Column: Barcelona
25 Jul, 09:56
foto


Afgelopen twee weken was ik in Barcelona. Mijn goede vriend Ramon Grosfoguel organiseert al jaren een Summer School on Decolonizing Knowledge and Power in Spanje. Vorig jaar had ik in Amsterdam de Summer School on Decolonizing The Mind georganiseerd. Dit jaar besloten we de twee Summer Schools te combineren tot één, en wel in Barcelona. Er waren honderd deelnemers. Ooit begon Ramon met tien en dat aantal groeide gestaag. In Amsterdam had ik er twintig. Er is dus een enorme vooruitgang geboekt in de loop der jaren.
Het publiek bestaat voornamelijk uit academici die van hun universiteit de middelen krijgen om Summer Schools te bezoeken: master studenten, PhD-kandidaten en docenten. Er zijn enkele plekken voor activisten. Veel academici zijn ook activisten.

Er komen mensen van alle delen van de wereld: Azië, Midden-Oosten, Afrika, Europa, Noord- en Zuid- Amerika, Australië en Nieuw Zeeland. Je leert veel nieuwe mensen kennen met verschillende ervaringen. Zo sprak ik met twee Inheemse jongeren uit Canada, die een jongerentijdschrift zijn gestart om de beeldvorming van Inheemsen te veranderen. Dat beeld bestond uit vier D’s: Dead, Drunk, Dancing en Drumming. Zij dealen met twee grote problemen: identiteit en land. Velen zijn gekerstend geweest. De jongeren willen terug naar hun oude cultuur. Ze willen de ceremonies leren en zich de oude filosofie eigen maken. Land is een cruciale issue. Canada is nu van witte mensen die het land van de Inheemsen hebben toegeëigend. De Inheemsen claimen het recht op hun land. In Canada vormen ze een paar procent van de bevolking.

In Afrika, met name Zuid-Afrika, is het probleem vele malen groter. Daar vormen de witte mensen een kleine minderheid van amper 10%. Toen ze enkele eeuwen geleden aankwamen, zeiden de zwarte mensen: “Ach er is ruimte genoeg, dus zoek maar een plek.” Maar vervolgens bleek dat de witte mensen met wapens in de hand al het zwarte land in bezit namen. Nu eisen de zwarten het land terug. Die discussie is een bom onder de toekomst van Zuid-Afrika.

Sabelo Ndlovu-Gatsheni gaf colleges over Afrikaanse denkers. Er is een hele wereld van nieuwe denkers in Afrika, waarvan we in Suriname of Europa nooit gehoord hebben, maar interessante theorieën ontwikkelen over economie, geschiedenis, maar ook recht. Sabelo citeert Kwame Nkrumah over de relatie tussen theorie en praktijk: “Theory without practice is empty; practice without theory is blind.” Bij het recht spreken ze over “survivor’s justice”.
In Suriname zweren de juristen bij de trias politicas, de scheiding der machten. Ze kennen geen andere rechtsfilosofische theorieën, omdat hun Eurocentrische opleiding ze dat niet heeft bijgebracht. Ze hebben geen flauw idee van het bestaan van andere opvattingen.

In Zuid-Afrika hebben de Afrikaanse denkers een theorie ontwikkeld waarin ze onderscheid maken tussen politiek en crimineel geweld en kijken hoe het rechtssysteem vervolgens inwerkt op beide soorten geweld. Ze stellen dat slachtoffers en daders beide 'survivors' (overlevenden) zijn, omdat ze samen verder moeten leven: “The point of it all was not to avenge the dead, but to give the living a second chance.” Het gaat niet om het wreken van de doden, maar om de levenden een tweede kans te geven. Vanuit dit principe krijg je andere opvattingen over gerechtigheid. Gerechtigheid is niet alleen een individuele aangelegenheid zoals bij crimineel geweld, maar ook een sociaal vraagstuk: hoe bouw je een samenleving op waarbij strijdende partijen die moorden hebben gepleegd in een politiek conflict, weer met elkaar samen verder kunnen? In de Trias Politicas bestaat dit probleem niet, omdat ze alle moord beschouwen als crimineel geweld. Als je dat doet, dan verliest het rechtssysteem haar neutraliteit en objectiviteit en worden rechters onderdeel van een politieke strijd. Want in de praktijk wordt niet iedereen vervolgd die een moord heeft gepleegd. Dat is namelijk afhankelijk van de politieke krachtsverhoudingen.
Juristen die opgeleid en getraind zijn in Eurocentrisch denken, kunnen dit niet snappen. Ze hebben een tunnelvisie ontwikkeld om individuele gevallen te behandelen, niet om politieke en sociale vraagstukken op te lossen.

Ik gaf twee colleges, maar volgde ook de colleges van andere docenten. Ze zijn allemaal experts op hun gebied. Het is een voorrecht om naar ze te luisteren en met ze in discussie te gaan. Ik heb een speciale herinnering aan Enrique Dussel. Dussel is onbekend in Suriname, maar in Latijns Amerika en in de wereld van Marxisten heeft hij een grote naam. De man is 82 jaar, maar is zo fris als een hoentje. Hij is theoloog en filosoof en grondlegger van de stroming Philosophy of Liberation. Hij heeft meer dan 50 boeken geschreven. Ik had hem in 2010 ontmoet aan de Sorbonne in Parijs en korte discussies met hem gevoerd. Deze keer sprak ik hem uitvoerig over de leer van de meerwaarde van Marx. Dussel heeft een encyclopedische kennis van het Marxisme. Hoewel we van mening verschillen over hoe we aankijken tegen de grondslagen van het Marxisme, is hij vanwege zijn kennis en aimabele houding, een zeer prettige gesprekspartner.
We zijn bezig met het opbouwen van een netwerk van activisten en dekoloniale academici onder de naam Decolonial International Network. De Summer School is een plek om dit netwerk verder uit te bouwen. Je bent constant bezig om gesprekken te voeren met mensen die daar een rol in kunnen spelen.
Een belangrijk thema is de dekolonisatie van de universiteiten. In mijn college heb ik uitgelegd dat dekolonisatie van de universiteit inhoudt dat de Eurocentrische autoriteit van kennis onderworpen moet worden aan fundamentele kritiek. Doe je dat niet, dan wordt dekolonisatie onderdeel van diversiteitsbeleid: het verbreden van het cursusaanbod van de universiteit.

In Zuid-Afrika is dekolonisatie van de universiteit een hot issue. Er is een studentenbeweging – Rhodes Must Fall – die met acties dit vraagstuk op de nationale en internationale agenda heeft gezet. De regering van Zuid-Afrika heeft dekolonisatie van de universiteiten als beleidsdoel geformuleerd. Volgende maand organiseert de University of South Africa een conferentie hierover. Het zou goed zijn voor de Anton de Kom Universiteit om kennis te nemen van deze ontwikkelingen en aan te sluiten op wat er op dit terrein gebeurt.

Sandew Hira
Advertenties