Haïti: Onrust blijft ondanks terugdraaien brandstofstijging
08 Jul, 18:20
foto
Mensen lopen langs een weg geblokkeerd door rotsen in Croix-des-Bouquets, Haïti. (Foto's: Reuters)


Overwegend jonge demonstranten in Haïti zijn vandaag, zondag, de straten opgegaan, terwijl veel winkels voor de derde opeenvolgende dag gesloten bleven. De steile stijging van de brandstofprijzen heeft de woede aangewakkerd van de Haïtiaanse bevolking.

De Amerikaanse ambassade waarschuwde zijn burgers om de onrust in de hoofdstad Port-au-Prince te vermijden en reisplannen te herzien, omdat verschillende luchtvaartmaatschappijen vluchten hebben afgezegd.

Premier Jack Guy Lafontant heeft zaterdagmiddag de tijdelijke opschorting aangekondigd van tweecijferige regeringsverhogingen van de prijzen voor benzine, diesel en kerosine op. De terugdraaiing geschiedde slechts een dag nadat ze waren aangekondigd. Maar desondanks gaat de onrust is door. Het besluit om de prijzen te verhogen maakte deel uit van een overeenkomst met het Internationaal Monetair Fonds, waarin het land wordt verplicht een aantal bezuinigingsmaatregelen uit te voeren om zijn economie te versterken.

Demonstranten hebben zaterdag brandende wegversperringen opgeworpen, terwijl anderen hotels en bedrijven aanvielen. "Door voortdurende demonstraties, wegversperringen en geweld in Port-au-Prince, evenals een korte bezetting op de luchthavens, is het ambassadepersoneel geïnstrueerd om vluchten die oorspronkelijk gepland waren voor zondag opnieuw te boeken," zei de Amerikaanse ambassade in een verklaring.

Een woordvoerder van de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij American Airlines Group Inc zei dat het drie van de zeven retourvluchten die gepland waren voor zondag naar Port-au-Prince had geannuleerd. De zondagse route van de vliegmaatschappij naar de luchthaven Cap-Haitien in Haïti is voortgezet. Ook JetBlue Airways Corp heeft zijn vluchten naar Haïti zondag geannuleerd.

Het Haïtiaanse handelsministerie kondigde vrijdag aan dat het brandstofsubsidies zou verlagen in een poging meer overheidsinkomsten te genereren, wat zich vertaalde in een 38 procent verhoging voor benzine en 47 procent voor diesel. Het besluit bleek zeer impopulair onder de overwegend arme inwoners van de natie.