Shyamnarain blij met Staatsbesluit petroleumovereenkomsten
18 Jun, 00:00
foto
Fiscaal-jurist Roy Shyamnarain.


President Desi Bouterse heeft onlangs een Staatsbesluit afgekondigd, waarin de regering de 'onvoorwaardelijke nakoming' door de Staat garandeert van alle verplichtingen voortvloeiende uit petroleumovereenkomsten, die door Staatsolie met buitenlandse oliemaatschappijen zijn gesloten of nog zullen worden gesloten. Fiscaal-jurist Roy Shyamnarain, die onder andere verschillende belangrijke spelers in de Surinaamse petroleumindustrie tot de klantenkring van zijn kantoor mag rekenen, is zeer verheugd met de afkondiging van dit Staatsbesluit.

Staatsolie heeft op grond van de Petroleumwet 1990 als staatsonderneming de exclusieve bevoegdheid om met buitenlandse oliemaatschappijen (contractors) petroleumovereenkomsten aan te gaan voor de exploratie en exploitatie van aardolie. Deze overeenkomsten hebben de vorm van een productiedelingsovereenkomst, Production Sharing Contract of PSC, waarin Staatsolie en de contractor met elkaar afspraken maken over onder andere het dragen van de investeringskosten en het delen van de olie of gas, die zal worden geproduceerd. De Staat Suriname is geen directe partij bij de PSC’s van Staatsolie, maar op grond van de wet zijn de PSC’s onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de regering van Suriname.

Belang ontwikkeling sector
Het Staatsbesluit houdende voorzieningen ten behoeve van Contractor en Contractorpartijen, die met de staatsonderneming Staatsoliemaatschappij Suriname N.V. een petroleumovereenkomst zijn aangegaan in de zin van de Petroleumwet 1990 (S.B. 1991 no.7, laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2001 no. 58), is op 22 mei 2018 afgekondigd en is op 7 juni 2018 gepubliceerd in het Staatsblad van de Republiek Suriname (S.B. 2018 no. 52). In de Nota van Toelichting bij het Staatsbesluit wordt onder andere aangegeven “dat het wenselijk is dat in het belang van de ontwikkeling van de aardoliesector in Suriname, de regering haar ondersteuning verleent aan investeringen in deze sector.”

Shyamnarain vindt dat dit een belangrijk signaal is naar buitenlandse investeerders in de Surinaamse oil and gas sector. "En strategisch gezien komt dit ook nog op een zeer goed moment. Want ofschoon iedereen nu met spanning uitkijkt naar wat deze maand uit de Anapai exploratieput van Kosmos in Block 45 zal komen, lijkt over het algemeen bij het publiek toch het gevoel te bestaan dat de huidige spelers in het offshore gebied van Suriname nogal behoudend zijn in hun exploratie-inspanningen.” Een schril contrast met wat er gebeurt in het Guyanese gedeelte van het Guyana-Suriname Basin. Daar heeft ExxonMobil met haar partners Hess en CNOOC Nexen in korte tijd de een na de andere world-class-discovery weten te scoren, die samen ondertussen al goed zijn voor naar schatting 3.2 miljard barrels aardolie.

Shyamnarain merkt op dat de veronderstelde terughoudendheid waarschijnlijk slechts schijn is. Maar mocht die er ook werkelijk bestaan, dan heeft dat volgens hem waarschijnlijk ook te maken met de ondoorzichtigheid van het investeringsklimaat in Suriname. Vooral de onduidelijkheid met betrekking tot fiscale stabilisatie en de bescherming van investeringen, schijnen belangrijke punten van zorg te zijn. En dan met name de vrees voor mogelijke nationalisatie of onteigening.

Duidelijkheid vooraf belangrijk
“Oliemaatschappijen weten uit internationale ervaring dat als er eenmaal olie wordt gevonden, regeringen vaak de verleiding niet kunnen weerstaan om gesloten contracten eenzijdig open te breken en een groter deel van de koek op te eisen. In het ergste geval lopen zij zelfs gevaar dat hun investeringen worden onteigend en zij zonder adequate compensatie het land worden uitgezet”, zegt Shyamnarain. “Duidelijkheid vooraf over met name de fiscale regels, die voor hun investering zullen gelden en garanties van de Staat tegen nationalisatie of onteigening, zijn daarom voor de maatschappijen van eminent belang.”

De regering van Suriname schijnt de bezorgdheid hierover bij de maatschappijen te hebben begrepen en probeert die met dit Staatsbesluit kennelijk weg te nemen. In het Staatsbesluit verplicht de Staat Suriname zich “onvoorwaardelijk om in de vorm van een primaire verplichting ten opzichte van elke Contractpartij van Staatsolie” alle onder de petroleumovereenkomst toegekende of toe te kennen rechten te garanderen en tot nakoming van alle door Staatsolie ter zake aangegane of aan te gane verplichtingen.

Opvallend vindt Shyamnarain dat Suriname zich in dit verband verder verplicht om, “op geen enkel tijdstip gedurende de gehele duur van de petroleumovereenkomst enige nationale of internationale regeling te treffen of aan te gaan, die op enige manier rechten en belangen van de contractor zou kunnen aantasten.” In het verlengde hiervan is er voorts ook een voorziening opgenomen met betrekking tot “de volledige en prompte compensatie” in geval rechten, belangen en eigendommen van de contractor worden onteigend, genationaliseerd of op enige andere wijze worden ontnomen.

Tijd voor vondst
Ten aanzien van fiscale stabilisatie garandeert Suriname “dat toekomstige wijzigingen van in Suriname geldende fiscale regels, de rechten en vrijstellingen van de contractor niet nadelig zullen beïnvloeden en niet zullen resulteren in een groter cumulatief effect op of een grotere aansprakelijkheid van een contractor.”
Suriname zal op grond van dit Staatsbesluit verder bewerkstelligen dat de relevante overheidsinstanties aan de contractors en hun sub-contractors alle vergunningen, autorisaties en goedkeuringen zullen verlenen, die nodig mochten zijn voor de uitvoering van de petroleumwerkzaamheden van de contractor.

Shyamnarain heeft in de ontwerpfase van het staatsbesluit een uitgebreid commentaar op het ontwerp hiervan gepubliceerd. Naar zijn mening is het een voor ons rechtssysteem ingrijpend en heel complex document, dat moeilijk toegankelijk is voor niet-ingewijden.
“Taalkundig en wetstechnisch had het hier en daar misschien wel wat beter gekund. Ik hoop dat for the-time-being de oliemaatschappijen hier verder mee uit de voeten kunnen. Want het wordt nu wel tijd dat zij het aandeel van Suriname voor ons vinden in de geschatte 13.6 miljard barrels aardolie en 32 biljoen cft aardgas, die volgens U.S. Geological Survey in het Guyana-Suriname Basin moeten zitten.”