Column: Politieke Borrelpraat 354
07 May, 22:08
foto
Leerkrachten aangesloten bij de BvL en ALS op het terrein van het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. (Foto: Raoul Lith)


“Nou, wat een netjes opgevoerd blijspel was dat, een schitterend toneelstuk.”
“Bedoel je het toneelstuk dat we op de lomsoe-skoro moesten opvoeren, hoe heette dat weer? O ja, Maria’s Onbevlekte Ontvangenis!”
“Ach nee, mang! Dit toneelstuk heette: Wilgo’s ongevlekte ontvangst.”
“Da hoe dan? Dit toneelstuk ken ik niet.”
“Sla Sternews op en kijk naar een van de jongste video’s. Het stuk begint zo: De poort van het ministerie die altijd wagenwijd openstaat voor bezoekers, gaat nog meer open als opa Wilgo, gevolgd door een stel maagden van de Heilige Orde der Boezemvriendinnen, luidruchtig het terrein opmarcheert, voor de deur ons strijdlied zingt, namelijk: “Stree de’f stree, Wilgoow n’a un fesi mang, heri libi te na dede, wi sa feti makandra ini Sranan.”
“Dat zongen ze niet, bezopen kletsmeier, en maak ons volkslied niet belachelijk. Goed, en hoe gaat jouw Vrijspel dan verder?”
“Nou, Baron von Paneux zum Korte Metzen ontvangt dan de Troubadoers von Unterwijs en Domwijs Vagebunde.”
“En ik stel: wat was de leider der Troubadours toch zooow blij dat Baron von Paneux hem ontvangen heeft; al dagen gaf hij signalen; volgens de nieuwe uitspraak van onze 90 seconden-presentator is het ‘siegg-nalen’, zoals hij straks ook ‘cham-pagg-ne’ over de radio gaat zeggen.”
“Oké, en daar gaat langemouwhemd Voorie aan de linkerhand zijner Heer plaatsnemen en de zegen uitspreken over het gesprek van de eeuw.”
“Tromp meets Obama Sranan-style; Wilgorobertcare.”
“Ach, ach, wat een platvloerse satirische beschrijving geef je van dit goed gesprek. Ik vond het flink en dapper van beide heren dat ze met elkaar in het belang van ons onderwijs rond de tafel gingen zitten.”
“Ja, het zoveelste voorbeeld van macho’s die eerst met hun gebekvecht een stuk landsbelang op de klippen jagen, scholen blijven dicht om dan, als er geen andere uitweg meer is, op de puinhopen van hun beider gehaal en getrek als twee poeslieve makkers te gaan praten.”
“Da wat wilde je? Dat ze verder gingen bakkeleien?”
“Natuurlijk niet, stel je voor! Ik had liever gezien dat ze dit praten eerst hadden gedaan, voordat ze met elkaar overhoop gingen liggen wriemelen totdat de zaak stuitte op het deels gemaskerde doodseskader dat in opdracht van ‘de korte lonters’ de zaak eventjes tot orde zou roepen.”
“En hoe vond je het geslijm na de bespreking? Zo van: ‘Minister, we hebben toch geen ruzie? Eigenlijk had ik je een kofu moeten geven, maar ik geef je de hand, nogmaals speciaal voor de pers. Schudt mijn hand dan, o lief ministertje.”
“En die lieve minister geeft hem de hand, misschien denkende: ‘Ooow, wat haat ik dit werk; dan moet ik de hand drukken van deze luilak, deze griezel, deze wanhoop? Wij, de voorvechters van het rechtoe-rechtaanbeleid worden gedwongen om maar te laveren en te laveren. En als we dit politiek bochtenwerk niet willen doen, worden we de laan uitgegooid, zoals mijn ex-collega Dora. En haar opvolger met de korte lont heeft ook binnen de kortste keren zijn lontje publiekelijk moeten inslikken. Ik haat dit beleid.”
“Tja, ik blijf het zeggen, sinds en zelfs al vóór Gouverneur Mauricius blijkt dat de hardschreeuwers, de Cabales, het voor het zeggen hebben in dit land. Ze schreeuwen wel wie weg moet, maar zwijgen over wie in de plaats moet komen. Dat zien we wel. Daarom blijven we steeds in de modder steken en schieten anderen ons voorbij en pikken stukken van ons land en onze territoriale zee in.”
“Klopt en tegen hen zijn we lohllie, bobboh en babbah en gaan de knik in onze territoriale zeegrens met passer, liniaal en gradenboog nameten en goedpraten.”
“En zie hoe onze buren juist in die knik van onze territoriale zeegrens olie hebben gevonden. Niet voor niets had Bosje hun proefboorschip van daar weggejaagd. Maar nee, we waren er zooow trots op dat we Bosje een jaar eerder wegjoegen en de club van verzamelde etnische kruimeldieven en gappers weer aan de macht hielpen.”
“Maar Bosje was constant bezopen.”
“Da wat, maar hij liet ons twee bruggen en een rotonde. En als hij dat jaartje had uitgezeten, hadden we nu ook een brug over de Marowijnerivier.”
“Maar tenminste is dat Spaar- en Stabilisatiefonds met algemene 34 stemmen door de Assemblee goedgekeurd.”
“Ja, als het kalf verdronken is, dan pas gaat men inzien dat we hadden moeten sparen om die put te dempen.”
“Inderdaad, we hebben drieënhalf miljard ontwikkelingshulp en honderden miljoenen andere hulp erdoorheen gejaagd. En zie het resultaat: neks no spaar.”
“En die regering van 2005 tot 2010 wist dondersgoed dat in 2010 een definitief eind zou komen aan het ontwikkelingshulpverdrag met Nederland dat we in 1975 voor 35 jaar hadden gesloten. En wat deden ze aan een eventueel vervolg? Niets. Laten Vene en Ram dat eens gaan verklaren, maar ze konden zichzelf wel voor de rest van hun leven met 's landsvoordeeltjes zegenen.”
“Dat praat die massale plundering van onze rijkdommen na 2010 echt niet goed. En die Baas van jou die het steeds heeft over buitenlandse inmenging, geeft zelfs al ons oppervlakte zoet water weg aan buitenlanders. En een van zijn ministers geeft op de valreep tienduizenden hectaren bos, ook aan een buitenlands bedrijf. Da hoe dan?”
“Maar jouw oude politici hebben hun kiezersvolk nooit opgevoed in zelfwerkzaamheid en nationaal besef; ze hebben alleen luilakken zitten kweken.”
“Die Pindabindaman van die ATMOS zegt dus terecht dat we nog altijd een importeconomie zijn.”
“Groot gelijk heeft hij en daar verdient hij zijn geld mee, daarom schreeuwt hij moord en brand dat importhandelaren geen lokale kredieten meer in valuta mogen krijgen, alleen exporthandelaren.”
“Maar dan is deze maatregel toch goed voor het indammen van de importeconomie en de stimulering van onze eigen industrie, zoals de kippenkweek?”
“Natuurlijk. Maar ja, degenen die schatrijk zijn geworden door de importeconomie gaan dit natuurlijk niet zo een goed idee vinden.”
“Daarom, mijn respect voor die minister van Landbouw, die Aloe of Galhoe of hoe heet hij weer? Hij heeft de reshuffeling niet zomaar overleefd. Op de productiebeurs stond hij in de stand van LVV de tent te draaien. Dat is pas een minister, een dienaar van het volk, en niet een airokamerzitter die maar arrogante commando’s geeft. Goed zo minister.”
“Ja, ja, omdat hij op je lijkt, daarom prijs je hem de hemel in.”
“Echt niet, hij komt met goede plannen, wel soms een beetje veel tegelijk en overenthousiast, maar kijk dat ding van het Nationaal leger, ze hadden hun stand net naast die van LVV. Die jongens voorzien met hun 50 hectare, zoveel is het toch, het hele leger van groenten. En de minister zegt dat er ruimte is dat ze naar duizend hectare gaan.”
“Geweldig. Dat is vééééél beter dan 50 hectare bestemmen voor een stelletje klaplopers, alleen maar voor wat goedkoop politiek gewin.”
“Dan moet die dienstplicht gauw komen, om de achttienjarigen daar te gaan disciplineren, leren vroeg op te staan, te gaan leren landbouwen en corveediensten draaien en niet te gaan hangen voor supermarkten, meisjes te bezwangeren en in de steek te laten en maar hun slag in de illegaliteit te slaan.”
“Ja, maar dan moet men ze ook een stukje daar geven, duizend vierkante meter bijvoorbeeld, om een huisje te bouwen om met hun vrouwtje daar te gaan wonen en aan tuinbouw te doen.”
“Prachtig, ja, een militair landbouwtuinbouwwoonproject. En als dat loopt, verkast het leger naar een andere duizend hectare en laat de volgende lichtingen rekruten de boel opbouwen, met als beloning na vijf jaren bijvoorbeeld ook een stukje van 1000 vierkante meter in eigendom. Boi, weet je wat voor stimulans dat voor de productie zal zijn?”
“Dan zal minister Korte Lont zich niet meer hoeven te verbazen zoveel jongeren in de gevangenissen te zien.”
“Maar in het binnenland is er ook zo iets op gang gekomen in samenwerking met de overheid; heet het niet zoiets als Para-industries?”
“Nee mang, dat hebben bepaalde slimme jongens toen toch leeggeplunderd? Nee, dit heet Pansa-industries. Zeer hoopgevend, heel goed. En ook in Marowijne gaan anderen de veelgevraagde Podosiri planten.”
“Liever laat dan nooit. Dat is toch veel rendabeler dan die oliepalm die meer een dekmantel is voor de kaalkap van ons bos?”
“Ja, maar die buitenparlementaire druk is goed, alleen hebben ze geen duidelijke beleidsstrategie en wie degenen zullen zijn die hun beleid gaan uitvoeren. Het is alleen maar: Bouta moet weg.”
“Ik moet nu weg. Proost.”

Rappa