Column: Politieke Borrelpraat 395
18 Feb, 22:30
foto


“Zo! Hebben jullie het gelezen? De Staat gaat een aantal aandelen die hij heeft in allerlei bedrijven, verkopen.”
“Ja, ik las het. Daarvoor denkt men zo een 740 miljoen srd binnen te halen.”
“Met de huidige buitenkoers is het zo een 77 miljoen euro. Slordige hap.”
“Whisfull thinking: jij wil ze kwijt, dan ga ik als koper lager bieden.”
“Hoe bedoel je? Je moet volgens mijn prijs kopen. Na mi sani.”
“Jij snapt geen fluit van koop en verkoop. Als ik de aandelen in de hotelmaatschappij Torarica wil kopen, dan ga ik bieden, en als er meerderen zijn die deze aandelen willen, dan gaan we tegen elkaar opbieden, en dan krijgt de verkoper van die aandelen waarschijnlijk meer dan de boekwaarde van die aandelen.”
“Nou, dat gebeurt dan toch, als de staat z’n aandelen in al die bedrijven te koop aanbiedt?”
“Nee mang, denk toch na. Stel, je wil twintig tweedehandse auto’s uit jouw bedrijf kwijt, want je bedrijf zit een beetje krap met geld. Je verkoopt de wagens voor 10.000 US dalla per stuk, dus je brengt in je begroting op: ‘ik ga verdienen tienduizend maal 20 = 200.000 US dalla’. En dat begin je alvast in je begroting voor volgend jaar te boeken, en zie: je bedrijf zal dan winst maken.”
“Maar dat is toch goed? Dat wekt toch vertrouwen naar buiten toe?”
“Dat klopt; en je kan dan als bedrijf bijvoorbeeld een lening sluiten bij een bank, met dit verwachte positieve resultaat als onderpand.”
“Tja, wie weet lukt dat weer eens, want dit is het klassieke voorbeeld van het spreekwoord: je verkoopt de huid van de beer voordat je de beer geschoten hebt.”
“Ik begrijp dat niet. Ik bied de wagens toch ten verkoop aan? Dus ik zal ze toch voor 200.000 verkopen?”
“Daar maak je de eerste fout. Wie garandeert jou dat je die auto’s voor die prijs kwijt zal raken?”
“Nou ja, men zal toch wel een marktonderzoek verricht hebben?”
“Dat hoop je maar. Het kan ook paniekvoetbal zijn, zo van: un habi moni fanowdu, hila hila, la we die overtollige wagens snel-snel verkopen, dan kunnen we weer een paar maanden de salarissen betalen en een deel van onze schulden bij die geldlustige ziekenhuisgenezers en pillendraaiers gaan aflossen.”
“Je zeurt. Als je met een hoge bloed, lage salie, een overdosis aan sukru, alcohol of een ander spul de EHBO wordt binnengebracht, zal je tegen die man of vrouw in het wit, die zich over je heen buigt, zeggen: ‘Jo geldwolf, je houdt mij en mijn volk in gijzeling.”
“Nee, ik ga dan liever op staatskosten naar een buitenland om daar m’n kleppendeksel te laten nakijken of mijn oliefilters te verwisselen, in plaats dat ik hier in een jarenlang niet volledig en regelmatig ontsmet ziekenhuis een of andere citroenella of poepejantje-ziekenhuisbacterie oploop, zeg eerlijk!”
“Laten we hier geen slinkse opmerkingen maken. Dus we gaan in ons voorbeeld bedrijfsauto’s verkopen om wat cash binnen te halen, dat begrijp ik. Maar waarom mag ik nu al de verwachte inkomsten van 200.000 US dalla niet op m’n begroting boeken?”
“Als opkoper weet ik dat jij die wagens kwijt wilt, omdat je een beetje klem zit. Denk je dat ik zo een filantroop zal zijn om je tienduizend dalla per wagen te betalen, al zien ze er redelijk uit?”
“Ja toch, je zegt zelf: ‘ze zien er redelijk uit’, dus jo saka den dalla gi mi.”
“Echt niet. Ik zeg: ‘Oooow, je zit klem, nò? Je weet niet met geld om te gaan, nò? Je smijt maar met geld en leent maar raak, nò, want je durft geen keiharde maatregelen binnen je bedrijf te nemen, nò, omdat je personeel en je stafleden dan gaan mopperen, nò? Dus je hebt naarstig geld nodig nò? Dan ga ik je 5000 US dalla per wagen bieden.”
“Hé, maar dat is onmaatschappelijk! Je maakt misbruik van m’n situatie door me minder te willen geven voor die goed uitziende wagens.”
“Je mag het noemen hoe je wil, ik geef je cash 20 maal 5000 is 100.000 dalla. Hier alsjeblieft. Teki dya, go pai yu subsidie, go pai yu koopkrachtversterking, go pai yu contributie na VN, fosi den yagi unu gwe leki wanbetalers, kortom, go pai yu winti wai, lanti pai-beleid.”
“Zeur niet, want jullie hebben dit veroorzaakt sinds Jopi-popi.”
“En jullie zijn er professioneel, volgens het neksnofout-principe, mee verder gegaan.”
“Heren, heren, we verzanden weer in oeverloze verwijten. Goed, terug naar ons voorbeeld: jij denkt misbruik te maken van mijn geldnood en wil me maar 5.000 per wagen geven. Ik weiger natuurlijk en ga naar een andere gegadigde.”
“Nou, die weet binnen een seconde dat je mijn bod van 5.000 hebt afgewezen, dus die biedt je prompt vierduizend per wagen, dus minder.”
“Jeetje, wat een boef, die maakt nog meer misbruik van m’n precaire situatie.”
“Klopt. Hij lacht en jij huilt, want je hele nepbegroting van volgend jaar klopt helemaal niet meer. Het was al soep met ballen, nu is het soepen met ba-lallen.”
“Nee hoor, ik jaag die tweede opkoper weg en roep jou weer binnen en zeg: ‘Oké lobi brada, mi stanko mati, geef me die 5.000 per wagen die je me wilde geven.”
“Dan ben je voor de tweede keer naïef. Want dan zeg ik: ‘sorry lobi stanko brada, dit is een nieuwe onderhandelingsronde. Intussen is mijn koers gezakt. Ik geef je nu 3.500 dalla per auto.”
“Mijn hemel, wat een schurkenstreek is dat! Dat is je reinste oplichterij.”
“Je mag het noemen hoe je wil, maar jij hebt geld nodig en ik heb dat geld.”
“Dan had ik liever moeten ingaan op je eerste deal.”
“Goed zo, je begint het te leren. Dan waren we gaan bieden en loven.”
“O, zo gaat het, en dan waren we misschien geëindigd op 1285 dalla per wagen, of zoiets.”
“Precies. Door in eerste instantie met je stoffige en arrogante ambtenarenverstand te gaan dealen, kwam je uit op 3.500 per wagen.”
“Wat wil je ons met dit voorbeeld zeggen?”
“Dat het zeer prematuur is om de verkoopresultaten nu al in je begroting te verwerken. Begin er eerst voor te zorgen dat je je begroting op tijd klaar hebt, want daarvoor word je met ons belastinggeld betaald. Niet om steeds uitstel te vragen om weer flink te gaan manipuleren met de cijfers en opgeblazen verwachtingen om ons voor de gek te houden.”
“Maar ik ben het er wel mee eens dat die aandelen verkocht worden. Ook met dat verkopen van overheidspanden. Kijk dat wrakkige hoofdkantoor van Juspol, hoek Mirandastraat/Arronstraat. Verkoop of ruil dat ding.”
“Nee mang! Het behoort tot ons cultureel erfgoed.”
“Maar we kunnen het niet onderhouden; het vervalt maar. Dan maar slopen en verkopen. Of verkopen die hap, met toestemming tot slopen, met als voorwaarde dat het bij herbouw van buiten de koloniale bouwstijl behoudt, maar daarachter de moderne staal of steenbouw schuilgaat, zoals het hoofdkantoor van wat vroeger heette De Nationale, nu opgegaan in Assuriah, aan de Arronstraat, voorheen de Gravenstraat.”
“Weten jullie hoe de Gravenstraat aan z’n naam is gekomen, voordat kortzichtige cultuurbarbaren het een andere naam gaven?”
“Omdat er begraafplaatsen aan deze straat lagen.”
“Lariekoek. De Gravenstraat is in feite een van de oudste, misschien wel de oudste straat van Paramaribo. Vraag het aan mevrouw McLeod, dan ga je horen.”
“Ja, maar hoe kwam die straat dan aan z’n naam?”
“Toen Lord Willoughby de plantagekolonie aan de Surinamerivier in bezit verkreeg, bouwde hij zijn huis op de plek waar nu nog steeds de first man woont of kantoor houdt. Nou, op gezette tijden ging onze lord op z’n paard een tochtje maken, waarbij hij vanaf zijn riante woning de schelpenrits volgde, waarlangs hier en daar al wat gebouwen verrezen. Dit paadje werd toen naar zijn titel genoemd.”
“Dan zou het ‘de Lord Willoughbystreet’ genoemd zijn, of ‘the Lordstreet’. Je verhaal klopt niet.”
“Jouw redenering is niet juist. De man heette Lord W., graaf van Parham. Hij had dus als adellijke titel graaf. Dus het paadje, het straatje waarlangs de graaf vaak paard reed, werd door de Hollanders die na Willoughby kwamen ‘de graaf z’n straat’ genoemd. En dat is verbasterd tot Gravenstraat. Go aksi mevrouw McLeod.”
“Net zoals het dorpje aan de Corantijn genoemd werd, waar je door de hoge deining van de boot op de steiger moest springen. Dat werd door de Hollanders ‘Spring-in-‘t-land’ genoemd. Dat staat ook op de oude kaarten. De Engelsen verbasterden dat tot ‘Springlands’.
“Ja, uit oude plaats- en riviernamen kan je veel achtergronden halen, maar cultuurbarbaren vinden dat ze deze namen moeten vervangen door allerlei twijfelachtige namen.”
“Maar we zijn weer flink afgedwaald; jullie vergeten dat onze grootste sponsor laatst z’n Nieuwjaar heeft gevierd en het jaar van de Hond heeft ingeluid.”
“Je kan zeggen wat je wilt, maar we mogen ons ergens gelukkig prijzen met zeker deze etnische groep in ons midden: harde, stille en stoere werkers die goed weten hoe ze vooral elkaar moeten uitbuiten en op alle mogelijke manieren geld op ons weten te maken.”
“Jeetje mang, zeg je weer onvriendelijke dingen, nu tegen de grootste bevolkingsgroep ter wereld.”
“Hij zegt geen onvriendelijke dingen, maar gewoon de waarheid. Onze Tjaina-brothers and sisters zijn geen wereldmacht geworden door maar ‘tje-poti’ tegen elkaar te spelen en steeds maar klagend in de slachtofferrol te kruipen. Wat die mensen de afgelopen 5000 jaar meegemaakt hebben aan massamoorden, verkrachtingen, uitbuiting, natuurrampen, ziekten, drugsverslaving, slavernij, discriminatie, armoede, hongersnoden is onvoorstelbaar.”
“Inderdaad, daar is het tegenwoordig geschreeuw aan deze kant van de wereld over die zaken die je noemde, maar kinderspel mee vergeleken.”
“Niet voor niets noemen ze zich ‘Het Hemelse Rijk’. Ik heb echt respect voor dit volk en hun rijke cultuur. Ze staan open naar alle culturen, respecteren die, maar blijven zichzelf en hun culturele waarden trouw.”
“En kijk hoe ze een land met 1380 miljoen mensen draaiende houden, terwijl wij niet eens een half miljoen mensen kunnen managen.”
“Dus qua aantal mensen is China het eerste land ter wereld en qua oppervlakte het derde land, na Canada en Rusland, die voor het merendeel ijskoud en leeg zijn.”
“Werkelijk, een voorbeeld voor al die smal denkenden ter wereld, die Trumpaan in dat Witte Huis incluis.”
“En we zijn het enige land op het westelijk halfrond waar het Chinese Nieuwjaar een officiële feestdag is.”
“Please your biggest sponsor.”
“En onze grootste rondhoutopkoper en grootste betonnen blokkendozenbouwers en stratenasfalteerders in ons land.”
“Plus die illegale omoes hebben duizend US korting van Baas gehad als ze zich willen legaliseren. Maar omoe taki: mi wani moro korting, van 3000 naar 800, net als de andere illegalen die zich moeten registreren. Anders is het discriminatie.”
“Da volgens mij Baas kari DNA-Tseng, zeggende: ‘Zeg aan die mensen van je: ik geef geen korting meer. Anders gaan jullie de Indiaan in mij wakker schudden.”
“En wat zei Tseng toen, volgens jouw alcoholische fantasie?”
“Hij zei: Ja Baas. Rustig Baas. Denk aan je….aan je…aan je alles.”
“En wij denken aan braaf naar huis gaan. Heren proost.”

Rappa

Monday 25 June
Sunday 24 June
Saturday 23 June