Data geweld tegen kinderen belangrijk voor beleid
07 Dec, 11:20
foto
Parlementsvoorzitter Jenny Geerlings-Simons is blij met de presentatie van de resultaten van het onderzoek naar geweld tegen kinderen. (Foto's: Raoul Lith)


In De Nationale Assemblee (DNA) is voor leden en deskundigen een presentatie gehouden over de resultaten van een nationaal onderzoek naar geweld tegen kinderen in Suriname. DNA-voorzitter, Jennifer Geerlings- Simons, is bijzonder blij met de presentatie van de resultaten om te helpen een duidelijk oordeel te hebben over waar we staan. Problemen kunnen niet effectief worden aangepakt als er geen goede informatie is over wat aan de hand is, zegt ze. Om programma’s te maken, beleid te maken en een mening te vormen over wat verder te doen, zijn harde cijfers uit onderzoek belangrijk, benadrukt ze.

Er is langer dan een jaar data verzameld bij scholieren en ouders, met name moeders en geanalyseerd door een multidisciplinair team, vertelt Julia Terborg van het Institute for Graduate Studies and Research (IGSR). Er is zowel kwalitatief en kwantitatief materiaal verzameld. Binnen het onderzoek is gekeken naar hoe vaak geweld tegen kinderen voorkomt, het soort geweld en de dader alsook wat de invloed ervan is op volwassenen en kinderen. Ook hoe kinderen dit geweld ervaren en de opvattingen erover maakten deel uit van de onderzoeksvragen. Verder is gekeken naar de mate waarin kinderen en ouders toegang tot hulpverlening hebben en het verbeteren van preventie en de aanpak van geweld tegen kinderen op alle niveaus.

Opvallende resultaten uit het onderzoek zijn dat fysiek geweld op school vooral in het basisonderwijs plaatsvindt (47%). Ook verwondingen komen hier het meest voor (23%). Op LBO-scholen wordt er tweemaal zoveel wapenbezit, zoals messen en wapens, gerapporteerd. Deze scholieren voelen zich ook het minst veilig in vergelijking met de anderen. Deze scholen hebben ook de hoogste melding van het ontvangen en versturen van seksfoto’s en video’s via internet. Diefstal doet vooral voor op GLO (49%) en LBO (50%) scholen. Iets meer dan 1 op de 4 leerlingen heeft last van pesten, meer bij meisjes (31%) in het basisonderwijs (35%). Het gaat onder andere om uiterlijk, naam, economische status en afwijkend gedrag.

Geweld in huis
81% van kinderen heeft minstens een vorm van geweld ervaren. 74% heeft weleens psychisch geweld ervaren. Bij psychisch geweld gaat het onder andere om schreeuwen en gillen, uitschelden, beledigingen, doodsverwensingen en dreiging tot achterlaten. “Misschien doe ik iets stouts toch. Daarna zegt mijn moeder: dan was je liever dood. Ik vind het erg als mijn moeder dat zegt,” citeren de onderzoekers een jongen die op de basisschool zit. 28% is getuige geweest van geweld tegen ouders, onder wie ouders die elkaar uitschelden of geslagen worden. Vooral moeders. Uit het onderzoek blijkt verder dat 72% lichamelijk geweld en 13% seksueel geweld heeft meegemaakt. Bij lichamelijk geweld gaat het meestal om een tik, maar soms ook schoppen en klappen, pak slaag met een voorwerp, verwonding, opgesloten of vastgebonden worden.

Het geweld door volwassen tegen kinderen is viermaal groter dan geweld van kinderen tegen kinderen. Er is een stijgende trend te zien in de cijfers van meldingen bij de Spoedeisende Hulp (SEH) vanaf 2010 met een hoogtepunt van 752 in 2014 en 521 in 2016. Volgens het onderzoek komen dus niet alle kinderen terecht bij de SEH. Uit de onderzoeksdata in 2016 zijn er meer dan 5.000 kinderen die hebben aangegeven lichamelijke verwondingen te hebben gehad. Dit geldt ook voor seksueel geweld, waarbij slechts het topje van de ijsberg bij de SEH terecht komt, terwijl de schatting 8.000 kinderen is die dit ervaren.

In het landelijk onderzoek zijn scholieren als doelgroep gebruikt. Het gaat om kinderen tussen 11 -18 jaar. In totaal zijn ongeveer 3.000 kinderen en volwassenen gesproken. Het onderzoek is in opdracht van De Nationale Assemblee samen met de UNICEF uitgevoerd door het Institute for Graduate Studies and Research .

Raoul Lith