Getroffenen zeeroof april krijgen donatie
12 Jun, 16:56
foto
Een gebaar van humaniteit. Booteigenaar Takur Babooram geeft zijn donatie aan een vrouw die het harder nodig heeft. (Foto's: René Gompers)


Booteigenaar Takur Babooram geeft zijn envelop met inhoud, die hij net ontvangen heeft, weg aan een vrouw. Haar man is één van de vissers die eind april is vermoord tijdens de zeeroof op vier vaartuigen. De vrouw heeft vier kinderen. Zij en Babooram zijn twee van de veertien booteigenaren en nabestaanden aan wie een bedrag als ondersteuning is gegeven. De Federatie van Surinaamse Agrariërs (FSA), het Visserscollectief en het NCCR hebben SRD 15.000 opgehaald. Het geld is maandag gedeeld tussen de hardst getroffen nabestaanden, booteigenaren en een overlevende.

Op 28 april werden twintig vissers op vier vaartuigen overvallen voor de Wia Wiabank in Surinaamse wateren. Vier lijken zijn geborgen, waarvan een in Guyana. Twee van de lichamen die in Suriname zijn geborgen zijn vrijgegeven en begraven. Acht vissers overleefden het drama, terwijl 12 vermist blijven. Aangenomen wordt dat die de gruwel niet hebben overleefd. De vissers zijn weer aan het werk nadat de ministers van Defensie en Justitie & Politie hen veiligheidsgaranties gaven. Zowel in Suriname als in Guyana zijn een aantal verdachten, onder wie twee beruchte piratenleiders, opgepakt. Onderzoek wijst uit dat de recente slachting op zee een vergeldingsactie was.

Het geld is op het kantoor van de FSA overhandigd aan de getroffenen. Booteigenaar Babooram is blij met de geste, maar geeft zijn donatie toch weg. “Zij heeft het moeilijker dan ik,” legt Babooram uit die zelf een boot en enkele bemanningsleden is kwijtgeraakt. “Haar man heeft niet op mijn boot gewerkt, maar ik heb het verhaal gehoord. Ze hebben vier kinderen. Twee zijn gehandicapt. Vandaar dat ik dit doe.” Hij merkt op dat meer booteigenaren zelf iets moeten doen of organiseren voor de nabestaanden.

Joan, die haar zoon is kwijtgeraakt, heeft wat gemengde gevoelens. “Ik dacht dat ze ons al vergeten waren. We horen bijna niets meer, maar dit is een goed gebaar,” merkt ze op. “Maar ik wil weten wanneer die criminelen voor de rechter staan, ik wil erbij zijn. Ik mis mijn zoon…we kunnen hem niet begraven,” zegt ze in tranen.

Visser Sherwin Lovell is in zee gesprongen tijdens de aanval. Hij heeft twee dagen in het water doorgebracht voordat hij werd gered. Zijn linkerarm, die door de criminelen met een houwer is bewerkt, zit nog in gips. Zijn kwitantie voor ontvangst kan hij moeilijk tekenen; hij is linkshandig. Van de organisatie mag hij dat na de ontvangstceremonie doen. Hij stelt het gebaar op prijs, maar hij had graag meer actie. “Ik wil niets meer zeggen, mijn hoofd doet pijn weet je…mijn vrienden zijn dood. De families van de moordenaars hebben het goed en wij maar stressen. Moet dat zo? Dat is totaal verkeerd.” Hij en enkele andere nabestaanden stellen dat het werkmateriaal van de criminelen, zoals boten, in beslag genomen moeten worden en verkocht. De opbrengsten moet worden verdeeld onder de slachtoffers en nabestaanden.

“Ik voel met jullie mee, de pijn is van sommige gezichten af te lezen,” spreekt Tania Liew A Soe, ondervoorzitter van de federatie de mensen toe. “Dit gebaar zal de pijn niet wegnemen, maar is een kleine verzachting. Het is niet veel, maar het is ook een teken dat we u niet vergeten zijn. We mogen wat gebeurd is ook nooit vergeten zodat het ook nooit weer gebeurd.” De organisatie heeft de personen geselecteerd die het het moeilijkst hebben sinds de tragedie. Daaronder vallen zwangere vrouwen, vrouwen met kinderen, moeders, een slachtoffer en enkele booteigenaren. Sommige uitbaters dreigen door het verlies van hun boten bankroet te raken. Nefrosur heeft twee levensmiddelenpakketten gedoneerd. Die zijn aan twee vrouwen afgegeven.

René Gompers