Fernald: Wie neemt een loopje met het volk?
18 Jun, 06:36
foto
Ivan Fernald


De wisseling van de wacht van ministers in april 2018 werd door president Bouterse verdedigd door te stellen dat de nieuwe ministers beter in staat waren het uitgestippelde beleid uit te voeren. De miskleun van minister Antoine Elias van Volksgezondheid in het parlement inzake de AMC-kwestie, brengt wederom pijnlijk tot uitdrukking dat de president de kunst verstaat zonderlinge lieden te selecteren voor het hoge ambt van minister.

Minister Elias dacht kennelijk gemakkelijk weg te komen met een simpele verklaring: “Naar alle waarschijnlijkheid gaat het om een ambtelijke omissie waarbij het project (Academisch Medisch Centrum) even is stopgezet en de hoop is dat wij heel gauw de draad weer oppakken en het project wordt voortgezet." Dit is alles wat Elias te zeggen had in De Nationale Assemblee (DNA). Hij pakte zijn bakje koffie en verliet het spreekgestoelte.

Een ad rem reagerende DNA-voorzitter, Jennifer Simons, diende Elias meteen van repliek. “Het parlement laat geen loopje met zich nemen”, beet zij hem toe. “Als het parlement u informatie vraagt, dan dient u die informatie te geven. Punt!
Zonder kordaat ingrijpen van Jennifer Simons zou er aanzienlijk meer tumult zijn ontstaan. De parlementsvoorzitter vertolkte namelijk de verontwaardiging van de leden en voorkwam daarmede een verdere afgang van de minister.

Constitutionele plicht
In een presidentieel stelsel berust de executieve macht bij de president. Hij is aansprakelijk voor het regeerbeleid en hij dient verantwoording af te leggen in het parlement. Indien ministers onderuitgaan is het aan de president gelegen om geëigende maatregelen te nemen. DNA is niet in staat een motie van wantrouwen tegen de minister aan te nemen, maar kan wel de president op de korrel nemen. Hij moet er zorg voor dragen dat het parlement omstandig ingelicht wordt over de AMC-kwestie en alle andere aangelegenheden die van belang worden geacht.

Verantwoording in de ALCOA-kwestie
De Brokopondo-overeenkomst is gesloten voor een periode van 75 jaar. De Staat Suriname heeft zich contractueel verbonden en mocht rekenen op forse inkomsten uit de productie van aluinaarde/aluminium tot 2033. Suralco wenst de overeenkomst voortijdig te beëindigen en daarover zijn er gesprekken gevoerd met een presidentiële commissie. Dit heeft geresulteerd in een Memorandum of Understanding (MOU).

Suralco ontplooit thans geen bedrijfsactiviteiten meer en heeft dus geen exploitatiekosten. Toch zal de Hydro centrale pas in 2019 overgedragen worden aan de Staat Suriname. Intussen wordt er op een goedkope wijze elektriciteit opgewekt en verkocht aan Suriname tegen een prijs die gerelateerd is aan olie. Suriname is gehouden aan de ‘Power purchase Agreement’ die regering Wijdenbosch in 1999 met Suralco overeenkwam.

De overheid betaalt een prijs voor elektriciteit alsof het opgewekt zou zijn met olie. Insiders beweren dat vanaf de sluiting van de aluinaarde fabriek te Paranam in 2015 tot de overdracht in 2019 circa US$ 200 miljoen aan elektriciteitskosten zal zijn betaald.

Desavouering
Wij moeten een onderscheid maken tussen de inhoudelijke kant van de MOU en de constitutionele verhoudingen in een parlementaire democratie.
Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat het parlement met algemene 40 stemmen op 30 november 2015 de Memorandum of Understanding (MOU) afwijst en dat de regering doodleuk het parlementaire besluit naast zich neerlegt? Een grotere desavouering is niet denkbaar. Het parlement brengt de soevereine wil van het volk tot uitdrukking en de regering is gehouden aan de WET.

Principiële zaak
De MOU is van verstrekkende aard en het nationaal belang is veel groter dan in het AMC-geval. De regering neemt een loopje met het parlement want de MOU wordt doodleuk uitgevoerd. DNA kan het niet vatten dat de regering instemt dat Suralco de raffinaderij te Paranam sluit en vervolgens ontmantelt. Dit kan de nekslag zijn voor een doorstart van de aluinaarde/aluminiumproductie in West Suriname. Indien Suralco de overeenkomst voortijdig wenst te beëindigen, is het redelijk om Suriname daarvoor schadeloos te stellen.

De zorgpunten van het parlement zijn valide. Het gaat immers om de voortgang van de geïntegreerde bauxietindustrie in Suriname. Laten wij echter niet lichtvaardig voorbijgaan aan een principiële zaak. Het is onverteerbaar dat de president een parlementair besluit negeert. Hiermede dreigt er een constitutionele crisis te ontstaan.

In het geval van AMC is er ook door parlementariërs die gelieerd zijn aan de NDP, ongezouten kritiek geleverd op minister Elias. Dezelfde verontwaardiging die men aan de dag gelegd heeft bij de kwestie Elias zou nu geëtaleerd moeten worden. Maar mogen wij in de MOU-kwestie dezelfde consequente houding verwachten van deze DNA leden? Zullen de NDP-parlementariërs zich principieel opstellen en de president Bouterse het vuur aan de schenen leggen?
Time will tell.

Ivan Fernald