Column: Politieke Borrelpraat 333
11 Dec, 20:00
foto
Het Colombiaans vliegtuigje dat op 20 maart 1990 nabij Moengo landde met 1000 kilo cocaine aan boord.


“Zo, we hebben onze zoveelste 8 en 9 decemberherdenking achter de rug. Hoe lang gaan we hiermee door?”
“Tot in lengte van dagen. Tot zelfs lang nadat de schuldigen zijn berecht of zijn vergaan tot stof.”
“Maar al een paar jaren is er ook een andere herdenking; die van de gevallenen tijden de Binnenlandse Oorlog.”
“Heel goed, heel terecht, maar die herdenking valt onder ‘herdenking van de gevallenen van een oorlog.”
“En waaronder vallen de gevallenen van 8 en 9 december dan?”
“Onder ‘ongewapende en gemartelde politieke gevallenen van een ordinaire militaire moordpartij.”
“Ik vind dit een overtrokken en eenzijdige formulering.”
“Dat vindt jij, maar ik niet. En terecht gaat dat niet samen met de oorlogsgevallenen.”
“Maar tijdens die oorlog zijn er ook politiemannen te Meerzorg koelbloedig vermoord en burgers uit Tamanredjo gevangengenomen en verbrand door de ene partij.”
“En de andere heeft een heel dorp met voornamelijk vrouwen, kinderen en grijsaards over de kling gejaagd. Dus waar twee vechten, gaan beiden hun boekje te buiten aan wreedheden die internationaal verboden zijn.”
”Maar waarom kreeg de ene kant volgens de in 1989 door DNA goedgekeurde amnestiewet wel amnestie en werd de andere kant internationaal gevonnist?”
“Omdat de ene kant zogenaamd de westerse belangen diende en streed tegen de andere kant die het vijandje was en in feite nog steeds is van die westerse belangen.”
“Zeg geen zomaar dingen! Hoe kom je daar bij?”
“Zie het ferm blazen op de loftrompet bij de uitvaart van kameraad Fidel.”
“Maar bij de onlangse 8 en 9 december-herdenking is een nieuw aspect boven water gekomen: de lafhartige moord op de ontwapende lijfwachten van Brunswijk, Stuart Deel en Doetje Apai, in het toenmalige kabinet van de bevelhebber, het huidige DNA-gebouw.”
“Correctie: in opdracht van Brunswijk zelve hadden de lijfwachten bij binnenkomst hun wapens als teken van goodwill ingeleverd.”
“Mijn grote vraag sinds toen is: wat deed Brunswijk daar, in het hol van de leeuw, ’s avonds nog wel?”
“Hij mag toch? Het is een vrij land?”
“Jawel, maar in die periode waren er vredesbesprekingen in de stad gaande, tussen de regering en vertegenwoordigers van het Jungle Commando o.l.v. Ronnie Brunswijk, de Unie voor de Bevrijding en Democratie o.l.v. Kofie Ajonpong en dignitarissen uit Oost Suriname. Ze verbleven in het Ambassador hotel. Brunswijk ging op en neer per vliegtuig.”
“Had Brunswijk dan een eigen vliegveld?”
“Ja toch, dat grasveld op de heuvel van Moengo.”
“Nee mang, hij had een geasfalteerd stuk van de Oostwestverbinding nabij Coermotibo; het beginstuk aan de kant van Moengo en de stad was opgeblazen en de zijstroken van de weg waren ontdaan van overhangende takken. Als er buitenlandse vliegtuigen moesten landen, werd het landingsgedeelte met vlaggetjes gemarkeerd.”
“Dus daar kon van alles in- en uitgaan.”
“Jawel, en zo landde daar midden op de dag van dinsdag 20 maart 1990 een tweemotorig Colombiaans vliegtuigje met, schrikken jullie niet, eenduizend, ja, 1000 kilo pure, onversneden cocaïne aan boord.”
“En toen?”
“En toen gebeurden er een aantal vreemde dingen. Lonnie houdt die kist, de vierkoppige bemanning en die lai vast en bericht dit nog diezelfde middag aan, schrik niet nog een keer, de Amerikaanse ambassade.”
“Dus niet aan de regering?”
“Nee toch, daarmee was hij in oorlog.”
“Maar intussen ging hij wel op en neer voor die vredesbesprekingen.”
“Dat is dat vreemde. Pas op donderdag 22 maart wordt de minister van NH, wijlen Pretaap Radhakishun, bericht over de landing. Pas dan wordt president Shankar op de hoogte gesteld van de landing. Begrijp dat er toen nog geen cellulair verkeer in SU bestond.”
“En neemt de regering dan contact op met Brunswijk?”
“Ook zo vreemd: nee. Brunswijk is op vrijdag 23 maart in de stad en rept er ook geen woord over. Wel blijkt later dat een groepje politie-inspecteurs op eigen houtje, dus buiten de Narcotica Brigade om, naar Moengo was afgereisd voor een onderzoek en op die vrijdag terugkeert. Dat heeft de toenmalige inspecteur van Politie, Chan Santokhi, zelf in de pers verklaard.”
“Wat een spokendans rond die 1000 kilo coke.”
“In ieder geval, pas op zondag vertelt Brunswijk via de STVS, de SRS en aan dWT over de landing en dat het toestel op weg was naar Apoera en verdwaald was.”
“Heeft men Brunswijk toen van overheidswege niet meteen aangehouden voor verhoor?”
“Nee, weer zo vreemd. Hij gaat terug naar Moengo en als hij maandagochtend weer in de stad is, dan pas licht hij president Shankar ten paleize officieel in over de landing van dat coke-vliegtuigje, in het bijzijn van de Bevelhebber van het NL, luitenant-kolonel D. D. Bouterse. De spanning tussen die twee loopt daarbij behoorlijk op.”
“Wat een toestand. Wat volgde daarna?”
“President Ramshewak Shankar geeft meteen na dit gesprek een persconferentie waarin hij grote vraagtekens plaatst bij delen van de verklaring van Brunswijk.”
“Dat zal Lonnieman niet zo leuk hebben gevonden, want die is gauw op z’n teentjes getrapt.”
“Klopt, want meteen hierna geeft Brunswijk een tegen-persconferentie waarbij hij zijn teleurstelling uitspreekt dat de regering niet blij is dat hij 1000 kilo coke, de grootste vangst ooit in SU, heeft onderschept.”
“Nou, wat een vette kluif voor die journalisten om vragen te stellen.”
“Inderdaad, dat deden ze ook, en veel kritische vragen werden op Lonneman afgevuurd.”
“Heeft hij die allemaal beantwoord?”
“Nee, op een gegeven moment liep hij boos weg uit z’n eigen persconferentie. Driftige boy is dat.”
“Daar is’ie bekend om, vooral op het voetbalveld. Had hij niet naar z’n publiek met een vuurwapen gezwaaid toen een deel hem had uitgejouwd voor iets onheus op het veld?”
“Ja, en tijdens dat zwaaien met dat wapen had hij geschreeuwd:’ Soema bali boe? Taki no? Soema bali boe?’ Natuurlijk doodse stilte vanuit de tribune.”
“En in deze gespannen sfeer van overdag gaat hij die avond met z’n lijfwachten naar het kabinet van Bouta? Da hoe dan?”
“En de moeder van Stuart Deel, de ene vermoorde lijfwacht, heeft verklaard dat ene Berrenherg de regie in handen had, misschien of zelfs waarschijnlijk buiten Bouta om, want die had al eerder in december op zijn kabinet en in februari te Leonsberg met Brunswijk gesproken.”
“Ik heb toen het hardnekkige gerucht gehoord dat het de bedoeling was om Brunswijk tijdens zijn arrestatie op het kabinet te liquideren, maar de ongewapende lijfwachten hebben dat waarschijnlijk weten te voorkomen, wat hun het leven heeft gekost. President Shankar had zijn arrestatie gelast, meer niet.”
“Die jongens zijn dan als helden gestorven; andere lijfwachten zouden zijn weggerend.”
“Maar hoe is Brunswijk dan de dans ontsprongen?”
“Laat hij de moed hebben om dat zelf te vertellen; hij is dat verplicht tegenover zijn gevallen lijfwachten, hun familieleden en de totale Surinaamse gemeenschap.”
“Vanaf toen heb ik zelfs van militairen hardnekkige geruchten gehoord dat hij een granaat trok, de pin eruit haalde en die vasthield. Al zouden er drie seconden verstrijken, bij de ontploffing zouden er vele slachtoffers vallen. Pas toen werd er ingegrepen.”
“Maar wat gebeurde er met Brunswijk?”
“Hij en Kofie Ajonpong werden de ochtend daarop, als ik me niet vergis na een verklaring van Brunswijk voor de pers, in de Mere Bukukazerne gevangen gezet.”
“Maar in het bericht van Sternieuws staat dat ze onder druk van het buitenland, lees Amerika, zijn vrijgelaten.”
“Kan best, want ze kregen een officieel vrijgeleide en konden daags daarna naar Moengo vertrekken.”
“Maar het kan ook onder druk van het JC zijn geweest; een groep had namelijk de Afobaka krachtcentrale in de stuwdam bezet en had de stroom naar Paranam en Paramaribo onderbroken. Pas toen hun leider ongedeerd in Moengo terug was, gaven ze de dam vrij. In ieder geval waren de vredesbesprekingen door dat cokkavliegtuig gesprongen, terwijl alles al klaar was om die maandag het akkoord te tekenen.”
“Meester, waar haalt u deze informatie vandaan?”
“Zeker uit de inhoud van zijn glas.”
“L*&%L nou even niet, wil je. Van mezelf en ik moest laatst toevallig de drukproeven van een boekje met data over de Binnenlandse Oorlog corrigeren, da mi lees den sani disi ook tu.”
“Wanneer komt dit boek uit.”
“Binnenkort. Het is door iemand in Nederland samengesteld op grond van krantenartikelen en jaaroverzichten uit die periode. Maar heel interessant vind ik de vele kritische voetnoten die de samensteller bij verschillende berichten plaatst. Je proeft dan de ware achtergronden van die verschrikkelijke Binnenlandse Oorlog.”
“No mang, mi mus lees’ a mang zeker.”
“Hopelijk, want jullie lezen nauwelijks; daarom laten jullie je steeds weer misleiden door elke politieke boevenclub die aan de macht komt en de schatkist van dit land plundert.”
“Ben ik eens. Jullie weten niets over economie, maar toch willen jullie in DNA de Sabi-ala, de allesweter van Financiёn, Zijne Nexcellentie Wafdraad, bekritiseren.”
“Oké, sjorrie, maar Zijne Flexcellentie kan er niet eens voor zorgen dat mensen met een beperking tijdig hun uitkering krijgen, net als de boot- en bushouders hun rechtmatige betaling.”
“Luister nò, ik ben ex-politievrouwe, die een stoute zoon zonder rijbewijs heeft beschermd, die van racen hield en daarbij mensen doodreed. Ik weet inderdaad niet diepgaand veel over economie, maar ik weet wel criminelen, dieven, boeven en oplichters te herkennen.”
“Mooie steek vond ik dat van die ex-politievrouwe. Maar ze zegt wijselijk niet welke van hen ze in Blafdraad herkent.”
“Ze herkent een eerlijke, oprechte, deskundige, goedbetaalde en veelreizende financiёle topper. Ja toch?”
“Waw, daar drinken we op. Proost.”
“Ik toast niet hierop.”

Rappa
Advertenties

Thursday 23 November
Wednesday 22 November
Tuesday 21 November