Column: Politieke Borrelpraat 368
13 Aug, 21:28
foto


“Zo, zo, de rechter heeft beslist dat onze A-sure-jah verder mag gaan met palen in de grond stampen.”
“Zie je, zie je; alweer een voorbeeld van klassenjustitie.”
“Justitie is altijd vanuit een bepaalde klasse geweest; ken jij klasseloze justitie?”
“En op grond waarvan zeg je dat hier van klassenjustitie sprake is? Zei je dat ook toen de rechter besliste dat de werkzaamheden gestaakt moesten worden?”
“Nee, want dat was echte justitie.”
“Nou ja, volgens jou dan. Maar het woongenot van die mensen daar gaat eraan, en van die arme oudjes, met dat gestamp en gedreun vlakbij. Dat zal je maar op je ouwe dag overkomen.”
“Ach, even geduld; over een maand zijn ze uitgeheid, zonder malligheid.”
“Ik ben gisteren een ouwe buurman van me van negentig daar gaan opzoeken; ik vroeg hem: ’Opa Bert, hebt u last van dat gedreun?’ Hij replyde met: ‘Welk gekreun? Van moesje Marie van hiernaast?“
“Hebben de mensen niet door dat sinds de verkaveling van het overgrote deel van het Moederbondsterrein de hele omgeving daar versneld een business-centrum aan het worden is?”
“Midden in een woonwijk? Alleen hier kan zoiets gebeuren en dit is niet voor de eerste keer.”
“Nou, in Rotterdam heeft de rechter onlangs toch zo een klacht tegen de bouw van een torenflat afgewezen? De bouw mag daar ook doorgaan.”
“Ja, inderdaad, bewoners van andere flats in de omgeving vonden dat hun woongenot eronder zou lijden en dat ze minder zonlicht zouden krijgen.”
“En die torenwoonflat wordt het hoogste gebouw in Rotterdam.”
“Dan kunnen ze een twinning aangaan met die toren van A-Zuur-ja hier, die wordt ook het hoogste gebouw in Paramaribo.”
“Maar had die mevrouw werkelijk gedacht dat de bouw definitief zou stoppen of wilde ze een flinke munt slaan uit haar klacht?”
“Dat weet ik niet, maar ze heeft wel laten zien dat je het als burger zo een grootkapitalist danig moeilijk kan maken.”
“Inderdaad, maar eindstand gaat het heien voort. De grote boys kunnen dure advocaten grif betalen.”
“Ik had gewoon de zaak aanhangig gemaakt en signalen gegeven dat ik opensta voor een redelijke deal of woningruil en had dan m’n woongenot voor een goede prijs of ruil van de hand gedaan.”
“Nu lijkt het spreekwoord van kracht: ‘Wie het onderste uit de kan wil, krijgt het lid op de neus’. Je eindigt met niets als je alles wilt.”
“Maar elders heeft ook een verkavelaar zijn zin gekregen en beslag laten leggen op een hele plantage, een onverdeelde boedel nog erbij.”
“Zo zal het straks misschien ook andere onverdeelde boedels vergaan.”
“En wattebout de oplossing van het zogenoemde ‘grondenrechtenvraagstuk?”
“Die is stappen dichterbij gekomen, zegt men, want nu zal het niet meer kunnen dat gronden die voor onze inheemsen en misschien straks onze marronstammen waren gereserveerd, aan derden zullen worden uitgegeven.”
“Maar dat is nog ver weg van een oplossing. Bepaalde krachten achter de schermen willen dat de in stamverband levende volken in ons binnenland eisen dat zowat het halve binnenland aan hen wordt toegewezen en dat zij dan mogen beslissen wie er daar concessies zullen krijgen.”
“Dan wordt het nog een grotere frommel zoals nu. Kijk wat er met vele gemeenschapsbossen is gebeurd. De dorpsleiding heeft het met ondernemers op een akkoordje gegooid, wat lekkers gehad en het dorp kan fluiten naar de opbrengsten uit dat gemeenschapsbos.”
“Maar als de in stamverband levende bewoners in het binnenland dit als oplossing van het grondenrechtenvraagstuk zien, zal het nooit worden opgelost.”
“Klopt, want anders krijg je een staat binnen een staat en dat zal de centrale overheid, oftewel gran Lanti, niet kunnen toestaan.”
“Wat zal de overheid dan doen?”
“Je moet het met de mensen op de een of andere manier op een akkoordje gooien. Kijk hoe dat met de gouddelvers van Nieuw-Koffiekamp, verenigd in Makamboa, nu gebeurt. Met elkaar kort en klein slaan heb je beiden verlies.”
“Ja, maar dan moeten beide kanten bereid zijn water in hun sopie te doen. Dat is gewoon gezonder voor je lichaam.”
“Maar mensen achter de Hermitagemall klagen intussen dat er daar een casino dreigt te komen, een tweede in de omgeving.”
“Waar, waar?”
“Volgens mij zo schuin achter die unit van DSB.”
“Jeetje, dat stukje rijweg daar is nu al moeilijk berijdbaar omdat auto’s op straat parkeren.”
“Nogal wiedes als asociale bewoners hun trottoir met boompjes en grote rotsblokken hebben afgeschermd.”
“Jullie weten toch dat je je trottoir wel moet onderhouden, maar niet met een rij stenen mag verhogen of met rotsblokken mag afschermen, behalve als je daar toestemming van de DC voor hebt. Emergency-verkeer moet te allen tijde van dat trottoir gebruik kunnen maken.”
“Dan zijn vele bewoners in de bebouwde kom in overtreding. Maar ja, in dit land wordt alles gedoogd.”
“Maar zijn er dan zoveel gokkers met geld in dit land?”
“Zo te zien wel.”
“Maar al die gokverslaafden dan?”
“Ondanks al die alcoholverslaafden en overige zuiplappen zoals wij hier, worden er toch nog steeds vergunningen voor het schenken van gedistilleerd verstrekt?”
“Tuurlijk gaat dat door, ondanks alle negatieve gevolgen van alcoholgebruik, want de staat verdient enorm aan de alcoholconsumptie.”
“Net zoals de staat flink verdient aan al die gokhuizen.”
“Maar als je nu daar in de buurt woont, wat moet je doen?”
“Begin een leuke stukje grond te kopen in een mall-vrije en casino-vrije buurt, neem een lening op je huidige pand, bouw daarmee je nieuwe woning en verkoop de oude met schuld en al met toch een redelijke winst aan zo een ondernemer.”
“Maar is deze opmars van casino’s en torenflats niet te stuiten?”
“Echt niet! In de USA is er toch een hele stad die draait op casino’s?”
“Ziet men niet in dat binnen tien jaar die hele buurt daar met de Coppenamestraat als hoofdader een groot zaken- , handels- en kantoorcomplex zal worden?”
“Ik durf te dromen dat Paramaribo-Zuid het nieuwe centrum van de Grootstad Paramaribo zal worden.”
“Zei je ‘Grootstad Paramaribo? Wat drink je in hemelsnaam? Ramtahal?”
“Klets niet, mang, kijk liever in je eigen glas. Neem een kaart en een passer; zet de punt bij de Nieuwe Haven en zet de andere poot bij Lelydorp en trek een halve cirkel vanaf de Surinamerivier, over Lelydorp naar de Vijfde Rijweg naar zee. Dan heb je zo een beetje de ruwe contouren van Grootstad Paramaribo.”
“Maar dat is een enorm gebied, dat je aangeeft.”
“Jawel, en dat verstedelijkt in razend tempo en tegen 2025 telt dit gebied zo een 450.000 mensen. Ga je planning en dromen hierop loslaten. En dat met Paramaribo-Zuid als Centrum.”
“Inderdaad, Zuid bevat het grootste onderwijscomplex in ons land en misschien zelfs van de regio met alle schooltypen in ons land, vanaf peuterschooltjes tot en met de universiteit met alles ertussen.”
“Met meerdere sportaccommodaties zoals een indoor- enkele outdoorstadions, een aantal zwembaden, zowat alle banken, eigen waterbronnen en het centrum van het waterleidingbedrijf.”
“En de internationale haven vlakbij.”
“En niet te vergeten ons drukste vliegveld. Zijn we iets vergeten?”
“Ja, twee ziekenhuizen, het kampement, fabrieken, houtzagerijen en een penitentiaire inrichting waar je over de muur kan ontsnappen.”
“Da wat hebben Zuid en Zuidwest dan niet of nauwelijks?”
“Overheidsministeries, de rechtspraak, de president en het parlement; die blijven maar in de binnenstad hokken.”
“Die binnenstad moet één groot toeristisch centrum worden, met hotels aan de rivier vanaf Marriott.”
“Kunnen ze Financiën met het Belastingkantoor, Handel en Industrie, Grondbeheer, Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken ook niet in zo een tien verdiepingengebouw in Zuid zetten?”
“En die bouwval daar op de hoek Wanica- en Genenlandsweg niet slopen en daar het ministerie van Juspol, met het weggeschoten Hoofdbureau van Politie met Vreemdelingendienst met andere gelieerde diensten zetten? Of gaan ze die andere bouwval hoek Mirandastraat en Arronstraat met miljoenen belastinggeld oplappen, tot over vijf jaar weer hetzelfde liedje?”
“Mijn hemel, wat een dronken waanzinplannen.”
“We blijven klein, omdat we klein blijven denken en niet eerst willen kruipen en met vallen en opstaan leren rennen. We willen meteen rennen, dan val je wreed op je sm… smond.”
“Er is één grote sta-in-de-weg voor de uitvoering van deze luchtkastelen.”
“Geld?”
“Ach nee, dat brengen onze particulieren zo binnen. Ze hebben miljarden op buitenlandse banken.”
“Politieke kleindenkers?”
“Ach nee, die denken meteen ruim als ze geld ruiken.”
“Da wat?”
“De beschikking over voldoende elektrische energie. Omdat we de zaak maar blijven subsidiëren, kunnen we niet voldoende lenen om onze opwekachterstand in te lopen en het distributienetwerk een grotere capaciteit te geven.”
“Zie je, daarom hebben we onze eigen asfaltplant gekocht.”
“En onze eigen LVV-koelwagen voor de opkoop van landbouwproductie.”
“Dat zal onze opwekcapaciteit inderdaad vergroten. Proost op onze kleinschaligheid in denken en ons plannen tot de volgende verkiezing. Hoeraaah, en nog vele jaren na deze.”

Rappa
Advertenties