column: Vriend en vijand
09 Dec 2010, 08:00
foto


President Desi Bouterse heeft vriend en vijand verrast met de uitspraak: “In een normaal democratisch bestel heb je coalitie en oppositie, maar helaas hebben wij in Suriname coalitie en vijanden”. Hij sprak zaterdagavond op het podium van de jarige Pertjajah Luhur.

Vóór, tijdens en na de verkiezingen heeft Bouterse vaak gezegd dat hij wil samenwerken en dat iedereen nodig is om het land tot grotere hoogten te brengen. Vóór de verkiezingen werd ook herhaaldelijk gezegd dat de regering zich niet schuldig zou maken aan ‘koppensnellen’.

“Oom Ro, al scheld je me uit, maar ik houd van je”, zei Bouterse tijdens de verkiezingscampagne. Hij had het over Ronald Venetiaan, de vorige president en NPS-voorzitter. Bouterse had er moeite mee dat zijn voorganger volgens hem zo rancuneus was en met wraakgevoelens zou rondlopen.

Nu al de mooie woorden in praktijk moeten worden omgezet, blijkt dat weinig overblijft van voornemens om samen te werken. Er zijn ruim veertig toppers op verschillende ministeries naar huis gestuurd, terwijl de president de ontslagresolutie van onderdirecteur bij Justitie & Politie, Sharmila Mansaram, tekende.

Het staatshoofd heeft in de jaren tachtig het land met harde hand geregeerd. Hij kwam niet volgens democratische principes aan de macht, maar pleegde een staatsgreep. In de jaren tachtig heeft de toenmalige legerleider met ‘vijanden’ rigoureus afgerekend. Op 8 december 1982 werd een absoluut dieptepunt bereikt met de moord op vijftien critici van het militaire bewind. “Het waren zij of wij. Het waren vijanden van de revolutie”, klinkt het na 28 jaar nog vers in de oren.

Nu is Bouterse via democratische weg, met steun van de voormalige partners van het Nieuw Front (Pertjajah Luhur en A-Combinatie) in het machtscentrum beland. Nu gelden er democratische spelregels, waarbij de oppositie alle legale middelen mag bewandelen om kritiek te uiten op het beleid van de regering. Dit kabinet zit nauwelijks drie maanden aan en moet zijn beleid nog steeds presenteren aan de samenleving. Binnen eigen gelederen klink de kritiek al enige tijd luid en duidelijk. Worden de huidige vrienden de toekomstige vijanden, zoals in het verleden vaak is gebeurd? Paul Somohardjo en Ronnie Brunswijk die hem nu ondersteunen, waren in de jaren tachtig gezworen vijanden van Bouterse.

Al in deze warming-up fase begint het staatshoofd het benauwd te krijgen en ziet hij de oppositie als vijand. Deze uitspraak toont aan dat de man die het land in de jaren tachtig met ijzeren hand regeerde, onvoldoende lessen geleerd heeft. Hetzelfde kan gezegd worden van de oppositie. De polarisatie die getoond is op 25 november door de buitengewone openbare vergadering te boycotten, was een laffe daad. De onafhankelijkheid van Suriname is een principiële aangelegenheid waarmee geen goedkope politiek bedreven mag worden. Het blijkt weer dat politici nog steeds niet geleerd hebben uit het verleden.

Coalitie én oppositie kunnen een voorbeeld nemen aan de herdenkingsdienst van de 8 decembermoorden. De boodschap daar was dat er barmhartigheid getoond moet worden, zelfs naar de beulen die verantwoordelijk zijn voor de slachting in Fort Zeelandia. Haat en wrok moeten achterwege gelaten worden. Er dient gerechtigheid te geschieden, waarbij het doel is om de waarheid over 8 december 1982 te achterhalen. Surinamers zien als vijanden heeft geleid tot een verscheurd volk, met alleen maar verliezers. In een democratie en rechtsstaat mag iedereen vrijelijk zijn mening uiten zonder vrees voor represailles. Dat is de boodschap anno 2010.

Nita Ramcharan

President Desi Bouterse (links) zaterdagavond in het partijcentrum van Pertjajah Luhur in gesprek met voorzitter Paul Somohardjo. (Foto: Ramon Keijzer)
Advertenties