de renovatie van het Moeder en Kindcentrum bij ‘s Lands Hospitaal. Dit zou een vervolgproject zijn en is opgenomen in de ‘Agreed Minutes’ van de 5e gezamenlijke commissievergadering in 2015. “Jammer, maar het project is kennelijk niet meer ingevuld door Suriname.”

Indiase grants kennen geen maximum bedrag en de hoogte verschilt per project. En andere optie die Suriname zeker moet bekijken zijn de grant mogelijkheden binnen International Solar Alliance. Suriname ratificeerde dit zonne-energie verdrag onlangs en India bood een concessionele lening van US$ 20 miljoen aan voor een zonne-energieproject in het binnenland. “Ik zie liever dat Suriname de grant mogelijkheden benut - opties die ‘gratis’ zijn.” De overheid kan een aanvraag doen van twee tot drie miljoen om kleinere gebieden van zonne-energie elektra te voorzien. Grants worden sneller toegewezen en de bureaucratische lijnen zijn korter voor een klein project – vooral dat op korte termijn uitgevoerd kan worden, legt Kanhai uit.

Voor wat, hoort wat
India heeft op internationale fora de steun nodig van ‘kleinere’ landen zoals Suriname. “Ik zeg altijd ‘voor wat, hoort wat’, dus we krijgen de gift niet helemaal gratis”, zegt Kanhai. “Suriname profileert zich internationaal als een Staat met een stem die telt. We verliezen vaak uit het oog ‘we hebben gekregen, maar we vergeten dat we ook hebben gegeven.” De machtsverhouding in de wereld verschuift, omdat we Brazilië, Rusland, India, China, Zuid-Afrika – BRICS ondersteunen. De Brics-landen leunen op landen in de Zuid-Zuid samenwerking.

Kanhai merkt op dat er geen voorwaarden gekoppeld zijn aan grants. Zoals het betrekken van een Indiaas bedrijf of materiaal aankoop. “Ik ben geen grote fan van kredietlijnfaciliteiten omdat de voorwaarden niet altijd voordelig zijn voor Suriname.” Hoewel de rente laag is en terugbetaling pas na enkele jaren volgt, zit je als ontvangende partij vast aan Indiase bedrijven die de aanbesteding gegund krijgen, legt ze uit.

India heeft in de afgelopen drie jaren US$ 80 miljoen kredietlijnfaciliteit aan Suriname geboden – US$ 50 miljoen in 2015 en India vulde dit aan met een extra US$ 30 miljoen in 2017. De aanvulling is deel van het pakket in het kader van de komst van de Indiase president, legt Kanhai uit. Suriname heeft tot dusver iets minder dan de helft van het bod benut. “Gebruik je het niet dan verstrijkt die, zoals gebeurde met de 4e kredietlijn van US$ 50 miljoen uit 2012. India veegde in 2015 alles van tafel en bood een nieuwe aan.”

Gezamenlijke werkgroep landbouwexperts
De gezamenlijke commissie Suriname en India ontmoet elkaar weer in april 2019. "Wat we dan bespreken is afhankelijk van de uitvoering van de recent getekende overeenkomsten.” Kanhai ziet graag dat Suriname nog uitvoering geeft aan de gezamenlijke werkgroep voor landbouwexperts. Partijen ontmoetten elkaar voor het laatst in juli 2014. India beschikt over een enorme landbouwexpertise en voedselprocessing.

De Surinaamse delegatie bezocht toen ook het Indiase ministerie van Ayush (Ayurveda, Yoga, Natuurgeneeskunde en Homeopathie) en maakte afspraken. Deze ‘Agreed Minutes’ zijn tot op heden niet getekend. Partijen gingen akkoord dat zij zouden kijken naar mogelijkheden om medicinale planten in Suriname te telen voor de Ayurvedische productie. En om kennis te delen over de planten en productie van de medicijnen.

Wiel opnieuw uitvinden
Tijdens de 6e gezamenlijke commissievergadering vorig jaar was samenwerking op ayurvedisch gebied opnieuw een agendapunt. Een vervolg van de gesprekken tussen vicepresident Ashwin Adhin en de Indiase premier Narende Modi uit januari 2017. Partijen kondigden aan dat er binnenkort een ondertekening is van een Memorandum of Understanding (MoU) voor het opzetten van Ayurvedisch centrum in Suriname. Kanhai: “Ik heb geen inzage hierin gehad. Het is mij niet bekend en ik denk ook niet dat het iets te maken heeft met wat wij in 2014 al hadden geïnitieerd met het Ayush ministerie.”

Volgens de diplomaat hebben partijen “nu ongelukkigerwijs afgesproken om Ayurvedische producten te importeren uit India. En dat is iets waar wij niet naar zouden moeten kijken.” Suriname beschikt over de potentie om zelf de plantenindustrie op te zetten met kennis van India en te verwerken tot tenminste een halffabricaat. De ambassadeur heeft graag dat Suriname de gemaakte afspraken van 2014 tot zich neemt voor deze MoU te tekenen.

Dynamische toekomst
Vooruitblikkend stelt Kanhai dat de toekomst van de bilaterale relatie met India heel dynamisch kan zijn als er invulling aan wordt gegeven. “De dynamiek moet worden ingevuld door beide landen.” Suriname moet zich meer richten op het verstevigen van de handelsbetrekkingen en hechtere samenwerking op onderwijsgebied. Steeds meer Indiase wetenschappers tonen belangstelling voor Latijns-Amerika en twee zullen promoveren op Suriname. Er is een samenwerking geïnitieerd tussen de Anton de Kom Universiteit en de Jawaharlal Nehru Universiteit, geeft zij aan. “We kijken onder andere naar studiebeurzen; maar Surinamers moeten dan wel het offer opbrengen om zich in India te willen vestigen en aan te passen.”

De wetenschappelijke samenwerking met India komt langzaam opgang. Vinay Sahasrabuddhe, president van de Indian Council of Cultural Relations (ICCR), belast met India’s externe culturele relatie maakte het mogelijk dat vijf Indiërs vorige maand naar Paramaribo afreisden voor deelname aan de internationale diaspora conferentie van de universiteit. Sahasrabuddhe is vicepresident van India’s regerende partij, de BJP en is voornemens om Suriname zelf te bezoeken, zegt Kanhai.

De Surinaamse diplomaat vertrekt van de week terug naar haar standplaats in New Delhi. Zij heeft de afgelopen twee jaren intensief gewerkt met de nieuwe Indiase ambassadeur Mahender Singh Kanyal voor Suriname. Hij was directeur Overzeese Indiase Zaken op het Indiase ministerie van Buitenlandse Zaken. “Hij gaat efficiënt en doelgericht te werk en ik verwacht dat hij de lijn van de Indiase regering en zijn rol daarbinnen heel goed zal vertolken.”

Wednesday 14 November
Tuesday 13 November
Monday 12 November