Column: Politieke Borrelpraat 385
10 Dec, 22:23
foto
Bloemen voor de slachtoffers vanaf 25 februari 1980 bij het Mensenrechten Monument aan de dokter Sophie Redmondstraat. (Foto: Leroy Troon)


“Weer een gedenkwaardige week, die begon met twee verkeersdoden in een over-de-kop vliegwagen en eindigt met weer twee doden in een over de kop gevlogen wagen.”
“Het is vervelend om het te zeggen, maar als men maar diep blijft trappen op het gaspedaal, zullen we steeds weer met dit fenomeen en het grote verdriet daarna geconfronteerd worden.”
“En al die uren, dus geld van de belastingbetalers, die verschillende diensten zoals brandweer, ambulance, lijkenwagen kwijt zijn, en niet te vergeten die arme overwerkte politie die uit protest de Duisburglaan als parkeerplaats gebruikte.”
“En dan die onschuldigen die geraakt kunnen worden door zo een over de kop vliegend vehikel; je zal maar net je barbecue kip met patat of saoto bij een tent aan de kant van de weg gaan halen of nuttigen, of zo een racewagen overdekopt met honderdzoveelzoveel kilometer per uur en slaat jou met eettent en personeel morsdood.”
“En behalve dat, wie vergoedt de schade aan bijvoorbeeld een volledig kapotgereden stenen schutting, of die verschrikkelijke schrik midden in de nacht of dag?”
“Ik weet dat allemaal niet, maar daarom kan ik mijn oude overbuurman ergens wel begrijpen toen hij laatst bij de 42-ste onafhankelijkheidsviering bij een biertje verzuchtte: den no kan orden a verkeer srefi, dan pe d’o set’a kondre bun? En ze schelden zo heftig op bakra basi en het koloniaal verleden, den kenki beeld nanga strati neng, maar daarmee camoufleer je voor simpel denkende zielen misschien wel je onvermogen om het eigen land sociaal en economisch te ordenen, maar you can’t fool all of the people all of the time met deze eenzijdige ophitspraat of met die luchtkastelen.”
“Nu voelen zelfs de wakamans zich bedrogen; die grond was hen nooit toegezegd. Is Bolim van Nakaba-tori heeft het opgeblazen.”
“Zeker is jouw opa van de overkant eentje die vindt dat we niet onafhankelijk hadden moeten worden en maar onder de vleugels van moeder Holland hadden moeten blijven; toen was alles goed en geregeld en was de koers stabiel.”
“Jawel, dat vindt m’n overbuur.”
“Zeg hem dan, dat juist die onafhankelijkheid onze goede vermogens en onze onvermogens duidelijk zichtbaar heeft gemaakt en het nu aan ons gelegen is om uit ons midden krachten te ontwikkelen om hiermee verder te dealen.”
“Ben ik met je eens; als we bij mammie en pappie thuis waren gebleven, waren we met al die verborgen goede en kwade gewoonten blijven zitten nietsdoen in dat huis, dienstmeisje en tuinman deden alles, elke dag was er eten op tafel, kleren werden voor je gewassen, wat leerde je als jonge volwassene daarvan? En wat voor voorbeeld zou je voor jouw kinderen zijn? Come on! Zeg dat aan je overbuurman, maar dan wel als hij nuchter is.”
“Zoals wij nu hier.”
“We zijn nuchter…. van de alcohol, net zoals we onafhankelijk van de afhankelijkheid zijn, of moet het zijn: afhankelijk van de onafhankelijkheid?”
“En intussen hebben we 35 jaar 8 en 9 decembermoorden herdacht, o hemeltje, wat heeft dat ons toch door en door verdeeld en gespleten; daar komen we nooit meer uit.”
“Maar moet dat? Word je als samenleving niet pas volwassen als je leert verder leven met dit soort pijnlijke zaken?”
“Of zal alles over en voorbij zijn als de hoofdverdachte maar berecht wordt?”
“En wattebout de mensen die er een genoegen in schijnen te scheppen deze wonden steeds weer open te rijten en ons daarmee verdeeld te blijven houden?”
“Ja, oke, maar moeten we ter wille van de eenheid en uit vrees voor represaille van de aanhangers van de hoofdverdachte misdaden tegen de menselijkheid met de mantel der liefde bedekken?”
“Dat zeg ik weer niet, maar ik bedoel: andere landen hebben toch ook nog ergere onderlinge toestanden gekend en hebben er toch verder mee leren leven? Neem Zuid-Afrika en die verschrikkelijke Apartheid. En neem toch jouw voorbeeldland aan de Noordzee, waar volgens jou alles goed is en er nooit diepe verdeeldheid is geweest.”
“Maar dat is toch zo? Nederland heeft toch nooit een diepe verdeeldheid gekend?”
“Dan heb je duidelijk niet opgelet toen we die Vaderlandsche Geschiedenis op school kregen. Ooit gehoord van de Hoekse en Kabeljauwse twisten tussen 1350 en 1490?”
“Ach mang, jij overdrijft, net als die paarse marcheerclub van je die al bij het horen van de N van Nederland of de H van Holland begint te steigeren als een briesend paard en die meteen schuim en gal spuugt over dat koloniaal verleden, maar daar wel met waardevast eurogeld van diezelfde bakra basi gecompenseerd wil worden. Nu vindt er eentje dat we zelfs voor het doen zinken van de Goslar in onze haven geld ter compensatie moeten gaan eisen. Jeetjemineetje!”
“Heren, heren, rustig! Laat politiek geen vijandschap brengen tussen ons.”
“Maar dan moet Jules willen inzien dat verdeeldheid binnen een samenleving ook z’n goede kanten heeft; je wordt er juist door gestimuleerd naar eenheid te werken. Kijk hoe de Beeldenstorm van 1566 in West-Europa en in de Nederlanden diepe wonden sloeg en zie de gevolgen.”
“Wat was dat, de Beeldenstorm?”
“Ja, dat krijgen jullie niet meer, jongere zuipbroeder in ons midden. Dat was een opstand van vooral de sober levende calvinistische protestanten tegen vooral de pracht en praal van de rooms-katholieke kloosters en kerken, waarbij vooral de heilige beelden en andere kunstwerken en ornamenten kapot geslagen werden.”
“Jeetje, da’s niet zo best, maar zo te zien waren de mensen dan wel behoorlijk opgejut.”
“Jazeker, door de vele vlammende preken van allerlei haatdominees.”
“Maar die Beeldenstorm leidde tot het begin van de Tachtigjarige Oorlog en die leidde weer tot o.a. de vorming van de Nederlanden als onafhankelijke staat.”
“Maar dat waren verdeeldheden in het oude Europa, hier, aan deze kant, in de Nieuwe Wereld kennen we dit soort diepe splijtzwammen niet zozeer.”
“Weer een onjuiste uitspraak. Zie ons buurland Guyana met hun etnische burgeroorlog eindjaren vijftig, beginjaren zestig van de vorige eeuw. En kijk naar jouw heilig voorbeeldland, de USA. Heb je ooit gehoord van de burgeroorlog tussen Noord en Zuid?”
“Maar ze zijn er doorheen gekomen en werden een wereldmacht.”
“Dat klopt helemaal, maar die ouwe scheiding bleef bestaan, zie op politiek gebied de Democraten en de Republikeinen.”
“En nu is er een typische roodnek-president aan de macht en Noord en Zuid vlammen weer tegen elkaar.”
“De afgescheiden zuidelijke staten werden toen toch ‘de Geconfedereerden’ genoemd? Ze hadden en hebben toch hun eigen vlag, ook met sterren?”
“Mooi mang, je bent goed op de hoogte. Zeg ons dan: hoe zag en ziet die geconfedereerde vlag er uit?”
“Een rode ondergrond met twee blauwe diagonale balken die elkaar in het midden kruisen met sterren daarin.”
“Goed zo! Maar als yankee-kenner in ons midden, vertel dan: hoeveel sterren staan er dan op de blauwe balken?”
“Ehhm, tja, een tiental stuks, zoiets.”
“Nee, jonge broeder, exact wezen. Dertien sterren. Elf voor de afgescheiden zuidelijke staten en twee voor de onafhankelijke staten, namelijk Kentucky en Missouri. Die waren lid van beide federaties, dus van Noord en van Zuid. Dat moet toch kunnen?”
“Maar bij ons hier ben je óf lid van de Verzoeningsbeweging die buiten het fort de gevallenen herdenkt, óf je bent lid van de Gerechtigheidsbeweging die vooral binnen het fort herdenkt.”
“En toen ging de poort dicht, de ene beweging bleef buiten en de andere bleef binnen. Sorry, laat is laat.”
“Had Dora dat niet jaren terug tegen skatje Mafo-A gezegd toen die te laat met haar partij’s kandidatenlijst kwam aandansen?”
“Wie binne benne, benne binne; wie buiten benne, blijven buiten.”
“Maar in de kathedraal was de verzoeningsbeweging wel binnen, met Dew Hanoeman en Herrieberrie en een paar familieleden van slachtoffers van beide kanten.”
“Ik vind dat dat ook moet kunnen; dat is een teken van volwassenheid als je dat durft en als dat geaccepteerd wordt.”
“En daarom vond ik het hoogst onvolwassen en beneden elke standaard van beschaving dat sommige kerkgangers, buiten allerlei hatelijkheden naar het hoofd van die Hanoeman slingerden. Ik moet ook niets van hem hebben, maar zoiets doe je gewoon niet. Negeer hem, kijk hem niet aan, loop om hem heen, maar ga niet als onopgevoede pubers allerlei scheldpraat tegen hem uiten.”
“En wattebout de uitlatingen van ene pastoor, die opeens jurist is geworden en gratie voor meervoudige moord als aanleiding ziet voor gratie voor enkelvoudige moord? Wat voor kronkelredenering is dat? En nog wel in Gods Huis. Jeetje mang.”
“Ergens heeft die Ter Dorsthorse een bepaalde Toon gezet: gratie voor moord blijft gratie voor moord. En vergeving krijg je pas als je hebt opgebiecht wat jouw aandeel in het gebeuren was. Zo goedkoop krijg je geen vergeving. Ergens heeft hij gelijk.”
“Mi no sabi, maar ik behoor tot de onafhankelijke staten, noch Noord, noch Zuid, maar beiden. Als m’n ouders ruzie hebben, kan ik niet pro mamma en anti pappa zijn, of omgekeerd. Ik ben vanuit beiden voortgekomen, dus ik kan geen partij voor de ene tegen de andere kiezen.”
“Maar als ze beiden doorgaan met bekvechten, dyugudyugu, haritrusu en de voortgang van het hele gezin in gevaar brengen, wat doe je dan?”
“Dan schreeuw ik ze beiden dat ze moeten ophouden met hun *&#$%-gedoe, want buiten staan de mensen van de EBS en SWM gereed om stroom en water af te sluiten, want door dat hele geruzie zijn de rekeningen niet betaald. En de gasbom is net leeggelopen.”
“Dat zal je huis wel wezen, succes! Heren, we nemen nog een snappie en nemen dan een rustig rijdende taxi die ons allemaal thuis afzet. Eenieder draagt zevenvijftig bij voor de rit. Proost.”


Rappa