Column: Politieke Borrelpraat 383
26 Nov 2017, 22:23
foto
Het project 'Trotse Surinamer' is gelanceerd door Melvin Bouva, vicevoorzitter van De Nationale Assemblee.


“Zo, beste broeders, zo hebben we de 42e verjaardag van onze republiek achter de rug.”
“Ja, dat was voor mij een dag van bezinning, van overdenking.”
“Bij mij ook. Ik overdacht vooral mijn eigen daden in de afgelopen 42 jaar. Ai, mi wroko wan soort wroko ini a kondre dies.”
“Maar je bent toch vooruit gekomen? Da san je klaag?”
“Mi ne klaag, ik overdenk. Ik had ook drie baantjes per dag en in het weekend gaf ik bijles. Maar ik heb toen politici niet steeds hun politieke eigenvoordeel-gezang daarmee horen spekken.”
“Waar ik bij elke nationale dag een steeds grotere afkeer van krijg, zijn al die praatjes van politici, die het op zo een hoogtijdag allemaal beter weten hoe het met dit land verder moet gaan, maar er allemaal keihard aan hebben meegewerkt dát dit land in z’n ontwikkeling is blijven steken.”
“En hun allen duidelijke bijdrage de afgelopen 42 jaar is de enorme waardedaling van ons geld: van 1 op 1,80 voor de US in 1975 naar 1 op 7500 vandaag de dag. Dat schrappen van die drie nullen ergens onderweg was maar hun zoveelste een foefje om ons voor de gek te houden.”
“Nou, niet zo negatief zijn, broeder. Het is een collectieve schuld. Ik lees al die feestdagboodschappen wel; bij Holi zal het goede overwinnen, bij Divali zal het licht gaan schijnen, bij Kerst is de Heilige Bevrijder geboren, bij Id-ul-fitr wordt het einde van de vastenmaand gevierd, bij 1 juli zijn de ketenen van de slavernij verbroken en ga zo voort.”
“Ja, maar steeds wordt hun politieke boodschap, pro of contra de regering, bij zo een feestdag sluipfasi verwerkt, net als bij deze Srefidensi. De ene vindt dat er een omslag moet komen, het tij moet keren, de andere wil een langetermijnvisie met participatie van het volk hier en in diaspora.”
“Andere politici zeggen in hun Srefidensi-boodschap: niet opgeven, hoor, beste volk, u moet nieuwe politieke keuzes maken, u weet toch wie? Op ons, tok?”
“En weer een andere laat zijn boodschap bol staan met termen als nationalisme, patriottisme, vaderlandsliefde, leven in vrijheid, natievorming aanwakkeren…”
“Da wattebout die andere die stelt dat we uit een diep dal moeten klauteren. Hebben zij ons niet mede in de afgelopen 42 jaar steeds weer in dat diepe dal geworpen, terwijl zij zichzelf en hun kleine kring van loyalisten met gouden bergen zegenden?”
“Niet zo heftig, broeder. Is wij wilden dat, is wij stemden daarvoor, is wij ondersteunden dat met gejuich en gejoel en vlaggenwapperij en is wij die er achteraf over gingen klagen, over weer eens de verkeerde politieke keuzes die we maakten.”
“Ach, klets niet mang, je hebt er zelf aan meegedaan.”
“Daarom mi kan taki, tok?”
“Daarom geef ik die andere gelijk als die in z’n boodschap stelt dat we de juiste leiders moeten kiezen en onkundige leiders en vriendjespolitiek weg moeten doen.”
“Jeetje, maar dat zijn toch de pilaren waarop het gros van onze politieke partijen is gestoeld?”
“Luister vóór de verkiezingen naar mijn woorden, kijk na de verkiezingen niet naar mijn daden, tot over vijf jaar.”
“Nee, met dit soort voor- of tegenpraterij op elke nationale feestdag komen we niet veel verder. Kijk gewoon hoe het werkelijke beleid steeds door onszelf wordt gestagneerd, alleen omdat iedereen z’n kliekjesbelangen beschermd wil blijven zien.”
“Waarover heb jij het nou in hemelsnaam, zuiplap?”
“Gebruik dan je verstand, dronkaard, dan ga je begrijpen wat ik bedoel. Eerst wordt aangekondigd dat de verhoging van de invoerrechten op buitenlandse kipdelen per datum X ingaat, dan wordt dat uitgesteld naar datum Y, dan weer naar datum Z en nu weet ik niet eens meer wanneer de werkelijke datum is geprikt.”
“Ai, werkelijk. Hetzelfde met de invoering van de btw, dan zou het per datum X worden ingevoerd, dan is ie verschoven naar datum Y en dan hoor je vanuit een andere kant: nee, het wordt waarschijnlijk pas over vijf jaren.”
“En dan die 100% containercontrole op de haven; toen werd het 90%, toen 80%, toen 50%, toen steekproefprocent.”
“En het nieuwste is het verbod op twee soorten veelgevraagd rondhout en de verhoging van de fiscale waarde van rondhout. En wat hoor je nu? De datum van 1 december is verschoven naar 15 januari 2018. En begin januari zal je horen: die datum is weer verschoven, naar 1 maart of april, vanwege weet-ik-veel.”
“Maar om welke redenen is de ingangsdatum van 1 december verschoven? Is het ministerie niet klaar met z’n huiswerk?”
“Nee, juist niet. Het is de houtsector zelf die gevraagd heeft om uitstel, want ze moeten lopende prijsafspraken met derden nakomen.”
“En die minister WelfareWell-doneWelvaart&Welzijn zegt dat hij zich ervan bewust is dat er diepgewortelde belangen binnen de houtsector een rol spelen, welk belangen lijnrecht tegenover het overheidsbeleid staan.”
“Maar waarom schuift die minister die datum dan steeds op? Dan werkt hij mee aan het in stand houden van al die diepgewortelde belangen.”
“Omdat hij als ondernemer weet wat voor vlees hij in de kuip heeft; hij kent z’n mensen. Die zijn nooit klaar voor maatregelen die ordening, dus beperking van die vreetnapot, teweeg zullen brengen. Wat doe je dan? Je stelt die datum als minister op, zeg maar, 1 december, maar weet je dat ze dat nooit zullen halen.”
“Oké, maar wat bereik je hiermee? Je komt als minister ongeloofwaardig over als je data steeds verschuift.”
“Misschien, maar nu gaan die ondernemers rennen, stukken zoeken, zaakjes afhandelen, snel-snel nog een paar laatste nyangs binnenhalen, maar dan halen ze 1 december inderdaad niet. Dan gaan zij nu bij de minister soebatten, zo van: lief Welzijntje van ons, geef ons een beetje meer tijd, noh, brave man, je bent toch niet van die Boutakliek die alles pats-boem, dram-dram, snel-snel, gauw-gauw, nu-nu wil doordrukken? Hoeveel tijd we willen? Wel, geef ons tot 1 juni 2018. U wilt dat niet? U wilt 15 januari? Jakkes, zo snel, oké, we doen ons best om tegen die tijd alle stukken en onze lopende afspraken en leveringscontracten te hebben afgewerkt.”
“En als 15 januari nadert, gaan ze weer bedelen om uitstel?”
“Waarschijnlijk wel, dan geef je hen tot eind januari en dan is het per 1 februari een feit. Klaar of niet klaar, wie niet weg is, is gezien, ik kom.”
“Ja, dat is dan een goede strategie, echt op z’n Surinaams afgepast. Geef ze steeds minder tijd. Maar wattebout die ingangsdatum van die verhoogde invoerrechten op kipdelen? Waarom steeds dat uitstel daar?”
“Geef ze de kans hun laatste nyangs te maken, en hun leveringscontracten aan de horeca voor Kerst en Oud op Nieuw na te komen. Je moet vooral hun afnemers niet killen, want die gaan die doorberekende prijzen moeten betalen en dat doorberekenen op hun klanten.”
“Plus je geeft de eigen sector de kans om in te spelen op die komende hogere importheffing, dus op een betere concurrentiepositie van de lokale kip. Weet je hoeveel nieuwe small-growers nu aan het kippentelen geslagen zijn? En hoeveel middle-growers extra kip aan het kweken zijn?”
“Dus pas tegen de tijd dat die grotere binnenlandse productie slachtklaar is, verhoog je van overheidswege die invoerrechten?”
“Natuurlijk, want anders gaat de kipprijs meteen scherp omhoog. Bij een grotere binnenlandse productie is meer aanbod en concurrentie, dus de prijs gaat niet zo scherp omhoog.”
“Maar er zal wel sprake zijn van een prijsverhoging voor kip, de meest genuttigde vleessoort in ons land.”
“Daarom heft mijn glorieuze leider, jullie mogen schelden op hem wat jullie willen, op Brownsweg gezegd dat de mensen daar meer moeten gaan planten, want hij heeft volgend jaar een verrassing voor ze…”
“Misschien gaat hij Brokopondo dan uitroepen tot groenteschuur van het Caribisch gebied…”
“Laat me uitpraten, mang! Hij zegt dat de Brokopondezers of Brokopondianen nu 200 rekken eieren leveren voor IamGold, terwijl die zeker 1000 rekken nodig hebben. Dus meer werken, meer produceren en minder klagen, en minder daar op het Plein met borden met ‘Bouta moet weg’ gaan staan protesteren, nog wel op zo een feestdag waar we toch één van de mooiste momenten uit onze jongste geschiedenis herdenken.”
“Die mensen, hoe gering dan ook, mogen mijns inziens daar juist op deze dag gaan protesteren, want het gaat allesbehalve goed in het land, vooral niet met de ouderen.”
“En dit protest heeft meneer de Glorieuze Leider goed gehinderd daar in Brokopondo, want hij heeft zich weer eens laten gaan om met z’n ‘bermtalk’ uit te halen naar deze groep, door smalend te zeggen: ‘den sma kan dok.”
“Klopt, je viert ons nationaalste feest met ons belastinggeld mooi tot daar, no problem, is een mooie training voor ons leger en een big up voor de mensen aldaar, maar ga het niet bederven door dit soort kleinerende uitspraken. Het ontsiert alles!”
“Maar ik ben het wel eens met dat project: ‘Ik ben een trotse Surinamer.’ Laat op elke school een nieuwe vlag wapperen en in elke klas een poster hangen met onze nationale symbolen en de bijbehorende tekst, goed zo, meneer de ondervoorzitter Bouwman.”
“Nou, maar ik zou wel die pet van m’n hoofd doen als ik de vlag aanbood, dat straalt meer respect uit. En de leerlingen mogen op school ook geen pet dragen.”
“En die mooie poster moest niet zo petsj-patsj op een andere mooie poster geplakt zijn. Kon er geen betere plek vrijgemaakt worden? Of was het haastig-haastig laatste moment werk?”
“Ach mang, jullie hebben op alles kritiek, ik luister niet meer, ik loop nu echt lachend naar m’n hoofd wijzend weg, gedag.”
“Waar ga je? Loop je echt weg uit onze borrelclub?”
“Ach nee, m’e go ‘kleine’ eve, want het gesprek wordt juist nu spannend.”

Rappa