Column: Politieke Borrelpraat 351
16 Apr, 22:56
foto
President Desi Bouterse in gesprek met 'wakamans'.


“Nou heren, proost. De wakamans hebben 50 hectare bos gehad achter Pikin Poika.”
“Gehad? Me Neus. Ze hebben het toegezegd gekregen door Baas, een schitterende ‘verdeel en heers’ om hen van Neus en de rest af te splitsen.”
“No tak so over mijn Baas! M’o broko yu %$*& nanga yu %$#*.”
“Hé, hé, Ron, rustig; geen scheldkanonnades hier en geen hari-trusu zoals laatst bij de poort van het Belastingkantoor.”
“Typisch Suriname in het klein: een deel trekt, een deel stoot, een deel duwt, een paar boren in en uit, iedereen schreeuwt tegen iedereen, niemand luistert naar niemand, degene die komt betalen, kan niet langs, soso dyugu dyugu.”
“In die goeie ouwe tijd, zoals in 1973, hadden we die hele poort gelicht, met die eenzame biga-militair erachter en die agenten die toesnelden om te helpen, eentje met z’n colaflesje nog in de hand.”
“Slaapkoppen!! Je ziet dat die ploeg schreeuwend de hoek om komt, dan begin die poort uit voorzorg te sluiten. Maar nee, we gaan pas sluiten als ze naar binnen stormen. Dan heb je de poppen al aan het dansen. Bijna vielen er klappen.”
“Mi ben lob’a slogan: ‘P’a moni de, go tik’ing p’a de’. Bij de zandafgravers, bij de gouddelvers, bij Dilip (gejuich), bij Abrahams (groot gejuich).”
“Ik zou korter zeggen: ‘Go tik’a moni p’a de.”
“Het is net als in Brazilië: die ongebreidelde corruptie maakt een heel land kapot. En dat stop je niet door wat slogans en wat namen te schreeuwen vanaf een soundtruck.”
“En die corruptie begon niet bij hen; veel eerder, voorafgaand aan de ondertekening van de Brokopondo-overeenkomst. Ga maar in de archieven lezen hoe Statenleden, ministers, en zelfs notarissen meegespeeld en zelfs geknoeid hebben om de Amerikanen ten dienste te zijn bij het onteigenen van onder andere plantage Onoribo.”
“Ach kom, wat een nonsens.”
“Waarom hebben actievoerders dan tot tweemaal toe een explosief gegooid op het terras van de toenmalige sterke man, Jopie Pengel? Zijn jullie dat geruchtmakende gerechtelijk proces in 1960 vergeten, tegen Fraenk, Kapel, Semmoh, Woei Atsoi, Pieter Polanen en mr. Arthur Blom, verdedigd door meester Eddy Bruma? De aanklacht was dat ze Pengel wilden vermoorden, alsook de minister van justitie Shrimisier, om zo dan de staatsmacht over te nemen.”
“Wat zijn dit voor sprookjes? Je raaskalt man!”
“Nee, wacht, ik kan me zoiets als jongen herinneren: iets over een bom die gegooid was naar het huis van Pengel, hoek Suriname- en Tapanahonystraat.”
“Ja, het was een zelfgemaakt explosief. Oorlogsveteraan Semmoh moest het in de slaapkamer van Jopie Popi gooien, maar hij smeet het op het terras.”
“Ach, dat verhaaltje is uit je alcoholische duim gezogen.”
“Neks verhaaltje. Blom en Polanen, met Bruma op de achtergrond, waren er achter gekomen op welke smerige wijze de overheid zich de bauxietplantage Onoribo had toegeëigend om het als concessie aan de Amerikanen te geven. Vandaar het plan voor die aanslag op Pengel, om hem zo een lesje te leren voor deze corrupte daad.”
“Maar dat praat die corruptie tegenwoordig niet goed.”
“Natuurlijk niet, maar zie waar het duidelijk begon. Eindjaren vijftig van de vorige eeuw.”
“Maar dinsdag gaan de acties door, dan wordt er op het rempedaal… nee, correctie, juist op het gaspedaal getrapt.”
“En verzamelen in theater Unique, waar een kleine groep groot lijkt, zogenaamd omdat ze geen vergunning hebben.”
“Nou, die waarschuwing vanuit het Kabinet van de President loog er niet om.”
“Welke waarschuwing? En zoiets moet het ministerie van Juspol toch doen?”
“Weet ik veel. Het stond als een grote advertentie in de krant.”
“Is gewoon intimidatie. Dat kunnen ze daarginds heel goed. Gewoon niet aan storen. Verzamelen en hard ertegenaan gaan. Net als in Venezuela. Korte metten maken, anders horen ze je als volk niet.”
“Jij hebt mooi praats hier vanachter je glas sopi. Ga ook vooraan lopen en de eerste slagen vangen.”
“Maar denken jullie echt dat die wakamans te Pikin Poika wrokomans gaan worden?”
“Echt niet! Ze gaan daar eerder rondjes lopen. Den n’a wakaman, tok?”
“Dit noemt men maatschappelijke oneerlijkheid. Mensen die keihard zwoegen en planten, kunnen vaak niet eens een zakelijke titel op hun grond krijgen, omdat ze geen tjuku kunnen of willen betalen, net als anderen die al jaren om een hectare landbouwgrond of een bouwkavel smeken, maar een stelletje klaplopers wordt breeduit ontvangen, krijgt een weekend-sightseeing op kosten van de belastingbetalers, mag zelfs overnachten, en krijgt als klap op de vuurpijl een half miljoen vierkante meter bos, jawel, een half miljoen, toegewezen, jeetjemineeetje. Hier lachen ze ons zeker over twee eeuwen nog voor uit.”
“Maar die tori van plantage Wakaman blijkt nu een vervelende nasleep te hebben.”
“Je bedoelt dat den bewoners drape no de eens nanga tori.”
“Zuiver! En terecht! Zou jij naast jou, vlak bij jou, bijna in jou, een stelletje ongeregeld willen zien neerstrijken?”
“Ach, dat is mek’meki van maar een paar bewoners van Pikin Poika; ze doen boos. Ze willen gewoon wat aandacht hebben, en mijn Baas zal z’n famiri wel weten te paaien.”
“Of anders gaan ze ook meelopen met het protest, zo van: ‘Weg met die wakamans—tuut-tuut— weg met Kleine Indiaan—tuut-tuut—Poika wil ook fly overs—tuut-tuut.”
“Je maakt dit gerechtvaardigd bevolkingsprotest belachelijk, omdat men keihard kritiek op jouw Baas en sem regering had en een paar durfden zelfs, wel niet te hard: ‘weg met die moordenaar’ te roepen.”
“Ik vind dit protest goed, zeker die donderdag. Laat die arrogante doordramkliek daar in het paleis zien dat ‘de andere kant’ ook volk op de been kan brengen, en behoorlijk wat.”
“Ja, maar die kliek waar je het over hebt, zit er nog steeds.”
“Daarom moet zo een protest een signaal zijn, zo van: corrigeer je beleid op die en die punten op zus en zo een manier. Het doel moet niet zijn: weg met de regering, want dan ga je politieke eisen stellen en dan gaat die regeerkliek zijn gelederen sluiten. Je maakt de coalitiepartij weer een hechte eenheid, terwijl ze al aan het afbrokkelen waren.”
“Nu pas gaan de betogers met wat snel-snel-issues komen, zoals de steeds minder wordende voorzieningen van het SZF.”
“Nogal logisch; de premie is ondanks de koersdaling van de SRD dezelfde gebleven; wil je dezelfde voorzieningen als voorheen, dan moet de premie minstens verdubbeld worden.”
“Dan ga je weer dat geblèr horen: we kunnen dat niet betalen, we zijn arm, we zijn moe…”
“Je zeurt, mang. Velen hebben het echt moeilijk. Dan met welke issues hadden ze moeten komen?”
“Anti-corruptiewet goedkeuren NU. Oudjes hun 1000 srd betalen NU, Constitutioneel Hof instellen NU, Bushouders en boothouders op tijd betalen NU, afschaffen dubbele salarissen DNA-leden NU, Goedkeuring dienstreizen alleen via DNA NU, Hoeffie niet meer op dienstreis NU….”
“Inderdaad, men had met zulke keiharde beleids-issues moeten beginnen en daarover discussiëren, en niet met de eentonige politieke eis: regering moet naar huis, Bouta moes gwe. Met straatschreeuwers en rotzooi op landskantoren creёren, jaag je Bouta niet weg!”
“Kijk hoe de verhoging van de dieselprijs is teruggedraaid, duidelijk onder invloed van de straatacties, dus dat effect is er wel. Daarom is het goed om druk op ze te blijven uitoefenen, dan hebben ze gewoon minder tijd om te gaan stelen en te gaan knoeien.”
“Ik zeg: zolang de oppositie niet naar voren komt met een krachtige nationale leider, en niet met allerlei leidertjes uit afgewezen etnische hokjespartijen of een verworden vakbondspartij, net zolang blijft Papa Bouta het enige nationale alternatief.”
“Wat wil je me hiermee zeggen?”
“Dat de verkiezingswinst van Bouta niet te wijten of te danken is aan domme, gehypnotiseerde kiezers, maar aan een grote groep volwassen mensen en jongeren die geen etnische hokjespolitiek meer wil. En die willen ab-so-luut niet terug naar dat hokjesgedoe met koelie-blakaman-jampanesi-sneesi-busineg’e-dogla-enzo.”
”Dus voor die groep geen Somo, Lonnie, Santeki, Rushland of schreeuwerige vakbondsmensen met politieke aspiraties die alleen maar schelden, maar geen duidelijk stappenplan hebben hoe ze ons land denken op te bouwen, met welke president, welke VeePee en welke ministers. Kom met een schaduwkabinet, la we zien en horen wat jij in huis hebt. Anders gaan we weer van de ene boevenbende naar de andere.”
“We zitten dus in feite gevangen tussen ‘The Bad and the Ugly. The Good is nog spoorloos.”
“Daar noem je een filmtitel: ‘The Good, the Bad and the Ugly’. Voor mij de beste Western aller tijden. Ook de theme song, wat een muziek, mang! Schitterend die menselijke natuur van o.a. hebzucht en bedrog die in deze film zo sterk wordt uitgebeeld.”
“Laten we liever een toast uitbrengen op de vrede, omdat de wereld lijkt af te stevenen op een korte, maar heftige nucleaire oorlog. Dan zitten we hier maar onderling te kijven.”
“Ja, daar proost ik op, dat er geen wereldoorlog komt.”
“Ja, daarop toast ik ook.”

Rappa
Advertenties