Complimenten aan de regering deel 2
12 Aug, 04:32
foto
Statistieken eindexamen Mulo gepresenteerd door het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.


(Ingezonden)

Het artikel van mij onder het kopstuk 'complimenten aan de regering' heeft nogal wat mensen bewogen in de pen te klimmen om allerlei niet onderbouwde verhalen op te tekenen. Vooral de NPS en VHP gelieerden steigeren als wij complimenten maken aan de regering. De complimenten aan de regering zijn terecht en moeten extra aangedikt worden vanwege het feit dat ondanks de recessie waarin we verkeren, de regering in staat is de ouderbijdrage voor materiaalkosten te houden op SRD 35 voor de openbare scholen en ook de bijdrage van de ouders aan de Bijzondere scholen heeft weten te houden op SRD 65 in plaats van de SRD 185 welke eerder werd aangekondigd. Voorwaar complimenten aan de regering!

Ik zal trachten op een paar opmerkingen in te gaan. De heer Nanhkoesingh vindt dat ik als een duveltje uit een doos te voorschijn ben gekomen om een wat hij noemt massieve opsomming te geven van de verworvenheden van het ministerie van Onderwijs, Wetenschappen en Cultuur. Deze opmerking is totaal irrelevant in de discussie over de verworvenheden van het betreffende ministerie. De heer Nanhkoesingh moet maar niet doen voorkomen alsof het schrijven van artikelen zijn alleenrecht is. Ook de zinsnede als zou ik de lijst onderhands hebben ontvangen van het ministerie raakt kant noch wal. Als hij kan googlen vindt hij de lijst ook. De verwijzing is gedaan in het artikel zelf.

Voorts noemt dhr. Nanhkoesingh het slagingspercentage van 48,8% dit jaar voor VOJ niveau en betrekt hij daarbij het slagingspercentage van 0 bij de Kaikoesieschool. Als voor dhr. Nankhoesingh het slagingspercentage van 48,8% zeer zorgwekkend is (wat het overigens ook is voor mij) wil ik hem terugvoeren naar het slagingspercentage in 2008 dat 44,8% bedroeg.
48,8% is nog altijd meer dan 44,8%, mits dhr. Nankhoesingh kan rekenen.
Voor de rest gaan we geen woorden vuil maken aan loze woorden over een 'praatgrage minister die nu zou zwijgen' en andere persoonlijke opvattingen.

De heer Ivan Fernald is van huis uit leerkracht. Hij is ook minister geweest. Ik onderstreep een aantal punten dat hij met betrekking tot ons onderwijs naar voren heeft gebracht en vooral ook daar waar hij zegt dat toegegeven moet worden dat onderwijsstakingen moeten worden vermeden. Maar oneens ben ik het met hem als hij aangeeft dat de stakingen niet de bepalende factor zijn geweest voor de slechtste resultaten in de afgelopen vier jaar. Dit, omdat alle andere factoren nagenoeg constant zijn geweest. En daarbij hadden we dan in 2016, bij het dieptepunt van de economische crisis, een slagingspercentage van 53,8%. En ineens een daling met 6,5% bij gelijkblijvende omstandigheden met uitzondering van de factor: STAKINGEN (op zeer cruciale momenten). Door deze stakingen hebben de scholieren in totaal ruim een maand lang aan effectieve onderwijsuren ontbeerd. Om dan te stellen dat die stakingen niet de oorzaak zijn van de slechtste resultaten in de afgelopen vier jaar is irrationeel.

Ook moeten we dhr. Fernald eraan herinneren dat het slechtste resultaat onder Bouterse/Adhin nog altijd beter is dan de betere resultaten uit de regeringen Venetiaan. In 2008 was het slagingspercentage 44,8%. Het bevreemdt mij daarom ten zeerste dat dhr. Fernald nu aangeeft dat het onderwijs op de operatietafel moet en nu de noodklok wilt luiden, maar in 2008 heel stil is gebleven over de alarmerende situatie toen. Het was immers zijn politieke partij die in de periode van de slechtste onderwijsresultaten mede verantwoordelijkheid droeg voor het onderwijsbeleid. Aansluitend hierop refereert dhr. Fernald naar de Havo slagingspercentages, terwijl die dit jaar 1% hoger liggen ten opzichte van vorig jaar. Is een 1% groei dan geen groei voor dhr. Fernald? Groei is en blijft groei. Ik ben het wel met hem eens dat de percentages hoger moeten liggen, omdat wij niet gaan voor middelmatigheid maar voor excellence, maar dat vereist een collectieve inzet van alle betrokken actoren. De regeringen Bouterse 1 en 2 hebben wel degelijk geïnvesteerd in het onderwijs ter verhoging van de slagingspercentages. De onderstaande tabel geeft dat heel duidelijk aan.
Voor zij die meer vergelijkingsmateriaal willen hebben, met name van de jaren vóór 2008, verwijs ik naar het artikel van de hand van Martin Redjodikromo op Nickerie. Net van vrijdag 3 augustus 2007 onder de kop 'Slagingspercentage Mulo blijft droppen'.

Ik hoop dat ook Idris Naipal z'n ogen en grijze massa goed de kost geeft en bij zichzelf te rade gaat wat zijn partij precies gepresteerd heeft met betrekking tot het onderwijs toen zijn partij mede regeringsverantwoordelijkheid droeg, want de slagingspercentages waren toen ver beneden de percentages die de regeringen Bouterse heeft weten binnen te halen. Heer Naipal wenst de indruk te wekken alsof de stakingen geen noemenswaardige rol hebben gespeeld bij dit resultaat en ik vind (op zijn zachtst uitgedrukt) dat hij bewust de feiten negeert. Dat iemand zo door politieke machtslust en bitterheid gedreven kan worden dat hij niet meer instaat is om op een rationele en verantwoorde wijze de casus te benaderen is haast onvoorstelbaar. De cijfers liegen niet! Ik vind het bijzonder jammer dat dhr. Naipal zich op deze wijze laat kennen. Zelfs Wilgo Valies, voorzitter van de BvL, geeft (eindelijk) toe dat de stakingen van de leraren impact hebben gehad op de slagingsresultaten. Ik citeer Wilgo Valies uit het artikel op Starnieuws van 9 augustus met als titel 'BvL/ALS accepteren ingebrekestelling leerkrachten niet', het volgende: “Natuurlijk hebben de acties impact gehad maar wat heeft de regering gedaan, wat was haar houding naar de leraren toe?” Ik ga er vanuit dat dhr. Naipal nu wel zijn visie zal moeten bijstellen. We zullen zien.

Stel dat Wilgo Valies gelijk heeft wanneer hij stelt dat de houding van de regering naar de leraren toe, niet juist was; betekent het dat de leraren actiemodellen moeten toepassen die in het nadeel vallen van de scholieren? Het accent moet namelijk niet verschoven worden. Niemand zegt dat de leraren niet mogen staken indien dat nodig is. De wet geeft hun daartoe het recht. Daarover bestaat er m.i. geen discussie. Waar de samenleving problemen mee heeft, is het op stel en sprong staken van leraren tijdens werkuren. Frappant is dat de leraren die in de middaguren les verzorgen om extra geld te verdienen of zij die verder studeren en in de middagles moeten volgen, wel er voor zorgen dat die middaguren niet in gedrang komen. Wat een egoïstische opstelling. De studie van de studenten mag naar de verdoemenis, maar dat van de leraren niet. Daarom ben ik het eens dat het ministerie sancties heeft getroffen tegen de leraren die twee dagen in de laatste week van juni niet op hun post waren. Dit moet een keer ophouden.

We hebben nog een lange weg te gaan. Ik blijf echter erin geloven (en met mij vele anderen) dat we er geleidelijk aan wel zullen komen. Ik verzeker het volk dat er in elk geval vanuit de NDP jongeren de regering gevraagd zal worden om het stakingsrecht zodanig te reguleren dat de scholieren niet steeds de dupe worden van allerlei wilde acties van sommige onderwijsgevenden die door misbruik te maken van hun stakingsrecht partij politieke doelen nastreven.

Ricardo Pollard
Bsc. Agogische wetenschappen & Onderwijskunde
Voorzitter NDP-jongeren Flora


Hiermee sluit Starnieuws de discussie over dit onderwerp af.