Column: Politieke Borrelpraat 337
08 Jan, 23:00
foto


“Dat was interessant, die inleiding met paneldiscussie over leiderschap op de thema-avond van de VSB.”
“En aan het goed opgekomen publiek was te zien dat men beter geïnformeerd wil worden over leiderschap.”
“Nogal wiedes; iedereen voelt aan den lijve waar gebrek aan goed leiderschap ons uiteindelijk, na veertig jaar gewriemel en gewrammel, heeft gebracht.”
“Is niet alleen hier zo, maar ook wereldwijd.”
“Dat is geen geldig excuus; juist dan hadden wij het beter moeten doen.”
“Dan wat heb jij zoal opgestoken van al dat gepraat, gepraat en gepraat over leiderschap?”
“Allereerst: een leider moet zichzelf kunnen leiden.”
“Heel goed! Hij of zij moet dus niet geleid worden door allerlei blue label drinkende adviseurs.”
“Maar wil je zo een leider hebben, moet die eerst niet zuipen en ten tweede moet hij op z’n minst het denkniveau van zijn adviseurs hebben.”
“Ja, maar wij, de kiezers, lopen steeds achter halve dommies als leider, omdat we die willen manipuleren naar onze eigen belangen toe.”
“Daarom kenmerkt leiderschap zich bij ons door een constant gehaal en getrek om allerlei belangen te bevredigen en om onbevredigde belangen zoet te houden of weg te drukken.”
“Waar blijft dan het algemeen belang?”
“Wat voor doms is het ‘algemeen belang’? Eigen belang telt. Je gaat toch niet de politiek in om dat domme landsbelang te dienen? Kom nou!”
“Jullie kletsen weer wat in de ruimte. Een andere goede stelling op die thema-avond vond ik: Een leider moet leiden om te dienen, niet andersom.”
“Hè? Wat is andersom?”
“Draai a mang, dus: Een leider moet niet dienen om te leiden.”
“Wat is dat voor onzin? Als een leider niet moet dienen om te leiden, dan is hij geen leider. Dan waarvoor dient hij dan?”
“Simpel: hij dient om te dienen. Hij moet dus degene zijn die leiding moet geven aan het dienen.”
“Het dienen waarvan.”
“Van deze totale samenleving, dommie! Daarom heeft de leider werkarmen ter beschikking, namelijk ministers en hun ministeries, bemenst met ambtenaren. Het woord ‘minister’ komt uit het Latijn en betekent ‘dienaar, assistent’. Een synoniem voor minister is ‘staatsdienaar.”
“Hier lijkt het ‘Zijne Godheid’ te betekenen.”
“Dus toen de ambtenaren van de afdeling ID-kaarten ijskoud met een onbenullig uitgeprint papiertje al die honderden burgers lieten weten dat het ID-loket gesloten was, a tapu, moest de leiding hebben ingegrepen, want zo dien je het volk niet.”
“Precies, maar dagenlang werd niet ingegrepen en stonden de mensen daar in die loods achter het CBB aan de Coppelachmonstraat voor noppes.”
“Totdat een foto in de krant kwam; toen kwam de leiding opeens met allerlei goedkope smoesjes op de proppen.”
“Da hoe zou jij met jouw groot praats als leider hebben ingegrepen?”
“Eerst het hoofd van de dienst ID-kaarten met spoed ontbieden: ‘Broeder, zeg me kort, zonder onbenullige leuterpraat, waarom er opeens geen nieuwe ID-kaarten kunnen worden aangemaakt.”
“Antwoord: ‘Oh machtige leider, er is geen printinkt meer en het plastic van de kaartjes is bijna op.”
“Beste diensthoofd, hoe komt het dat de printinkt opeens op is? Zag u dat niet aankomen?”
“Jawel, oh eerbare leider, al maanden geleden.”
“Wat hebt u daartegen gedaan?”
“Oh weledelgestrenge leider, ik heb ettelijk brieven naar de staatsdienaar van Financiën geschreven om autorisatie van het begrote bedrag te verlenen, zodat mijn leveranciers eerst voor hun oude schuld konden worden betaald, waarna zij pas een nieuwe bestelling wilden aannemen.”
“En wat was het antwoord van Financiën?”
“Het antwoord, o edelachtbare leider, was: er is geen geld beschikbaar vanwege de crisis; laat de mensen hun oude ID-kaarten wat langer gebruiken.”
“Ga heen, hoofd van de ID-kaartenafdeling. Secretaresse, bel het Hoofd van de afdeling autorisatie van Financiën.”
“Ja, hallo, met de Leider hier, ja, ook alsnog een happy new year, luister nò, waarom heb je geen geld vrijgemaakt voor printinkt voor de afdeling ID-kaarten?”
“Oh doorluchtige leider, ze moeten daar leren wat zuiniger te zijn. Het lijkt alsof ze die dure printinkt opeten of zitten te snuiven. Als we het verbruik nagaan, lijkt het alsof er duizenden kaarten per week worden geprint.”
“Maar er kan toch opeens een drukte zijn, zo eind van het jaar? Nu worden honderden mensen die van heinde en verre komen, gedupeerd. Geef me je minister, de staatsdienaar van Financiën, even.”
“Oh hoog gevallen leider, dat zal niet kunnen; uw staatsdienaar is weer uitlandig.”
“Wat? Dan weet ik het niet eens? Voor die dienstreizen van’em is er wel geld! Waar is hij heen?”
“Naar Washtoning, o eerwaarde leider.”
“Zeg hem dat hij daar kan blijven. Henk, kijk even wie we op die post gaan zetten.”
“Jules?”
“Nee, alsjeblieft niet. Die smeet erger dan ik. Zet Errol; die weet wel met geld om te gaan.”
“Maar Errol wil al lang de bus subsidie stoppen, oh hoogwelgeboren edele leider.”
“No mang! Dalijk gaan die leerlingen, opgejut door hun gemuteerde leerkrachten en hun lijder, opa Wilgoow met borden hier komen staan met erop: ‘¿Oh Leider, hoe christelijk bent u?”
“Oké, stoppen jullie dit adviseurstoneeltje. Een volgende goede uitspraak tijdens die VSB-avond vond ik: Een leider moet slechts aangeven waarom iets gedaan moet worden.”
“Mooi en waar, maar dan moet hij eerst wel goed weten waar hij naar toe wil en welke stappen daarbij gezet moeten worden.”
“Dus bijvoorbeeld een leerkracht-leider weet dat zijn doel is: zijn leerlingen moeten overgaan of slagen.”
“Precies, en zal hij dat bereiken door ze maar steeds meer vrije dagen te geven?”
“Echt niet, hij zal dat eerder bereiken door hen ’s middags bij te lessen.”
“Maar als hij dat offer als luilak-leerkracht niet wenst op te brengen, dan kan hij toch gewoon punten voor ze plakken, dan scoren ze toch goed en gaan ze over?”
“Als je leerlingen op die manier subsidieert, gaat dat zich eens wreken. Ten eerste leren ze niet te hosselen voor een goed cijfer, ten tweede leren ze corrupt leiderschap als voorbeeld kennen. En ten derde zal hun gebrek aan kennis in het vervolgtraject snel opgemerkt worden.”
“Daarom moet een leider geen dubbele agenda hebben: hij moet transparant en geloofwaardig zijn. Dat vond ik ook een goede stelling. Minder sterk vond ik een panellid dat zei dat het heel moeilijk of bijna onmogelijk is om de geloofwaardigheid te herstellen als de leider ongeloofwaardig is geworden.”
“Maar dat is toch zo? Is net als een man die door zijn vrouw is betrapt dat hij met een veertienjarige is gaan scharrelen. Ze gaat hem nooit meer vertrouwen.”
“Klopt. Daarom moet je een leider die je eenmaal hebt betrapt op allerlei wangedoe en die jij dus terecht niet meer vertrouwt, niet meer als leider nemen. Een volk is niet met een bepaalde leider getrouwd.”
“Maar wie moet je dan nemen? Die wannabee-leidertjes die nu staan te trappelen om over te nemen, hebben ook boter op hun hoofd.”
“Vooral dat ene ervaren geboefte dat onlangs voorstelde dat de hele oppositie z’n mandaat moet teruggeven.”
“Dan neem je die toch ook niet als leider, toch simpel?”
“Maar dan wie moeten we als leider nemen?”
“Tjeesis man, waarom kiezen jullie steeds een leider uit die belabberde versleten groep politici? Er zijn duizenden capabele mannen en vrouwen die zich al jaren geprofileerd hebben als hardwerkende sociaal voelende competente leiders. Waarom selecteren jullie uit die groep dan niet een aantal?”
“Inderdaad, anders duwt ‘men’ ons weer zo een stel schreeuwlelijke knopendraaiers door onze strot die er alleen op uit zijn zichzelf en hun kleine groep sponsoren ten koste van dit land te verrijken.”
“Ik ken een paar zeer geschikte kandidaten, maar ze willen zich niet kandidaat stellen.”
“Omdat ze die hele rompslomp niet willen ondergaan om in die besmeurde politieke arena, tussen de uitwerpselen van hun voorgangers, makkelijk te beïnvloeden mensen etnisch te gaan opjutten om stemmen te winnen. Zou jij dat willen doen?”
“Ik? Om de dooie drommel niet.”
“Maar stel dat wij jou massaal ondersteunen, korte YuTubefilmpjes met keiharde analyses en realistische programmapunten van je maken, die via de social media promoten, waardoor je politieke propaganda nauwelijks geld hoeft te kosten, zodat je niet in de armen gedreven wordt van allerlei dubieuze sponsoren, dan moet dat toch lukken? Je hebt goede ideeën, vooral als je niet gezopen hebt.”
“Ai, dan dans je ook en zing je wat, net als die dikke Koreaanse jongeman met zijn Gangnamstyle-clip: in vier jaren tijd meer dan twee en een half miljard viewers. Zo moeten we propaganda voeren, en niet gaan staan schreeuwen op een podium en half dronken vlaggenwappers daar met bussen naar toe sjouwen.”
“Mooi alcoholisch idee. Maar waar beginnen we? Hier aan de borreltafel?”
“Liever niet. Laten we naar die panelleden van die VSB-avond kijken, die waren alle drie goed. Zo selecteren we bij andere lezingen ook mensen met een goed doordachte visie.”
“En dan?”
“Als we een vijftiental hebben, dan laten we hen in een aantal lezingen tegen elkaar uitkomen en de beste vijf worden onze kandidaten voor de komende verkiezingen.”
“En dan?”
“Dan stellen dezen zich kandidaat bij een bestaande kleine partij die nog nooit in de assemblee is gekomen, bijvoorbeeld de Sipaliwinipartij, en dan stemmen we massaal bij voorkeur op onze geselecteerde kandidaten. Dan zien we hoeveel draagvlak elk heeft, Gangnam-style.”
“Oké, ik bel nu m’n connecties op en doe hen dit voorstel.”
“Ik ook. Laten we kijken wie niet alleen wil praten, maar ook wil doen.”
“Ja, proost daarop. Op naar nieuw goed geschoold en eerlijk leiderschap. Weg met die populistische politieke blaffers, yeah.”

Rappa
Advertenties

Monday 29 May
Sunday 28 May
Saturday 27 May