Handelsclub wil investeerders aantrekken voor Suriname
15 Apr, 04:41
foto
Investsur ambassadeur Anwar Lalmohamed (m) met DSIBC-voorzitter Renaldo Nasrullah (r) en consul-generaal Roy Lieuw A Sie.


De Dutch-Suriname International Club (DSIBC) biedt een platform voor het vergroten van Surinaamse en Nederlandse contacten. Het dient ook om netwerken van economische kansen te realiseren en maatschappelijke bijdragen te leveren. Anwar Lalmohamed, Investsur ambassadeur en adviseur van het Kabinet van de president, is voor dit initiatief afgevaardigd.

In een propvolle zaal op het Consulaat van Suriname in Amsterdam hebben Nederlandse en andere investeerders vrijdagavond een uiteenzetting gehad van deze gezamenlijke handelsclub. Consul-generaal Roy Lieuw A Sie zegt dat het Consulaat een business club in Nederland wil opzetten. De club moet investeerders motiveren om te investeren in Suriname. “In het bestuur hebben personen uit Nederland, Hong Kong, Maleisië, Turkije en Indonesië zitting. De DSIBC en het Consulaat staan nauw in contact met Investsur”, zegt Lieuw A Sie aan Starnieuws. Hij benadrukt dat de toerisme sector ook zal worden gepromoot.

Voorzitter Renaldo Nasrullah van DSIBC is zeer tevreden met de reacties en de opkomst van de avond. “Dit geeft duidelijk aan dat er alom belangstelling is voor business opportunities in Suriname. Er is nu contact gelegd met belanghebbenden en ook hun netwerk is vergroot.” De voorzitter zegt dat DSIBC een kantoor in Suriname en Nederland heeft. De investeerders worden in kaart gebracht en ze zullen in het geheel proces professioneel worden begeleid.

Lalmohamed maakt duidelijk dat de investeerders geen kapitaal van de Surinaamse overheid hoeven te verwachten. Suriname wil wel, waar nodig, inkomen met een stuk grond waarop het bedrijf kan worden opgezet. Maar, een bedrijfsplan en tal van andere eisen moeten eerst rond zijn. Op een vraag of Suriname een diaspora beleid heeft, gaf Lalmohamed schuifelend aan dat er aan eentje wordt gewerkt. De kritische vragen maakten dat Lalmohamed bijna geen kant uit kon.

Een belanghebbende stelde dat buitenlandse ondernemers te maken krijgen met hoge productiekosten in Suriname, omdat veel materiaal moet worden geïmporteerd. Zo moeten bijvoorbeeld kartonnen dozen uit Trinidad en Tobago worden geïmporteerd, alvorens de producten konden worden geëxporteerd. Dit maakt het product duur. Lalmohamed was voor de wolven gegooid en gaf toe dat dit probleem zich voordoet in de bananensector. Hij hoopt dat een investeerder dit probleem zal oppakken.

Op een vraag of personen de bestemming dat op een perceel staat, kunnen veranderen, antwoordde Lalmohamed dat de Surinaamse overheid strak zal zijn in haar beleid aangaande percelen of lappen grond die zullen worden toegekend aan investeerders. Reagerend op de vraag of er ook een antecedentenonderzoek zal worden ingesteld bij investeerders om na te gaan hoe zij aan hun gelden komen, zei Lalmohamed dat zeker het geval zal zijn. De investeerders moeten alle investeringen kunnen verklaren alvorens zij toestemming van de Surinaamse overheid zullen krijgen.

Wanita Ramnath