Tragikomische muziekvoorstelling over de Woiski’s
23 Jan, 18:43
foto
Een fragment uit 'Woiski vs. Woiski. (Foto: Ben van Duin)


BB met R, O Nederland Geef Me Rijst Met Kouseband of Je Bent Nog Niet Gelukkig Met Een Mooie Vrouw. Surinamers en ook de wat oudere Nederlanders hoeven de eerste tonen maar te horen of ze beginnen met een brede grijns mee te zingen. Maar van wie waren die liedjes ook weer? Ditmaal duurt het meestal langer voor de naam van Max Woiski senior en junior uit het geheugen wordt opgediept. Laat staan dat iedereen iets meer weet over het spannende en tragische levensverhaal van beide muziekiconen. De laatste paar jaar komt daar verandering in.

Vanzelfsprekend zijn de grootste hits van vader en zoon Woiski opgenomen in de muziekcollectie Sranan Gowtu en het bijbehorende boek. Daarnaast schreef Ronny Woiski, zoon van Max sr. uit zijn huwelijk met Alma Braaf en halfbroer van Max jr., in 2015 de familiekroniek Mijn familie en ik. En ruim een jaar geleden publiceerde Patrick van den Hanenberg met Bruine bonen en kouseband een dubbelbiografie over de Woiski’s.

Op dat laatste boek heeft theatergroep Orkater nu een muzikale voorstelling gebaseerd: Woiski vs. Woiski. Een absolute aanrader voor wie van muziek, theater en Suriname houdt. De rolbezetting mag er zijn met Mike Lebanon als Woiski sr., Michiel Blankwaardt in de rol van jr. en Manoushka Zeegelaar Breeveld als Alma Braaf. Vooral de laatste twee zijn op dreef in een stuk waarin voortdurend wordt geschakeld tussen vileine grappen, komische situaties en ontroerende liedjes.

In de co-productie met het Bijlmerparktheater in Amsterdam Zuid-Oost staat de geschiedenis van Woiski sr. centraal. Die verliet in de jaren dertig Suriname om in Europa als variétéartiest het clubcircuit te verkennen. Uiteindelijk streek hij neer in Amsterdam waar hij met succes nachtclub La Cubana opende. Toen hij in de jaren vijftig een donkere gitarist tekort kwam, liet hij zijn zoon Max overkomen uit Paramaribo. Die laatste had zijn hoop nog gevestigd op een warme hereniging met zijn vader maar kwam bedrogen uit. Hij bleek niet meer dan een werknemer die knalhard moest werken en daar ternauwernood voor betaald kreeg.

Het zou dan ook nooit meer goed komen tussen vader en zoon Woiski. En hoewel junior zich daarna op alle mogelijk manieren afzette tegen senior, zou hij diens loopbaan vrijwel exact kopiëren. Ook hij runde een nachtclub, wist in Nederland uit te groeien tot een van de allereerste Bekende Surinamers die geregeld op tv verscheen. Net als zijn vader verkaste hij naar Ibiza om berooid terug te keren en te eindigen in de anonimiteit.

Regisseur Geert Lageveen heeft slimme keuzes gemaakt door een verteller op het podium te zetten die met grote sprongen door de tijd gaat. Hij moest wel. De levensverhalen zitten boordevol tori’s. De optredens op paleis Soestdijk op verzoek van prins Bernhard bijvoorbeeld. Of de hoogtijdagen in hun Amsterdamse nachtclubs La Cubana of Tropicana, waar de Woiski’s alles uit de kast haalden om het internationale sterren als Louis Armstrong, Nana Mouskouri en Harry Belafonte naar de zin te maken.

Een gedateerd toneelverhaal is het niet geworden. Daar is de muziek te eigentijds voor – zoiets kun je wel overlaten aan de mensen van Orkater – en bovendien zijn er genoeg verwijzingen naar het Nederland van deze eeuw. Sinds de eerste Surinamers voor de oorlog als exotische bezienswaardigheid werden beschouwd, is er veel veranderd. Maar dat wil allerminst zeggen dat kleur en afkomst er tegenwoordig niet meer toe doen. Ook de recente discussie over het al dan niet verwijderen of herbenoemen van standbeelden van zeehelden dan wel slavendrijvers als Maurits en J.P. Coen wordt aangestipt.

Dat slavernijverleden valt ook af te leiden uit de familiestamboom van de Woiski’s. Max senior mocht dan in zijn streven naar erkenning en aanzien als artiest prat gaan op zijn licht getinte huidskleur en zich bij voorkeur als Cubaan presenteren, hij stamt af van de Pruisische kolonist Von Woiski die te boek staat als een van de wreedste planters in Suriname.

Het opportunisme van Woiski sr. komt in de voorstelling schrijnend aan het licht wanneer hij in een aparte scène juist probeert aan te tonen dat hij een volbloed Oostenrijker is die toevallig net iets te vaak in de zon heeft gezeten. Op die manier probeert hij in de Tweede Wereldoorlog lid te worden van de door de Duitse bezetter ingevoerde Kultuurkamer om zijn nachtclub te blijven runnen. Hij slaagt in zijn opzet en moet erop toezien dat Joden en ‘negers’ de toegang tot Club La Cubana wordt ontzegd. Na de oorlog moet hij dat verraad bekopen en wordt hij op straat door een groep Surinamers in elkaar getimmerd.

Al direct na de première gingen stemmen op om Woiski vs. Woiski ook in Suriname op te voeren. Manoushka Breeveld kan niet wachten. Al was het maar om vader Borger een lol te doen: ‘Hij was razend enthousiast en smeekte me zowat om het ook in Paramaribo te komen spelen. Wie weet. Het hangt ervan af of we het gefinancierd krijgen natuurlijk. Maar met de Koningin van Paramaribo is het ook gelukt.’

Diederik Samwel