Politie en journalisten moeten samen conflict bestrijden
24 May, 12:23
foto


In de afgelopen 25 jaar heb ik samen met collega journalisten, mij vaker begeven op een wat bij de politie genoemd wordt een plaats delict (PD). Ook bij gevallen van een brand hebben wij live interviews gedaan, foto’s geschoten, video-opnames gemaakt en verslag gedaan over wat zich ter plekke afspeelt. Het was geen stilzwijgende en zeker geen vanzelfsprekende samenwerking tussen politie en de brandweer met journalisten.

Evenals nu het geval is, kan ik mij herinneren dat er zich eerst een conflictsituatie heeft voorgedaan waar politie en journalisten ook al tegenover elkaar dreigden te komen staan. Tot een escalatie kwam het gelukkig niet en de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat, dat eerder te danken is geweest aan het meer volwassen karakter van de politiefunctionarissen van toen. Het zijn er veel, maar mannen als de strenge maar redelijke politievoorzitter John Telg, de rust uitstralende maar kordate stadscommandant Wilgo Sullivan, het team bij voorlichting, met Humphrey Naarden, Humphrey Simson, John Jones, de altijd blijvende vriend van de media Ronald Gajadhar en mevrouw Marita Ritfeld, die zich letterlijk inzetten om waar nodig de informatie te halen voor de nieuwsgierige journalisten, zijn van onschatbare waarde geweest in de relatie KPS en journalisten. De relatie was zelfs zo dat je met elkaar informatie deelde, op een PD elkaars aanwezigheid, met inachtneming van de gemaakte afspraken, bijna vanzelfsprekend was. De rol die de ex-ministers Soeshiel Girjasing en Paul Sjak Shie bij de dialoog hebben gespeeld mag best genoemd worden.

Ik herinner mij een door de politie georganiseerd symposium in verband met, ik weet niet meer precies, het zoveel jarig bestaan. Daar is gesproken over de relatie politie en burger, het profiel van een politieman, de werkrelatie tussen politie en journalisten, geweld door de politie, het Politie Handvest, over journalistiek, ethiek en andere onderwerpen. Na dit symposium zijn er twee tot drie meetings geweest met de politie en mediahuizen en ook met de Surinaamse Vereniging van Journalisten over hoe in de praktijk met elkaar om te gaan. Het resultaat van die dialoog was waarmee ik dit ingezonden stuk ben begonnen.

Het voorval waarbij de vorige week vrijdag een fotojournalist door de politie is aangehouden en alles wat zich daarom heen heeft afgespeeld, valt zeker te betreuren. Deze kwestie heeft een gevoelige snaar die niet onderschat moet worden en dient dan ook met de nodige omzichtigheid, tact en deskundigheid benaderd te worden. Ik weiger te spreken van twee beroepsgroepen die tegenover elkaar staan, maar van twee beroepsgroepen die elk een wezenlijke rol te vervullen hebben bij het maatschappelijke gebeuren en de belevenis daarvan en nu voor een uitdaging staan. Discussiëren over wat zich op de plek heeft voorgedaan en wie gelijk zou hebben is niet aan de orde en zal ons verder weg voeren van een oplossing die hier dringend en snel nodig is. Maar er zijn wel feitelijkheden.

Op een PD waar de politie bezig is met haar grondwettelijke taak om orde en veiligheid te handhaven, heeft niemand anders dan deze gewapende macht het voor het zeggen. Een ieder die zich op die plaats bevindt moet zich aan de instructies en aanwijzingen van de politie houden. Wie dat niet doet riskeert volgens het Handvest van de Politie gearresteerd te worden op verdenking van in elk geval, het verstoren van de openbare orde en het in gevaar brengen van de eigen veiligheid en die van anderen, het belemmeren van het werk van de politie (die nogmaals op een door haar aangegeven PD, het simpelweg voor het zeggen heeft).

Journalisten, onder wie dus ook foto- en camera journalisten, behoren net als alle burgers zich te onderwerpen aan het gezag van de politie. Een belangrijke tip aan mijn collega’s hierbij is, je altijd duidelijk te onderscheiden van het publiek, actievoerenden of politieke massa en altijd een persbadge om je hals te hebben. Doe vooral niet mee met, waar tegen de politie orde en veiligheid moet garanderen.

Echter geniet elke burger het grondwettelijke recht, ongehinderd informatie te verzamelen en daarmee naar eigen verantwoordelijkheid mee om te gaan, met inachtneming van de wettelijke voorschriften die daarbij gelden. Uit het relaas van de fotojournalist, zouden mogelijk ook andere burgerrechten, naast die van informatieverzameling, geschonden kunnen zijn. Het afpakken van een fototoestel door de politie moet volledig passen in het algemeen belang van het onderzoek en moet volgens de wettelijke voorschriften die in de grondwet staan plaatsvinden. Een foto, waaronder een smartphone of videocamera behoren net als het papier, de pen en de microfoon, tot de werkattributen van de journalist. Ze behoren vaak aan het medium waar de journalist voor werkt of tot zijn of haar persoonlijk eigendom.

Vernietigen van dit materiaal is volgens de grondwet een strafbaar feit. Maar ook het vernietigen van de informatie of in dit geval wissen van de informatie is strafbaar. Het valt onder het intellectueel eigendom van de journalist al dan niet in opdracht geproduceerd. Vernietigen hiervan is vernietigen van mogelijk bewijsmateriaal en aantasting van het eigendom- en intellectueel recht. Daarnaast heeft in geval van arrestatie elke burger recht op een menswaardige behandeling, rekening houdende met wat het Politiehandvest zegt over het toepassen van geweld door de politie.

Er valt dus aan beide zijden iets te zeggen, zonder op je strepen te gaan staan en een beschuldigende vinger te wijzen. Het is eerder een kwestie van bewustwording van elkaars verantwoordelijkheden en de grondwettelijke bevoegdheden, rechten en plichten. De beste manier om dit te bereiken is een dialoog, zoals het vroeger met succes heeft plaatsgevonden. Journalisten en politiefunctionarissen hebben veel meer met elkaar gemeen en lopen zij elkaar veelvuldig tegen het lijf. Er is anderzijds ook sprake van een generatiekloof bij beide beroepsgroepen die overbrugd moet worden. Als ervaren journalist en lid van de Surinaamse Vereniging van Journalisten, wil ik dan ook het bestuur, leden en alle andere collega’s oproepen zich te beijveren voor een constructieve dialoog met de politie en elke vorm van confrontatie na te laten.

Wilfred Leeuwin
journalist