60 tot 70 gevallen baarmoederhalskanker per jaar
12 Jun, 05:48
foto
Deelnemers van het tweedaagse symposium gehouden door de SPAOGS de afgelopen week.


Op jaarbasis worden er tussen de 60 tot 70 nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker ontdekt en sterven er tussen de 25 – 35 vrouwen onnodig hieraan. Van het aantal nieuwe gevallen dat bijkomt is 50% jonger dan 50 jaar en 80% komt binnen in een laat stadium waardoor de overlevingskans minder is. Dit is een zeer zorgelijke situatie, omdat baarmoederhalskanker een ziekte is die voorkomen kan worden, zegt Els Dams, oncoloog en opsteller van het Nationaal Kankerplan 2018-2028.

De SPAOGS hield samen met Stichting Lobi Health Center en de PAHO/WHO een symposium met de titel Baarmoederhalskankerscreening en preventie: Suriname op weg naar een nationaal programma. De bijeenkomst werd geopend door PAHO/WHO-vertegenwoordiger Ytades Gebre en minister Antoine Elias van Volksgezondheid. De minister en zijn echtgenote woonden de volledige sessie bij op vrijdag 8 juni.

Maria Tereza da Costa Oliveira van PAHO-Washington, ging in op de regionale ervaringen en de laatste ontwikkelingen met HPV-vaccinatie. Het belang van vaccinatie van meisjes tussen de 9-14 jaar om het HPV-virus te bestrijden dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken, werd benadrukt. Melisa Paolino deelde de ervaringen van een uitrolprogramma in Argentinië met HPV-testen als screeningsmethode in combinatie met een uitstrijkje. Jean Anderson, professor in gynaecologie en verloskunde van het Johns Hopkins Medical Institute in Maryland USA en tevens Senior Technical Advisor van JHPIEGO, verzorgde twee presentaties. Zij ging in op de eisen van een gezondheidssysteem voor het opzetten van een nationaal baarmoederhalskankerprogramma. Onder meer kwamen aan de orde de verschillende screenings- en behandelmethoden alsook de effectiviteit en veiligheid van deze methoden.

De inleider ging ook apart in op de verschillende ervaringen in een aantal landen met de 'See and Treat' benadering. Met deze benadering worden vrouwen tijdens hetzelfde bezoek gescreend en behandeld (met cryotherapie) indien ze voldoen aan de criteria voor deze behandeling. Het belang van deze benadering zit in het niet kwijtraken van vrouwen met een positief resultaat die vaak wegblijven na een verwijzing en niet terugkomen voor verdere behandeling. Dit betekent dat er meer levens gered kunnen worden en dat vrouwen niet onnodig sterven aan baarmoederhalskanker.

Nensy Bandhoe, directeur van Stichting Lobi Health Center, ging in twee presentaties in op de bevindingen van het pilotproject dat vorig jaar in Saramacca werd uitgevoerd door Lobi. Het belang en het nut van het betrekken van de gemeenschap bij het motiveren van vrouwen om te komen voor baarmoederhalskankerscreening werden besproken. De bereikte screeningsresultaten waarbij rekening werd gehouden met de specifieke omstandigheden van het district en het huidige verzekeringssysteem met de noodzaak voor garantiebrieven, werden gepresenteerd.

In een tweede presentatie werd dieper ingegaan op het onderzoek dat is gedaan in Saramacca naar barrières die vrouwen tegenhouden om te komen screenen. Op basis van de bevindingen van het project en de survey, werd er een model voor een baarmoederhalskankerprogramma voor Suriname gepresenteerd. Het model gaat onder meer uit van een uitrolmodel per district in combinatie met structurele screening op RGD-gezondheidscentra. De samenwerking met de RGD wordt nog nader ingevuld.

Het belang van afstemming van het nationaal baarmoederhalskankerprogramma op het nationaal kankerprogramma en de monitoring en evaluatie werden benadrukt.
Lily Olmtak, gynaecoloog bij het Diakonessenhuis en tevens lid van het Medisch Advies College van Stichting Lobi Health Center, verzorgde twee presentaties. Zij gaf aan in welke gevallen de huisarts direct naar de gynaecoloog moet doorverwijzen voor verder onderzoek. Daarnaast ging zij in op de verschillende behandelingsmethoden na een afwijkende uitslag en de vaststelling van het stadium waarin de kanker zich bevindt. Zij presenteerde ook een concept protocol voor screening dat voor Suriname zou kunnen gelden, samengesteld door een werkgroep van gynaecologen en artsen.

De bijkans 100 participanten bestaande uit gynaecologen, artsen, verpleegkundigen, en andere stakeholders in de sector, bogen zich in negen werkgroepen over verschillende onderwerpen. Aan het eind werden de conclusies en vervolgstappen van het symposium samengevat en gepresenteerd door Els Dams. Als follow-up werd met zijn allen benadrukt het belang van de betrokkenheid vanuit het ministerie van Volksgezondheid om een nationaal baarmoederhalskankerprogramma op te gaan zetten en uit te doen voeren. Daartoe zou op korte termijn een nationaal team moeten worden ingesteld met vertegenwoordigers vanuit het ministerie van Volksgezondheid, Stichting Lobi Health Center, de RGD, de Medische Zending en andere gezondheidsdeskundigen. Daarnaast moet het gepresenteerde nationale protocol, voor screening verder worden uitgewerkt, waarbij ook de HPV-testen en de methode met screening en behandeling op dezelfde dag worden meegenomen, waar wenselijk. Het belang van een goed monitoring- en evaluatiesysteem werd benadrukt.