Het einde van een revolutie
19 Mar, 00:58
foto


Op 15 maart j.l.overleed in Paramaribo (Suriname) op 74 jarige leeftijd, Rubin Lie-Pauw-Sam. Met zijn overlijden verliezen wij nog een prominente Surinamer die hard heeft geprobeerd een beter Suriname te creëren voor iedere Surinamer.
Lie-Pauw-Sam was naast arts, ook medeoprichter en voorzitter van de op 14 september 1975 opgerichte politieke partij, de Volkspartij. Samen met een zeer gevarieerde groep voelden zij aan dat de Surinaamse samenleving en politiek niet op elkaar aansloten.

De politiekvoering die er al jarenlang in Suriname heerste was gebaseerd op etnische politieke partijen en een graaicultuur als men aan de macht was. De Volkspartij was een partij gestoeld op een gedeelde ideologie, welke ervoor zorgde dat de leden extra gemotiveerd waren om die ideologie uit te dragen. U kunt zich voorstellen dat als een politieke partij gestoeld is op enkel etnische achtergrond, dat je in theorie alleen kunt groeien als partij als er een groei plaatsvindt van het aantal mensen met dezelfde etnische achtergrond. Een partij gebaseerd op een gedeelde ideologie was hierdoor dan ook van meet af aan een gevaar voor de gevestigde politieke partijen.

Het doel van de Volkspartij was om een sociaaleconomisch rechtvaardige samenleving te creëren. Een rechtvaardige samenleving waarin onder andere vakbondsrechten en vrouwenrechten gewaarborgd waren. Om dit te bewerkstelligen werkten de leden van de Volkspartij samen met verschillende groeperingen zoals het Comité vrienden van Mariënburg. Dit comité zorgde op meerdere manieren dat de samenleving in Mariënburg werd gesteund, er werden scholingslessen gegeven aan de bond van Mariënburg en aan de jongeren van Mariënburg. Ook werd er een medisch spreekuur opgezet. In verschillende woonwijken van Paramaribo werden er activiteiten ontplooid via buurtorganisaties, onder andere in Abra Broki, Bloemendaal, Pontbuiten en Blauwgrond.

De Volkspartij groeide flink na de oprichting, de instelling van het streven naar een rechtvaardige samenleving voor allen vond weerklank in de Surinaamse samenleving. De gestadige groei zorgde er ook direct voor dat de Volkspartij en haar leden gezien werden als een gevaar voor de gevestigde politieke orde. Op 25 november 1975 werd Suriname onafhankelijk van Nederland, onder de regering van Henck Arron. Van meet af aan werd het duidelijk dat ondanks de vele beloftes vóór de onafhankelijkheid er wezenlijk niets in positieve zin veranderde voor het Surinaamse volk. Men moest onder zeer moeilijke omstandigheden het hoofd boven water zien te houden, hetgeen niet altijd lukte.

Dat de Volkspartij op een nieuwe manier omging met de communicatie naar haar leden toe, blijkt ook uit het oprichten van het weekblad Pipel. De eerste editie van Pipel verscheen in oktober 1975, waarna de oplage gestaag groeide. Pipel was meer dan een partijkrant, wat blijkt uit de variatie aan onderwerpen die erin besproken werden. Er was een hoofdredactioneel stuk, waarin een bepaald onderwerp werd uitgeplozen en in gewone taal werd uitgelegd aan de lezer, maar er was ook een rubriek over gezondheid en werd er geschreven over (politieke) gebeurtenissen in de regio. Pipel was ook de eerste Surinaamse publicatie die het mogelijk maakte voor een grote groep mensen om ‘Wij slaven van Suriname’ van Anton de Kom te kunnen lezen. Pipel publiceerde namelijk wekelijks een gedeelte uit het boek. De Volkspartij was van mening dat een betere informatieverstrekking en educatie aan het volk ertoe zou leiden dat men goed geïnformeerd kon opkomen tegen (politieke) misstanden.

De Volkspartij maakte een goede kans om bij de verkiezingen van 25 maart 1980 één of meerdere zetels te behalen. Dit zou genoeg zijn om een kritisch tegengeluid in het parlement te krijgen. Echter werd het democratisch proces, waarbij burgers de gelegenheid zouden krijgen om te kiezen wie hen zou vertegenwoordigen, wreed verstoord door de staatsgreep van 25 februari 1980. Het feit dat men een staatsgreep pleegde net een maand voordat er algehele vrije verkiezingen gehouden zouden worden, gaf voor de kerngroep van de Volkspartij al aan dat de terugkeer naar een rechtsstaat een lange en moeilijke weg zou worden. De onderdrukking van de vrije pers, de laksheid ten opzichte van de mensenrechten en de decembermoorden tijdens het militaire bewind (en de recent ingevoerde amnestiewet) getuigen van de voorzienige blik van deze groep progressieven.

De staatsgreep vlak voor algehele vrije verkiezingen in 1980 en de daarop volgende militaire periode hebben ertoe geleid dat een echte revolutie van het Surinaamse volk niet alleen is uitgebleven, maar heeft de waarschijnlijkheid op een nieuwe, breed gedragen stroming zoals de Volkspartij vrijwel onmogelijk gemaakt. Het onderliggende motto van de Volkspartij van ‘verbeter de kennis van het volk, verbeter de samenleving’ is in de huidige samenleving ver te zoeken. Het niveau van het huidige Surinaamse onderwijs is ver beneden het peil dat er was eind jaren ’70 en de ruim 38 jaar durende (economische) malaise hebben ervoor gezorgd dat het volk is verworden tot een volk dat van dag tot dag moet zien te overleven. Dit is precies waar de gevestigde orde het volk wil hebben, want een volk dat zich zorgen maakt over hoe zij morgen kan eten, heeft geen tijd en energie om zich te richten op hoe verder ná morgen.

Rubin Lie-Pauw-Sam (†15-03-2018) en Stuart Menckeberg (†09-08-2015) zijn twee aanjagers geweest voor de verbetering van de leefomstandigheden van het Surinaamse volk, doordat zij aan de wieg van deze beweging, de Volkspartij, hebben gestaan. Actieve manipulatie van de geschiedschrijving van Suriname na 25 februari 1980 heeft ertoe geleid dat de jeugd van vandaag deze twee politici niet kent. Het is aan degenen die er nog zijn om ervoor te zorgen dat het werk van deze patriotten niet voor niets is geweest.
Rust zacht Rubin Lie-Pauw-Sam.

Dr. Celia Menckeberg